Slachtoffer werd slachter in Oeganda

Verzetsleger van de Heer

Dinsdag begint voor het Internationaal Strafhof het proces tegen Dominic Ongwen. Hij was slachtoffer, maar staat terecht als dader.

Dominic Ongwen was nog maar een kind – veertien jaar heeft hij zelf gezegd– toen het Verzetsleger van de Heer (LRA) hem ontvoerde bij zijn school in het dorpje Coorom, in Noord-Oeganda. Net als duizenden andere kinderen werd hij ingelijfd als kindsoldaat en verdween hij in de jungle, onderworpen aan een hardvochtig regime van tucht en indoctrinatie. Kindsoldaten werden getraind om metgezellen te doden en eigen familieleden af te slachten.

Maar Dominic Ongwen is niet alleen slachtoffer, ook dader. Dinsdag staat hij voor het Internationaal Strafhof in Den Haag, onder andere wegens het aanvallen van burgers, ontvoeringen, moordpartijen, verkrachtingen, seksuele slavernij, gedwongen huwelijken, martelingen, plundering en het inlijven van kindsoldaten – gruwelijkheden die de aanklager heeft gerangschikt onder de definitie oorlogsmisdaden en misdaden tegen de menselijkheid.

Halfnaakt met olie ingesmeerd

Dat het ‘slachtoffer’ Ongwenverschijnt als dader, maakt deze zaak extra interessant – het is de eerste keer dat een voormalig kindsoldaat zich moet verantwoorden voor zijn latere daden als militieleider. Ook in ander opzicht is het proces van belang. Oeganda was eind 2003 het eerste land dat zich richtte tot het Strafhof. Anno 2016 is president Museveni een van de grootste critici van het Hof omdat het anti-Afrikaans zou zijn.

Het LRA werd rond 1987 opgericht, een jaar nadat Museveni de macht had veroverd in Kampala. Museveni riep de toorn over zich af van de noordelijke Acholi-stam door grootschalige diefstal van vee en andere plunderingen door zijn regeringssoldaten. Dat leidde tot een uitzonderlijke gebeurtenis: door geesten bezeten militaire leiders begonnen een opstand . Eerst waren het duizenden halfnaakte en met olie tegen kogels ingesmeerde strijders van de Beweging van de Heilige Geest, gevolgd door het LRA van de voormalige altaarjongen en kruidendokter Joseph Kony.

Bij de oorlog van het LRA tussen 1987 en 2005 kwamen 100.000 noorderlingen om, twee miljoen burgers raakten ontheemd en 60.000 kinderen werden ontvoerd. Tegen vijf leiders heeft het Strafhof arrestatiebevelen uitgevaardigd. Ongwen, die in december 2014 werd opgepakt in de Centraal-Afrikaanse Republiek , is de enige die in Den Haag vastzit. Leider, Joseph Kony, is nog voortvluchtig. Drie anderen werden door hem vermoord of sneuvelden.

Ongwen bracht het tot commandant van de Sinia Brigade. Een slachtoffer, een inwoner van het gehucht Lukodi, vertelde in NRC vorig jaar:

„Ik zag hoe hij ontvoerde kinderen doodsloeg. Iedere dag moest hij doden, niet omdat hij bevelen kreeg, maar omdat hij er plezier in had.”

Zelf zei Ongwen na zijn arrestatie: „Ik ging blind en doof de bush in, en zo kom ik er ook weer uit. Ik ben nu een herboren kind, dat je niet mag beschuldigen van zijn fouten. Ik ben een dwaas”.

Confrontatie met dader

Woensdag zal de aanklacht worden voorgelezen en zullen advocaten verklaringen afleggen namens 4,107 slachtoffers die zich hebben aangemeld. Dan wordt het proces verdaagd tot 16 januari.

Het proces is in Noord-Oeganda te volgen via beeldverbindingen. Niet iedereen van het Acholi-volk in het woongebied van Ongwen vertrouwt het Strafhof. „De rechtszaak in Den Haag helpt ons op geen enkele manier oorlogstrauma’s te verwerken”, zei stamhoofd David Onen vorig jaar. „In ons traditionele systeem kennen we geen gevangenisstraf, alleen verzoening en vergoeding is belangrijk.

Veel Acholi’s koesteren bittere gevoelens, berechting in het verre Den Haag voorkomt dat die pijn verdwijnt. Dat kan alleen door een confrontatie tussen dader en slachtoffer. Als ze met hem klaar zijn in Den Haag, moet hij hier zijn verhalen komen vertellen.”