NOC*NSF geeft minder geld aan zwemmen, meer aan atletiek

Voor het eerst krijgen komend jaar ook honkbal en softbal een topsportbudget.

Gerard Dielessen (M) en Maurits Hendriks (R) tijdens de persbijeenkomst van het NOC NSF waarin toelichting gegeven wordt over de budgetten voor de verschillende takken van topsport. Foto: Piroschka van de Wouw / ANP

Sportkoepel NOC*NSF heeft maandag bekend gemaakt hoe de topsportgelden voor 2017 zullen worden verdeeld. Komend jaar krijgen 62 topsportprogramma’s financiële ondersteuning. In 2016 waren dat er 55.

Voor het eerst krijgen komend jaar ook honkbal en softbal een topsportbudget. Reden is dat de Nederlandse honkbalploeg de afgelopen jaren goed presteerde. Ook van de Nederlandse softbalsters wordt veel verwacht. Honkbal kan rekenen op een toelage van 590.000 euro, voor softbal is 300.000 euro vrijgemaakt. Beide sporten staan in 2020 op het olympische programma.

Geïnvesteerd wordt er verder in atletiek, boksen, de turnvrouwen en de basketbalvrouwen. Het budget voor atletiek stijgt het forst: van 907.820 euro naar 1.225.000 euro. Zwemmen en judo moeten juist geld inleveren. Beide sporten presteerden op de Olympische Spelen in Rio dit jaar minder goed dan verwacht. Waar zwemmen eerder 1,5 miljoen euro kreeg, wordt dat nu 1.260.000 euro.

Door de afzonderlijke sportbonden was dit jaar 28,8 miljoen euro aangevraagd, waarvan door NOC*NSF 24,8 miljoen gehonoreerd wordt voor de topsportprogramma’s. Het is dit jaar voor het eerst dat sportbonden een jaarbudget aanvragen bij de sportkoepel. Voorheen gebeurde dat ééns in de vier jaar.

Onlangs maakte minister Edith Schippers (Sport, VVD) bekend dat het budget voor topsport met 12,5 miljoen wordt verhoogd. Het grootste deel daarvan gaat rechtstreeks naar topsport, daarnaast gaat er ook geld naar topsporttalenten, voorzieningen en coaches voor topsporters en paralympische sporters.