De premies groeien wel héél hard in 2017

Zorg

De scherpe stijging van de zorgpremie motiveert om dit jaar extra kritisch naar de polis te kijken. Maar waar te beginnen?

Voor het eerst in jaren gaan de premies voor ziektekostenverzekeringen fors omhoog. De verplicht af te sluiten basispolis wordt gemiddeld 7 tot 8 procent duurder. Dat is een stevige lastenverzwaring voor burgers. Zij zijn nu een slordige 100 euro per maand kwijt. In 2017 betalen zij maandelijks een kleine 8 euro meer en zullen zij op jaarbasis bijna 100 euro meer kwijt zijn.

Terecht wrijven de prijsvergelijkingssites in hun handen. Zij verwachten extra drukte dit jaar van overstappers, want kostenstijgingen maken mensen prijsbewust. Vorig jaar verhuisde 6,9 procent van de verzekerden. Dat betekent dus dat 93,1 procent niets doet en niet overstapt. Maar ook die minderheid van 1,17 miljoen verzekerden vertegenwoordigt al snel een slordige 1,5 miljard omzet die onder verzekeraars wordt herverdeeld. Met provisies voor alle tussenpersonen van de prijsvergelijkingssites. Een heuse industrie.

Voor het eind van dit jaar zal de overstapper zijn polis moeten opzeggen, wil hij van verzekeraar wisselen. Hij of zij heeft één zekerheid: de basispolis is qua dekking overal hetzelfde. Dat is wettelijk zo vastgelegd en een van de pijlers onder ons stelsel: verzekeraars mogen bij de basispolis niemand weigeren, ze leveren een identiek ‘product’.

Maar verzekeraars kunnen wel in meer of mindere mate de keuzevrijheid van patiënten inperken. De meeste basisverzekeringen worden voor 2017 in drie varianten aangeboden. Bij de goedkoopste polis kunnen patiënten niet altijd zelf hun ziekenhuis kiezen – of fysiotherapeut, psycholoog en andere hulpverleners. Hier heeft de verzekeraar selectief ingekocht.

De inperking van keuzes heeft ook een grens: een patiënt uit Groningen hoeft echt niet naar het ziekenhuis in Rotterdam. De verzekeraar heeft een zorgplicht om voldoende zorg in de buurt te vergoeden dan wel te organiseren. Zo geldt dat voor iedereen in Nederland binnen drie kwartier spoedeisende hulp beschikbaar moet kunnen zijn.

De meeste verzekeraars bieden ook een basispolis aan met maximale keuzevrijheid (vaak de restitutiepolis genoemd). Patiënten mogen altijd zelf kiezen, maar de polis is ook een stuk duurder. Vervolgens bieden veel verzekeraars een polis aan die tussen deze twee uitersten zit: geen budgetpolis met sterk ingeperkte keuzen en geen volledige keuzevrijheid, maar een mix ervan tegen een tarief ertussen. Dat zijn de best verkochte polissen van de grote verzekeringsconcerns.

Tarieven

Het makkelijkst te vergelijken zijn de premies van alle basispolissen, de dekking is een veel moeilijker verhaal. Veel verzekeringsconcerns hebben net als luchtvaartmaatschappijen onder een andere naam prijsvechters in de markt gezet. Zo heeft Achmea, met een marktaandeel van 30 procent de grootste zorgverzekeraar, onder de naam ZieZo een „voordelige voorzekering van Zilveren Kruis” gelanceerd. Het is een budgetpolis waarbij verzekerden vaak niet naar een academisch ziekenhuis kunnen. ZieZo doet alles online en haar Selectief-polis – met beperkte ziekenhuiskeuze – is met 93,95 euro een van de goedkoopste basispolissen. Het is vergelijkbaar met Gewoon Zekur (92 euro) van VGZ, de nummer twee in de markt. Ook bij de budgetpolis van VGZ zijn de universitaire medische centra zonder bijbetaling een no-go-area geworden voor verzekerden.

Aan het andere eind van het spectrum zitten de polissen met vrije keuze. Menzis, de vierde verzekeraar van het land, verkoopt de Menzis Basis Vrij voor 122 euro per maand. De Basis Exclusief van Zilveren Kruis is een kwartje goedkoper. En VGZ en CZ hebben ook polissen met vrije keuze rond dit prijsniveau.

Glibberige voorwaarden

Vergelijking op tarief lijkt zo makkelijk, maar wat vergelijk je eigenlijk? Dan moet je toch onder de motorkap kijken. En dan wordt het al snel een ondoorzichtig geheel. Aan de keuzevrijheid rond de basispolis hangen allerlei voorwaarden en prijskaartjes. Om maar te zwijgen over de verschillen tussen aanvullende polissen: daarvan is de inhoud niet wettelijk bepaald. Alles kan erin en eruit. Vergelijken is nauwelijks te doen.

Bij de basispolis is het al moeilijk genoeg. Ditzo, een uithangbord van voormalig staatsbedrijf ASR, lijkt de goedkoopste vrijekeuzepolis aan te bieden. De vrije keuze geldt echter alleen voor ziekenhuizen. Bij andere hulpverleners als fysiotherapeuten en psychologen is die keuze er niet.

De vraag is hoeveel kleine lettertjes een sterveling kan lezen. Wie bij ONVZ meer wil weten over de voorwaarden kan terecht in een boekwerkje van 168 pagina’s. CZ heeft alle voorwaarden in 145 pagina’s gebundeld. Veel zekerheid hoeven die bovendien niet te geven. Doordat de meeste verzekeraars een maximaal bedrag aan zorg inkopen, kan het budget in de loop van het jaar opraken. Je kan dus een polis kiezen waarin je jouw gewenste ziekenhuis vindt, maar uiteindelijk toch voor een gesloten deur staan.

Dat dit niet denkbeeldig is, bewezen de ziekenhuizen in Enschede (Medisch Spectrum Twente) en Drachten (Nij Smellinghe) onlangs. Zij nemen dit jaar geen patiënten meer van VGZ (Enschede) of namen tijdelijk helemaal geen patiënten meer aan (Drachten) tenzij het spoedgevallen betrof.

Een handig overzicht met gecontracteerde ziekenhuizen is bij de verzekeraars veelal niet voorhanden, ook omdat de inkoop per medische behandeling kan verschillen: wel orthopedie in het ene ziekenhuis, maar geen cardiologie. Vrijwel alle verzekeraars hebben een keuzemenu op hun site. Daar moet je de aandoening invullen, je postcode en je type zorgpolis om te zien in welk ziekenhuis je terecht kan.

Prijsvergelijkers

Bij zoveel ondoorzichtigheid is hulp welkom. Dat is de reden waarom prijsvergelijkingssites in zo’n behoefte voorzien. De bezoeker krijgt een betere indruk van verschillen tussen polissen. Maar het gaat hier om indrukken. Vergelijkingssites krijgen commissie van de verzekeraar en het is niet altijd helder welke overwegingen meespelen bij de adviezen.

Zorgkiezer vergelijkt standaard alle polissen op prijs, maar Independer – een dochter van Achmea – laat in het beginscherm allerlei andere factoren meewegen onder de noemer ‘kwaliteit’. Een blackbox. De buitenstaander moet er op vertrouwen dat de verzekeraar polissen niet beter waardeert omdat de verzekeraar meer commissie betaalt.

Kan de bezoeker niet beter de knop ‘goedkoopste’ kiezen om dat risico uit te sluiten? Zelfs dat werkt niet bij Independer: dan blijkt de site nog polissen te pluggen in zijn top-drie waarbij gemeld wordt „Voldoet net niet, maar is wel interessant”. Ook prijsvergelijker Pricewise doet dat. En Pricewise vergelijkt standaard alleen polissen waar het een contract mee heeft. De oplettende bezoeker moet eerst dat vinkje uitzetten voor een faire vergelijking.

Zelfs als een bezoeker een standaard basispolis kiest – een wettelijk verankerd identiek product – en maximaal vrije keuze van ziekenhuis en hulpverlener, kunnen de adviezen van vergelijkingssites verschillen. Bij een simpele vergelijking voor een man van 26 jaar uit de Randstad met een standaard eigen risico komen Zorgkiezer en Consumentenbond weliswaar tot dezelfde top-drie, maar vindt de Consumentenbond de ene polis toch weer beter passen dan de ander omdat de kwaliteit van de verzekeraar kennelijk beter wordt beoordeeld.

Er is niet één site die zijn provisie per verzekeraar publiceert. Kennelijk hebben de misstanden bij assurantietussenpersonen – waarbij de hypotheekprovisie en niet het klantenbelang bleek te prevaleren – in de zorgsector nog geen indruk gemaakt. Bezoekers moeten maar vertrouwen op de blauwe ogen van de adviseurs.

De Consumentenbond, die 45 tot 50 euro per overstappende klant ontvangt, verdient jaarlijks miljoenen euro’s met prijsvergelijkingen. De vereniging (die geen keurmerk Objectief Vergelijken heeft) geeft overstappers dit jaar ook nog een cadeautje: een half jaar gratis lidmaatschap of een jaarabonnement op de Gezondgids.

Kosten

Minister Schippers verplicht verzekeraars sinds vorig jaar uit te leggen hoe de hoogte van hun premie is opgebouwd. Dat geeft een mooi inkijkje in de kosten van verzekeraars.

Duidelijk is dat van de vijf grootste verzekeraars Menzis het minst concurrerend is. De kostprijs van haar polis ligt jaarlijks 132 euro boven die van DSW. Dat is meer dan een tientje per maand en ook meer dan 10 procent duurder dan DSW. Dat duidt erop dat Menzis – de kleinste van de grote vier – strategisch gezien een probleempje heeft.

VGZ weet bij de inkoop de meeste financiële voordelen te behalen en Menzis de minste. Dat is fijn voor de verzekerden. Van de vier grootste verzekeraars, die samen bijna 90 procent van de markt beheersen, kan VGZ zo gemiddeld de laagste premies vragen.

Maar groot zijn heeft niet per definitie voordelen, toont marktleider Zilveren Kruis. De verzekeraar maakt duidelijk meer kosten dan directe concurrenten CZ en VGZ.

Alle verzekeraars teren in 2017 op hun reserves in om de premie niet nog harder te laten groeien. Zij claimen allemaal hun polissen onder de kostprijs – dus met verlies – aan te bieden. Dat mag een mooi gebaar zijn, het toont ook dat de zorgpremies volgend jaar eerder sterker dan minder sterk zullen stijgen.