Best weinig vlees, zo’n echt paleodieet

Oervoer In Israël hebben wetenschappers ontdekt wat onze voorouders aten, 780.000 jaar geleden. Heel wat minder vlees dan het populaire paleodieet van tegenwoordig voorschrijft.

Waternoten zijn de vruchten van de drijvende waterplant Trapa natans.

Wat aten onze verre voorouders? We volgen een groepje homo erectussen, aan de rand van een meer in Israël, 780.000 jaar geleden. Het is lente. De erectussen plukken de bladeren van wilde bieten en kaasjeskruid. Ze graven knollen en wortels op. Als de zomer komt, verzamelt de groep zaden van Mariadistels en fruit van de Christusdoorn-jujube, aangevuld met olijven. De wilde druiven zijn nu rijp, de groep poft vosnoten boven het vuur. Een paar maanden later, het is herfst, kauwen de erectussen op geroosterde eikels en waternoten.

Deze reconstructie komt van Israëlische archeologen van de Bar-Ilan Universiteit. Maandagavond beschreven zij het dieet van Israëlische Homo erectus in vakblad PNAS. Hun artikel geeft een kijkje in het échte paleodieet: zonder copieuze hoeveelheden vlees en vis, maar mét ruime hoeveelheden zaden, noten, fruit, groenten, knollen en wortels.

Over wat onze voorouders nou wel en niet aten, is veel te doen. Aanhangers van het paleodieet propageren een dieet vol vlees, vis, fruit, noten en rauwe groenten. Dat zou beter aansluiten op onze spijsvertering, die de afgelopen twee miljoen jaar nauwelijks veranderd zou zijn. Zetmeel uit aardappelen, granen en rijst vinden ze verdacht.

Maar het aandeel van vlees in het oerdieet is lange tijd overdreven, schrijven de Israëli. Daar is een simpele reden voor: dierlijke etensresten blijven bewaard, terwijl ongegeten schillen, bladeren of stengels van planten zijn vergaan.

iStock

‘Vosnoten’ zijn zaden van de waterplant Euryale ferox. Ze kunnen rauw gegeten worden, of gepoft.

De archeologen hebben het geluk dat die plantenresten wél bewaard zijn gebleven in de Hula-vallei in Noord-Israël. 780.000 jaar geleden lag hier een groot en ondiep meer, omringd door moeras. Aan de oude meeroever zijn werktuigen en vuurplaatsen gevonden van homo erectus. En, een unicum, ook de zaden, noten en schillen die erectus hier achterliet, zijn bewaard gebleven. De plantenresten zijn zo snel bedekt met slib bedekt dat ze niet zijn vergaan.

De archeologen bestudeerden in totaal 100.000 resten van 117 verschillende plantensoorten. Iets meer dan 9.000 daarvan waren afkomstig van eetbare planten, van ten minste 55 verschillende soorten. Die eetbare planten zijn door mensen verzameld, redeneren de onderzoekers: in aardlagen mét sporen van mensen vonden ze tien keer meer eetbare planten dan in lagen zonder menselijke sporen.

Lucy Kubiak-Martens, paleobotanicus bij archeologisch adviesbureau Biax, vindt dit het zwakste punt van het artikel. „We weten niet of deze planten ook écht als voedsel zijn verzameld. Daar leveren de onderzoekers althans geen bewijs voor, zoals verkoolde plantenresten.”

Drie eetbare waterplanten zijn zo rijk aan koolhydraten en zijn zo talrijk aanwezig dat ze als stapelvoedsel kunnen hebben gediend: vosnoten, pijlkruid en waternoten. Vosnoten zijn de zaden van een waterlelie, van pijlkruid en waternoot zijn de wortelknolletjes eetbaar. In het Midden-Oosten zijn deze soorten inmiddels uitgestorven, maar in Oost-Azië worden ze nog geteeld en gegeten.

iStock

Pijlkruidknollen. Pijlkruid groeit in ondiep water.

Die stapelvoedselinterpretatie sluit aan bij het idee dat zetmeelrijke knollen, wortels en bollen een hoofdbestanddeel vormden van het dieet van vroege mensen. Groene planten zijn alleen beschikbaar in de lente, noten en fruit in de zomer, maar knollen en wortels kun je het hele jaar door opgraven. De Israëli opperen dat homo erectus die wortels en knollen misschien roosterde, om ze beter verteerbaar en minder giftig te maken. Dat is controversieel: de oudste sporen van vuurgebruik door mensen zijn 400.000 jaar oud.

Het is niet zo dat mensen in de Hula-vallei nooit vlees of vis aten, benadrukken de onderzoekers. Er zijn slachtplaatsen gevonden waar damherten en een enkele olifant zijn geslacht. Maar de diversiteit aan planten alleen al was genoeg om „mensachtigen te voorzien van een rijke en gevarieerde voeding, het hele jaar door”.

    • Lucas Brouwers