Wanbestuur en slecht krediet recept voor bankencrisis

Bankensector De politieke instabiliteit maakt herkapitalisatie van de derde bank van Italië, Monte dei Paschi di Siena, lastiger. Als de bank omvalt, dreigt besmetting.

De Italiaanse premier Matteo Renzi (R) en minister Pier Carlo Padoan van Financiën, op een persconferentie in Rome, eind november. Foto Andreas Solaro/AFP

Paniek was er niet te bespeuren op de financiële markten, na het Italiaanse referendum van zondag. De beurs in Milaan sloot maandag maar een fractie lager. Dat wil niet zeggen dat het derde land van de eurozone zich nu in veilige wateren bevindt. De risico’s zijn groot, vooral in de bankensector.

Het meest acuut zijn de problemen bij Monte dei Paschi di Siena, de derde bank van Italië. Deze bank, gehavend door jaren van wanbestuur, zakte in de zomer voor een Europese stresstest en heeft dringend behoefte aan kapitaal. De Italiaanse overheid staat klaar voor een reddingsactie.

061216ECO_italiaansebanken

De vraag is of het zover komt. De laatste in een reeks pogingen van de bank om zichzelf opnieuw te financieren, dreigt te mislukken. Eind oktober kondigde Monte dei Paschi een plan aan waarmee de bank 5 miljard euro moet ophalen. Topman Marco Morelli vloog de wereld over op zoek naar een nieuwe grootaandeelhouder die voor stabiliteit moet zorgen. Vlak voor het referendum leek Morelli er een te hebben gevonden: het staatsfonds van Qatar. Maar maandag bleef onduidelijk of de deal rond is. Anonieme betrokkenen lieten aan persbureau Reuters, weten dat de Qatarezen eerst duidelijkheid willen hebben over hoe de nieuwe Italiaanse regering eruit zal zien. Het tekent de politieke onzekerheid die het referendum heeft gecreëerd.

Volgende week wil de bank met een aandelenemissie de rest van de 5 miljard genereren, maar zonder de Qatarezen is het onwaarschijnlijk dat dit lukt. 5 miljard euro is bijna tien keer de beurswaarde van Monte dei Paschi (zo’n 600 miljoen).

Als de herkapitalisatie mislukt, zal de Italiaanse (overgangs-)regering onrust op de markten over het héle Italiaanse bankensysteem willen voorkomen. Mogelijk zal zij Monte dei Paschi, in 1472 opgericht, dan nationaliseren. Recent ingevoerde Europese regels zitten daarbij wel in de weg. Alleen onder strikte voorwaarden mag belastinggeld worden gebruikt om banken te redden. In principe moeten aandeelhouders en obligatiebezitters verliezen nemen als een bank omvalt. Probleem is dat veel obligatiebezitters van banken in Italië gewone spaarders zijn, die ooit veilig dachten te beleggen voor de oude dag door schuld van de eigen bank te kopen. Verhalen over bejaarden die hun pensioen verliezen, wil geen politicus nu in de krant zien.

Italiaanse banken zijn meer met elkaar verbonden dan met buitenlandse banken. Bij een crisis rondom Monte dei Paschi is besmetting reëel. Het grote hoofdpijndossier in de Italiaanse bankensector is de enorme berg ‘slechte’ leningen. Dat is het krediet dat burgers en bedrijven niet of niet volledig kunnen terugbetalen. Volgens schattingen gaat het nu om 360 miljard euro, ofwel viermaal zoveel als voor de crisis.

De FTSE-index van Italiaanse banken, die al een tijd onder druk staat, sloot maandag ruim 2 procent lager.