Interview

Grote Kale Leider even terug in de Kuip

Jorien van den Herik

Nadat hij er in 2006 hardhandig van zijn voetstuk was getrokken, zette voormalig Feyenoord-voorzitter Jorien van den Herik (73) nooit meer een voet in de Kuip. Tot afgelopen weekend.

Foto Nico Medendorp

Sommige supporters staarden hem aan alsof hij een geest was die aan zijn wonderlamp had weten te ontsnappen, toen ze vlak voor de aftrap van de derby tegen Sparta plotseling de rijzige gestalte van Jorien van den Herik de trappen van Vak BB zagen beklimmen. Hij droeg een pet maar was desondanks makkelijk te herkennen, want hoewel zijn rol in het voetbal allang is uitgespeeld, heerst er nog altijd iets aristocratisch in de manier waarop hij zijn kin de lucht in steekt, en ook zijn tred is nog steeds die van een Romeinse veldheer.

Drie dagen eerder, in de beslotenheid van restaurant Yama in Rotterdam, had hij tussen twee happen sushi door uitgelegd hoe het zat. „Mijn kleindochter Nikki is voor Feyenoord. Vrij fanatiek zelfs. Ze wilde dat opa een keer met haar meeging. Nou, dan doe ik dat. Ik vind het leuk om met mijn kleinkinderen op te trekken.”

Boze spandoeken

Het klonk allemaal vrij koeltjes maar toch was het opmerkelijker dan hij deed voorkomen, want er bestond een tijd waarin hij de stad Rotterdam meed alsof het de Gazastrook was. Dat was rond zijn val, toen hij en zijn vrouw Joke op dringend politieadvies in hun huizen in België, Zwitserland en Zuid-Frankrijk verbleven, maar niet meer in Rotterdam.

Het was de tijd van de boze spandoeken (‘Jorien rot op’), de iets minder boze spandoeken (‘Jorien ne va plus’), van de bestuursleden die van hem af wilden en van de grimmige hetze die het luidruchtigste deel van het Legioen voerde tegen de man die ze ooit als de redder van hun club hadden beschouwd, maar wiens geuzennaam GKL op de tribunes langzaam maar zeker werd verbasterd van ‘Grote Kale Leider’ tot ‘Grote Kale Leugenaar’.

Visboeren geven hem een hand

Maar dat was allemaal vroeger. Tegenwoordig is Jorien van den Herik weer met grote regelmaat in Rotterdam en merkt hij hoe de stemming in de stad is omgeslagen. Loop deze dagen met hem door de Koopgoot en het duurt nooit lang voordat een politieagent uit bewondering zijn pet afneemt.

En wanneer hij op zaterdagmorgen terugkeert van zijn vaste rondje over de markt stinken zijn vingers altijd naar haring, want alle visboeren willen hem een hand geven en hem bedanken voor wat hij in het verleden voor Feyenoord heeft gedaan.

Soms heb ik het gevoel dat ik naast de burgemeester loop.

„Hoe langer je wegblijft, hoe beter je wordt”, zei hij aan tafel en ook dit keer duurde het niet lang voordat zich een bewonderaar meldde: een man van middelbare leeftijd met een imposante buik, wiens weerzien met de ex-voorzitter hem waterige ogen bezorgde. „Bent u het echt? Niet te geloven! Ik ga als sinds 1963 naar Feyenoord, maar dit is een van de mooiste momenten die ik heb meegemaakt. De GKL, terug in Rotterdam… Ik word er gewoon emotioneel van, weet u dat? Mag ik u nogmaals de hand schudden, meneer Van den Herik?”

Met wijde boog om Maasgebouw

De oud-voorzitter, ook in zijn vrije tijd een man van etiquette, was er bij gaan staan om zo het moment nog wat meer statuur te geven. Zijn echtgenote schoot er spontaan van in de lach. „Zo gaat het de hele tijd hoor, als we in de stad zijn. Soms heb ik het gevoel dat ik naast de burgemeester loop.”

Zelf was ze na alle commotie juist blij dat de navelstreng met Feyenoord was doorgeknipt.

Jorien van den Herik arriveerde afgelopen zondag een half uur voor de wedstrijd bij de Kuip, liep met een wijde boog om het Maasgebouw heen (waar de directie van de club zetelt), nam plaats op de tribune en genoot.

Vooral van zijn kleindochter, maar toch ook wel een beetje van Feyenoord, hoewel de club de laatste jaren nauwelijks nog een rol speelt in zijn leven.

In tegenstelling tot vroeger geeft hij nu alleen nog zijn ongezouten mening als ernaar wordt gevraagd. Begin bijvoorbeeld over de plannen voor een nieuwe Kuip, en de man onder wiens leiding Stadion Feijenoord in 1994 een geslaagde renovatie onderging zegt dan dingen als: ‘Er staan geen harde zekerheden in het plan, alleen maar aannames’, en: ‘Het is een misverstand te denken dat je door een nieuw stadion ook automatisch beter gaat voetballen.’

Maar ook in restaurant Yama was het toch voornamelijk weer over de kleinkinderen gegaan, over Trump, over computers, wijn, House of Cards, over Rotterdam en Boston en overal allerlei andere zaken, maar nauwelijks nog over voetbal.

Behalve dan vlak voor het dessert, toen de buik van de emotionele meneer weer even tegen de tafelrand botste.

Nog één vraag, meneer Van den Herik, en dan val ik u niet meer lastig.

„Natuurlijk.”

Komt u ooit nog terug bij Feyenoord?

„Nee.”

Maar vindt u niet dat Feyenoord weer een gezicht nodig heeft? Een krachtige leider? Iemand die echt de baas is?

„Jawel”, zegt Jorien van den Herik, „maar ik mag niet meer van mijn vrouw.”