Een nieuwe verrassing in de zaak van de platte douanier

Rechtszaak

Had het OM twee moorden kunnen voorkomen? Ja, zegt een advocaat in de zaak rondom douanier Gerrit G..

Een beeld van Vrouwe Justitia, het symbool van rechtvaardigheid. Lex van Lieshout / ANP

Aan onverwachte wendingen geen gebrek in de toch al zo complexe strafzaak rond de douanier Gerrit G. en zijn medeverdachten. Terwijl de opwinding van dit weekend over een bandopname van Gerrit G. nog voelbaar was in de rechtszaal, kwam advocaat Sanne Schuurmans met nog explosiever nieuws.

Het OM heeft cruciale informatie over de start van het onderzoek achtergehouden, stelt Schuurmans. Hij is de advocaat van Dennis van den Berg, die een hoofdrol speelt in dit dossier en liever met zijn volledige naam wordt genoemd.

Het draait in deze zaak om een partij van 300 kilo cocaïne die in 2013 werd onderschept in de Rotterdamse haven. In het voorjaar van 2014 ontvangt de politie informatie uit het criminele milieu dat Van den Berg betrokken was bij dit transport, samen met een „platte douaneman”. Bovendien zou Van den Berg het eigenlijke doelwit zijn geweest van de vergismoord op Rob Zweekhorst die op Nieuwjaarsdag 2014 werd doodgeschoten.

Die informatie is de basis voor het onderzoek naar Van den Berg en douanier Gerrit G. De politie begint met het afluisteren van de telefoon van Van den Berg, hangt zijn huis en auto vol met afluisterapparatuur en stuurt twee infiltranten op hem af om inlichtingen over hem te verzamelen. Het zijn zware middelen, maar het gaat hier om ernstige verdenkingen waarbij een onschuldige burger is vermoord.

Colombianen en Italianen

Volgens Schuurmans heeft justitie verzuimd te melden dat er al een onderzoek liep naar de onderschepte partij cocaïne. Schuurman baseert zich daarbij op een verzoek van een Belgische onderzoeksrechter om de aanhouding en uitlevering van een Nederlandse man, ene Daniël, die samen met Colombiaanse en Italiaanse criminelen cocaïne zou invoeren via Antwerpen en Rotterdam.

Het onderzoek naar deze internationale smokkelorganisatie is in 2012 begonnen in België. En op verzoek van België zijn daarvoor ook in Nederland opsporingshandelingen verricht: er zijn bijvoorbeeld telefoons afgeluisterd. Toen is ook het vermoeden ontstaan dat de Colombiaanse en Italiaanse verdachten betrokken zijn bij het transport van 300 kilo dat op 9 december 2013 in Rotterdam werd onderschept. Saillant gegeven: het zeer gedetailleerde verzoek van de Vlaamse onderzoeksrechter Jordens is op 10 december 2013 naar de Nederlandse autoriteiten gestuurd.

Volgens advocaat Schuurmans zit daar de crux: de Nederlandse autoriteiten wisten bij de start van het onderzoek naar de betrokkenheid van zijn cliënt Van den Berg bij de 300 kilo, dat er een België al een onderzoek liep. Dat in België verdachten zijn aangehouden en berecht, is hem en de Nederlandse rechter echter niet verteld. Volgens Schuurmans is dat een doodzonde. Hij heeft dan ook aan de rechtbank gevraagd om dit tot op de bodem uit te zoeken.

Fruithandelaar

Maar Schuurmans gaat een stap verder. Hij sluit niet uit dat justitie en politie twee moorden hadden kunnen voorkomen die worden gelinkt aan de 300 kilo cocaïne: die op Rob Zweekhorst en Rinus M., een fruithandelaar die ook bij dit transport betrokken was en in april 2014 is doodgeschoten.

Het OM kon maandag niet reageren op de beschuldigingen. Later deze week zal justitie per brief duidelijkheid verschaffen over de gang van zaken. Als blijkt dat de rechtbank is misleid, zoals Schuurmans stelt, komt de onvermijdelijke vraag aan de orde of justitie daarmee het recht op vervolging heeft verspeeld.

    • Jan Meeus