De bootjes worden steeds voller en steeds gammeler

Migratie

Steeds meer organisaties redden migranten uit de Middellandse Zee, maar het aantal doden blijft maar stijgen. Kloppen de cijfers niet, of is er iets anders aan de hand?

Migranten op een reddingsschip voor de kust van Libië, vorige maand. Foto Andreas Solaro/AFP

In april 2015 maakt Artsen zonder Grenzen bekend zelf migranten voor de kust van Libië te gaan redden. De EU zou te weinig doen en volgens de officiële cijfers loopt het dodental snel op. Eerder die maand zijn bij vermoedelijk de grootste bootramp ooit op de Middellandse Zee zo’n 800 dodelijke slachtoffers gevallen. Vooral jonge mensen uit een reeks van landen, waaronder Syrië, Eritrea, Somalië en Tunesië. Het totale aantal verdrinkingen op de route naar Italië komt volgens VN-cijfers in 2015 uit op 2.869 personen.

061216BUI_migrant-03

Sindsdien is de vloot van ngo’s voor de kust van Libië gegroeid tot zo’n vijftien schepen. Ze pikken migranten op, zo’n 12 mijl (22 kilometer) voor de Libische kust uit hun gammele bootjes, overbevolkte rubberen vlotten en soms uit het water.

Het beoogde doel, minder doden, wordt volgens de officiële cijfers echter niet bereikt. Integendeel: het aantal doden stijgt volgens deze cijfers. Eind november lag het aantal gearriveerde migranten over zee in Italië met 173.799 personen maar zo’n 20.000 hoger dan in 2015; het dodental ligt met 4.232 doden (30 november) nu al bijna 1.400 verdrinkingen hoger dan vorig jaar (2.869 doden op de route naar Italië).

2016 is volgens de VN het dodelijkste jaar ooit op de Middellandse Zee. Terwijl de migratiestroom naar Griekenland nagenoeg is opgedroogd. Bovendien zijn ondertussen niet alleen ngo’s actief voor de Libische kust. De EU is verder op de Middellandse Zee, met de operaties Sophia en Triton, ook met meer marineschepen aanwezig dan begin 2015. De Italiaanse kustwacht coördineert de reddingsacties en helpt met eigen schepen.

061216BUI_migrant-04

De bootjes worden voller

Waarom verdrinken er, volgens de officiële cijfers tenminste, dan steeds meer mensen?

De Italiaanse kustwacht en de ngo’s breken er hun hoofd over. Volgens de Nederlandse Stichting Bootvluchteling bespraken ze onlangs in Rome of de ngo-schepen niet verder uit de kust moeten opereren. „Waar we vorig jaar zagen dat mensensmokkelaars veertig tot vijftig migranten aan boord van rubberen bootjes brachten, proppen ze er nu vaak 140 tot 150 mensen in”, zegt Ralph de Kreij, hoofd reddingsoperaties bij Stichting Bootvluchteling. Zijn organisatie vaart sinds enkele maanden zelf met de Golfo Azzurro, een voormalig Texels vissersschip, voor de Libische kust. „Met zoveel mensen in een rubberen boot bestaat het risico dat de bodem eruit zakt en mensen verdrinken”, zegt De Kreij.

061216BUI_migrant-01

Brengen de smokkelaars meer migranten aan boord omdat ze weten dat de ngo-schepen op zo’n twaalf mijl voor de kust liggen te wachten? De Kreij: „Dat zou kunnen. Dat is iets wat de Italiaanse kustwacht nu onderzoekt. We zien ook dat dit jaar meer arme migranten uit West-Afrika de oversteek wagen. Zij kunnen minder geld neerleggen voor een veilige boot, dus daar kan het ook door komen.”

Het aandeel vluchtelingen, vooral uit Eritrea, is het voorbije jaar flink afgenomen in verhouding tot economische migranten uit voornamelijk Nigeria. Er komen dus minder ‘echte vluchtelingen’, en meer economische migranten.

De Italiaanse kustwacht wil ook na herhaalde verzoeken niet bevestigen dat inderdaad wordt overwogen om de ngo-schepen verder uit de kust te laten opereren om te voorkomen dat smokkelaars steeds grotere aantallen mensen aan boord van nauwelijks zeewaardige vlotten brengen. Of het voornemen veel zou helpen is bovendien de vraag. „Het afgelopen voorjaar begonnen de ngo-schepen ook 30 mijl uit de kust”, zegt De Kreij van Stichting Bootvluchteling. „Een paar weken later lagen ze allemaal weer bij de twaalfmijlszone. Als er noodoproepen binnenkomen, dan ga je er toch heen”, zegt hij.

Bekijk ook Elke dag een vluchteling, onze dagelijks aangevulde fotoserie over de migratiecrisis

061216BUI_migrant-02

Als ze maar betalen

Het is een duivels dilemma. In het voorjaar, na het doorgaans rustige winterseizoen, op 30 mijl uit de kust beginnen kan aanvankelijk juist extra mensenlevens kosten. „Als de smokkelaars denken dat de boten maar zo’n 12 mijl hoeven af te leggen en dat blijken er plotseling 30 te zijn, dan zijn er heel wat die dat niet redden”, zegt De Kreij.

Organisaties en politici die ageren tegen immigratie stellen dat de EU, samen met de ngo’s, nu in feite een pendeldienst voor migranten verzorgt. Datzelfde zei ook premier Rutte, afgelopen zaterdag op het congres van de Europese liberalen in Warschau. Een pendeldienst die grote risico’s voor de opvarenden oplevert, aangezien 2 tot 3 procent het niet overleeft.

De stichting Gefira, die zich een pan-Europese denktank noemt, beschuldigde de ngo’s er onlangs zelfs van aan mensensmokkel te doen. Gefira ontdekte via gps-coördinaten dat ngo-schepen soms de territoriale wateren van Libië binnenvaren om migranten nog dichter bij de kust op te pikken. Bovendien zouden mensensmokkelaars, de Italiaanse kustwacht en ngo’s hun activiteiten soms afstemmen. Uit de scheepsbewegingen maakt Gefira op dat de ngo-schepen soms koers zetten richting een reddingsgebied, terwijl daar pas later vluchtelingenboten te water gaan.

In reactie op de aantijgingen van Gefira zegt De Kreij van Stichting Bootvluchteling dat zijn organisatie hooguit een of twee keer, en met nadrukkelijke toestemming van de Libische kustwacht, in de Libische territoriale wateren is geweest. Volgens hem is het waar dat soms al vanaf het strand met de Italiaanse kustwacht wordt gebeld om te melden dat er boten vertrekken. Volgens De Kreij gebeurt dat door de migranten zelf en nooit door de smokkelaars. „Die kan het weinig schelen wat er met de mensen op de boten gebeurt. Als ze maar betalen.” Bovendien zou het vooraf bellen niet vaak gebeuren, omdat de migranten bang zijn door de Libische kustwacht te worden gestopt als ze te vroeg aan de bel trekken.

Thomas Spijkerboer, hoogleraar migratierecht aan de Vrije Universiteit, erkent dat de reddingsacties dicht voor de Libische kust, en de daarop volgende lange overtocht richting Italië, wel iets weg hebben van een pendeldienst. Maar hij is er niet van overtuigd dat het aantal slachtoffers nu hoger is dan voorheen. „We weten het gewoon niet. Het is ook mogelijk dat het gepubliceerde dodental nu hoger is omdat er meer marine-, kustwacht- en reddingsschepen aanwezig zijn en het vaker tot ons doordringt dat er mensen sterven. Bovendien worden de cijfers deels gebaseerd op schattingen van overlevenden die niet erg betrouwbaar zijn”, zegt Spijkerboer. Een verband tussen een hoger dodental, áls er al meer mensen zouden verdrinken, en de toegenomen aanwezigheid van Europese marineschepen, kustwacht en ngo’s valt volgens hem dus niet te leggen.

Foto Emilio Morenatti/AP Photo

Foto Emilio Morenatti/AP Photo

Menselijke resten

Zeker is dat er nog altijd duizenden mensen per jaar verdrinken op de Middellandse Zee. En dat de drama’s zich in 2017 waarschijnlijk blijven voltrekken. Jens Pagotto van AzG, die leiding geeft aan de missie rond de Middellandse Zee, sluit niet uit dat het werkelijke dodental nog veel hoger ligt dan de officiële cijfers suggereren. „Dat zijn misschien maar lage schattingen. Wij kennen verhalen van Libische kreeftvissers die niet meer vissen vanwege het grote aantal menselijke resten in hun kooien”, zegt Pagotto.

Hij noemt het toenemende gebruik van zwakke rubberen boten door de mensensmokkelaars als extra oorzaak van het hoge dodental. Het terugtrekken van de ngo-schepen naar de zone van 30 mijl wordt volgens hem constant besproken. „Maar dat gaat het grote verschil niet maken. De voorbije jaren hebben geleerd dat de mensen blijven komen, wat we ook doen.”

Pagotto en hoogleraar Spijkerboer stellen dat het dodental alleen op een humane manier omlaag kan als de EU legale routes voor migratie opent. Volgens Spijkerboer begon het aantal slachtoffers in de jaren negentig op te lopen toen EU-landen een visumplicht invoerden en vliegmaatschappijen hoge boetes kregen als ze mensen zonder visum naar Europa vlogen.

De EU zint juist op tegengestelde maatregelen. De Duitse bondskanselier Angela Merkel en andere hooggeplaatste Europese politici hebben al vaker gezegd dat ze na het akkoord met Turkije, over het tegenhouden van vluchtelingen, een soortgelijke deal met Libië willen.

Dat zo’n akkoord, net als de Turkijedeal, op zeer gespannen voet staat met het vluchtelingenrecht is niet de reden dat het er nog niet is. De enige reden daarvoor is de chaos in Libië na de val van dictator Moammar Gaddafi, waardoor er met het land nog geen zaken kunnen worden gedaan.