Commentaar

Bespioneren Wilders is dynamiet in een democratie

nrcvindt

Hoe zou het zijn om als politicus te worden beveiligd door dezelfde overheid die je af en toe ook bespioneert? En kan dat wel, in een democratie? Die vragen rijzen na het nieuws over de zogeheten ‘naslag’ die de AIVD in 2009 en 2010 naar PVV-leider Wilders deed. In die periode onderhield Wilders nauwe contacten met Israël en verwierf hij als ‘gedoogpartner’ invloed op het eerste kabinet Rutte.

De belangstelling van de geheime dienst ging ook uit naar zijn eventuele ‘antidemocratische gezindheid’. Tevens bleek de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) via een spion te hebben achterhaald of Wilders in zijn film Fitna een Koran zou gaan verbranden. Destijds was dat relevant in verband met internationale ophef, naar analogie van de Deense cartoonrellen.

Het nieuws kwam uit een onderzoek van de Volkskrant naar de gevolgen van de strenge persoonsbeveiliging van de politicus. Daaruit bleek dat de lange duur ervan, nu 12 jaar, en het grote privé offer van Wilders, tussen hem en de overheid ongezonde spanning schept, wantrouwen en gebrek aan openheid. Er lijkt sprake van wederzijdse gijzeling – aan de ene kant een geheime dienst die zich gehinderd voelt in een evaluatie van het beveiligingsniveau. Aan de andere kant een politicus die het leven achter het cordon opzichtig etaleert en er zelfs een partijbelang aan ontleent; het electorale beeld van bedreiging. Wilders voelt zich symbolisch slachtoffer en bedrijft daarmee ook politiek. „Mensen die me willen stoppen zullen me eerst moeten vermoorden,” zei hij bijvoorbeeld vorige week. Zulke overspannen termen zijn wellicht ook een gevolg van een leven in angst, achter een schild van argwaan en achterdocht. Het is een ongezonde situatie, die ook nog eens uitzichtloos lijkt.

Intussen heeft de overheid behalve de veiligheid van Wilders ook die van de staat te behoeden. De laatste nationale politici die door de staat zijn bespioneerd waren leden van de CPN en de Centrumdemocraten. Ook hun contacten werden gewantrouwd, ook hun loyaliteit aan de democratie betwijfeld. Uit die periode is geleerd dat zulk onderzoek voor de alleruiterste noodzaak bewaard moet worden – zoiets moet stevig onderbouwd zijn, gedocumenteerd en relevant voor de staatsveiligheid. De AIVD mag nooit speelbal worden van politieke belangen. Was dat hier het geval? Was de minister van Binnenlandse Zaken op de hoogte, was er toestemming? Werd het parlementaire toezicht hierover ingelicht, achteraf eventueel? Dit is dynamiet in een democratie – zoiets kan niet zomaar passeren. Hoe geforceerd het kan zijn, ook een politicus in een beveiligde cocon moet vrij kunnen handelen.