Aan geld geen gebrek richting ‘Tokio’

Verdeling topsportgelden

De sportbonden hebben ter voorbereiding op de Spelen van 2020 in Tokio meer geld te besteden. Zeilen en judo zijn de koplopers.

Tessa van Schagen (rechts) en Dafne Schippers in actie tijdens de estafette in Rio de Janeiro. Er gaat de komende jaren meer geld naar atletiek. Foto Olaf Kraak/ANP

In sporttermen uitgedrukt zijn atletiek, vrouwenturnen, boksen, badminton, softbal, schoonspringen, mannenwaterpolo en worstelen de grote winnaars bij de verdeling van topsportgelden door koepel NOC*NSF voor de olympische cyclus tot en met de Spelen van 2020 in Tokio. Grote verliezers zijn: rugby sevens, slalomkano en mountainbike, die niet meer ondersteund worden. Zwemmen, tafeltennis en golf hebben flink moeten inleveren.

De verdeling van de pot geld – in totaal 26.304 miljoen euro per jaar – verliep minder pijnlijk dan vier jaar terug. Een gevolg van toegenomen realiteitszin bij de bonden, concludeert technisch directeur Maurits Hendriks. Waar ter voorbereiding op de Spelen van Rio de Janeiro sommige bonden met extreme verzoeken kwamen, in de hoop dat het resultaat ruimschoots zou meevallen, waren de aanvragen deze keer reëel.

De zwembond bijvoorbeeld vroeg voor ‘Rio de Janeiro’ 20 miljoen en was met 1,5 miljoen vier jaar lang het ruimst bedeeld. Voor ‘Tokio’ is daar op jaarbasis 1,26 miljoen van overgebleven. Je zou dat als een straf voor de matige resultaten bij het langebaanzwemmen op de Spelen kunnen uitleggen, maar dat is volgens NOC*NSF niet het geval. Hendriks zei dat vier jaar geleden extra geld voor talentontwikkeling was bestemd, een uitgave die is ingetrokken.

Meeste geld voor de zeilers

De succesvolle zeilers krijgen in de nieuwe olympische cyclus het meeste geld van NOC*NSF: jaarlijks 1,6 miljoen. Opvallende nummer twee op de subsidielijst, met 1,5 miljoen per jaar, is judo, een sport waarin olympisch zwaar teleurstellend is gepresteerd. Maar judo wordt deels beloond voor zijn stap naar centralisatie op het nationale sportcentrum Papendal, door veel judoka’s een zwaar bekritiseerd besluit.

De verdeling van het geld voor topsportprogramma’s is niet louter een interne zaak bij NOS*NSF. Een zware, adviserende rol heeft een expertpanel, bestaande uit: voorzitter Jan Loorbach, voormalig NOC*NSF-bestuurslid en oud-chef de mission, Toon Gerbrands, voormalige volleybalbondscoach en directeur van PSV, Jeroen Stevens van de golffederatie, Patrice Assendelft van de motorsportbond, en voormalig waterpolo-international Miek Cabout namens de atletencommissie van NOC*NSF.

Hun overwegende tevredenheid danken de sportbonden mede aan minister van Sport, Edith Schippers. Zij trekt met het oog op de Spelen van 2020 tien miljoen per jaar extra uit voor topsportfinanciering. Van dat bedrag wordt vier miljoen aangewend voor programma’s.

Na een periode van krimp ziet de financiering van de topsport er weer rooskleurig uit. Mede dankzij de fusie van de Staatsloterij en de Lotto, waarvan een belangrijk winstdeel wordt afgedragen aan de sport, én de structurele tien miljoen van Schippers is er voor het eerst in vier jaar meer geld beschikbaar. In 2013 was de afdracht aan Lottogelden nog 52,2 miljoen en kon 44,4 miljoen doorgesluisd worden naar de sport. In de daaropvolgende jaren daalde dat cijfer tot 41,4 miljoen en 40 miljoen voor de sport. Voor 2017 is de afdracht van loterijgelden berekend op 45 miljoen, met een toelage van 42,5 miljoen voor de sport. Langzaam keert de financiering terug op het oude niveau.