Column

Levende stemkastjes

Ik ga in de politiek! Met alle reusachtige respect: wat Jan Dijkgraaf, ex-Metro-columnist, kan, moet ik toch ook kunnen, dacht ik toen ik hoorde dat ook hij een politieke partij ging oprichten. Qua charisma zou ik als aspirant-politicus minstens in zijn buurt moeten kunnen komen, vooral omdat ik (nog) geen onderkin heb en hij wel.

GeenPeil gaat zijn partij heten, omdat ze voortkomt uit de website GeenStijl en onder die naam al eerder succes boekte met het Oekraïne-referendum. GeenPeil wil geen traditionele politieke partij worden, want „GeenPeil gaat de democratie van binnenuit herstellen”.

Mooi toch? Hun Tweede Kamerleden worden ‘levende stemkastjes’ (heus, citaat uit hun propaganda) die online door de partijleden worden aangestuurd. Als ik een aardig ideetje, kosteloos voor mijn aanstaande collega’s, mag toevoegen: tijdens de Algemene Beschouwingen houdt Dijkgraaf geen zelfgeschreven rede, maar leest hij de beste reaguursels van GeenStijl voor. „Weg met de linkse landverraders!” „Minder elite, minder grachtengordel!” „Doek het NSB Handelsblad op!” Die stijl graag.

Resteert de niet onbelangrijke vraag: wat kan ik verder nog aan het drastisch veranderende politieke landschap van Nederland toevoegen? Op links valt geen winst te boeken, op rechts zijn veel concurrenten: VVD, PVV, VNL van Jan Roos, Forum voor de Democratie van Thierry Baudet (met steun van rechtsgeleerde Paul Cliteur: „Het is tijd dat we onze democratie heroveren”), Nieuwe Wegen van Jacques Monasch en GeenPeil dus.

Er is voor mijn partij maar één goede keus: nóg verder naar rechts. Daar zie ik nog wel ruimte. De eerste en misschien wel grootste moeilijkheid is het vinden van een aansprekende naam. In een doorwaakte nacht kwam ik op: LeveHeil. Kort maar krachtig, een pittige variant op GeenStijl en GeenPeil. ZegeHeil zou nóg krachtiger zijn geweest, maar ongewenste associaties hebben opgewekt.

Net als Cliteur, Baudet en Wilders wil ik onder meer met ‘bindende referenda’ onze democratie heroveren, maar op wie precies? Op Rutte, op Samsom of ook op Wilders – of op allemaal? Dat zou ik graag van Cliteur en Baudet vernemen, vooral sinds ze in opdracht van Wilders onderzoek naar referenda deden.

Met mijn ultrarechtse partijtje zou ik denken: terugveroveren op állemaal. Ja, ook op Wilders, want die is ook maar een traditionele politicus die het liefst in die Haagse bankjes rondhangt. Hij heeft het parlement een nepparlement genoemd en dan moet je daar ook naar handelen: weg dus met dat parlement.

We kunnen best zonder, als we maar een sterke leider vinden. Een type Trump, dat zou mooi zijn, Baudet is nu al dol op hem. Wie kan de Nederlandse Trump worden? Daar beginnen de problemen. Jan Roos? Jan Dijkgraaf? Thierry Baudet? Om nog maar te zwijgen van Geert Wilders.

Met alweer alle respect: nee, sorry. Ik kom hier voorlopig niet uit en houd me daarom aanbevolen voor suggesties. De kandidaten die ik kan bedenken zijn óf te netjes (Herman Wijffels, Alexander Rinnooy Kan) óf te omstreden (Camiel Eurlings, Louis van Gaal). Als iemand een beter idee heeft, geef ik me graag gewonnen, desnoods hef ik mijn hele partij op ten faveure van Die Ene Grote.

Als het maar tot heil van de Nederlandse mensheid is.