Column

Sluit mensen niet op in hun groepsidentiteit

maximefebruari0

Laatst sprak ik een vrouw die vertelde dat ze ooit rondliep in de gedaante van een man. Rare situatie, natuurlijk, die ze graag anders zag. Toch had ze lang geaarzeld om de benodigde stappen te zetten. „Ik kan niet transseksueel zijn”, zei ze al die tijd tegen zichzelf. „Want ik stem VVD.” Ook nu nog, na haar transitie, zei ze het hele gebeuren eigenlijk meer iets te vinden voor linkse mensen met ongekamd haar.

Dit was zonder meer een interessant gezichtspunt, en ik liep er nog steeds over na te denken, toen ik een interview las met de schrijfster Zadie Smith. Die had het over de ‘bijna totalitaire’ obsessie van een jongere generatie met identiteit. Er is een grote druk, zei ze, om continu je waarden uit te dragen, „als je links bent, feministisch, pro-transgender, et cetera.” „Oeps”, zei ik tegen het interview. „Links, pro-transgender. Dat beeld kost de rechtse transmensen weer een paar jaar van hun leven.”

Intussen had Smith natuurlijk wel gelijk met haar verzuchting dat de obsessie met identiteit vreemde vormen aanneemt. Helemaal nu mensen hun waarden niet alleen trots uitdragen via hun eigen identiteit, maar ook die van een ander. Ze zijn niet transgender, ze zijn ‘pro-transgender’. Ze zijn zelfs zo verschrikkelijk pro-transgender dat de transgenders ervan schrikken.

Zelf ben ik, zoals u wellicht weet, een tevreden transman. Daar wil ik best over praten, maar niet als ik aan het werk ben. Nou stuit ik tegenwoordig op clubs die zo ijverig pro-transgender zijn dat ze me uitnodigen te komen spreken over iets ingewikkelds, vervolgens de aankondiging die ik ze toestuur integraal in de prullenbak kieperen en die vervangen door een verhaal over mijn identiteit. We hebben een echte transman gevangen, zie je de organisatie denken, en dat zal het publiek weten ook.

Groepsidentiteit ontstaat zodoende langs twee wegen. Van binnenuit en van buitenaf - een groep claimt een identiteit en krijgt die tegelijk aangemeten. Daar is in beide gevallen niks mis mee, tenzij de identiteit versteent en verhardt. Na een paar grote emancipatiestappen in de twintigste eeuw wordt erkenning van de eigen identiteit nu van alle kanten geclaimd. Dat is op zich gunstig. Als de claim lukt, kan sociale erkenning aan groepen de waardigheid geven die nodig is voor sociale gelijkheid en deelname aan de maatschappij.

Maar een identiteitsclaim kan verharden. Dan ontaarden trots en eigenwaarde in arrogantie en een misplaatst gevoel van superioriteit. Het wordt helemaal lastig als een groep in het streven naar sociale erkenning alle leed en aandacht monopoliseert. Wel de eigen minderheidspositie waarneemt, maar niet die van de buren.

Datzelfde patroon doet zich dus voor bij het uitdragen van je waarden via de identiteit van de ander. Het is hartverwarmend als mensen feministisch, pro-transgender en ook nog ‘et cetera’ zijn, maar niet als dat gebeurt over de rug van degenen die het betreft. Als die erdoor opgesloten raken in de eigen identiteit. Vorige week hoorde ik Faiza Oulahsen van Greenpeace zeggen dat haar steeds wordt gevraagd waarom ze zich eigenlijk inzet voor het klimaat. Waarom niet voor immigranten? Heeft zij, met haar wortels in Marokko, niet iets belangrijkers te doen dan voor de hele wereld te zorgen?

Schrijfster Karin Amatmoekrim stelde eerder dit jaar in een interview verbaasd vast dat haar roman in Het Parool niet werd besproken door een literair recensent, maar door een journalist die gespecialiseerd is in Suriname. Goed, het is ongetwijfeld hartelijk bedoeld, dit hameren op de groepsidentiteit van een ander. Maar je zet die ander zo wel weg als een sociaal agogisch geval in plaats van een normaal mens. Iemand terug jagen in het hok van diens identiteit is niet bepaald inclusief, om dat progressieve modewoord te gebruiken.

De obsessie met je eigen politieke voortreffelijkheid, waarvan Zadie Smith zo moest zuchten, kan inderdaad wel wat minder. Niet handig: zo gepolitiseerd pro-transgender zijn dat een rechtse transvrouw daardoor niet meer in transitie durft. Ook niet handig: genderneutrale wc’s zo politiseren dat je politieke tegenstanders van de weeromstuit de pest aan transmensen krijgen.

Groepsidentiteiten zijn mooi en iedereen heeft ze, ook witte mensen, hetero’s, mannen, cisgenders en andere standaarduitvoeringen van de mens. Je kunt ze omarmen, tradities delen, rechten claimen, culturen vieren. Maar hoe mooi ze ook zijn, ruimte voor identificatie is mooier. Wil je je blijven herkennen in elkaars identiteit, dan heb je boven alles gezamenlijke dromen en doelen nodig. Vrijheid. Literatuur. Het klimaat. Common ground!