Maura Visser is terug uit haar ballingschap

Maura Visser, handbalster

Maura Visser (31) had na haar jarenlange verbanning geen hoop meer op een rentree bij de Nederlandse handbalploeg. Tot de coach met wie ze botste, vertrok.

Maura Visser is terug in de Nederlandse handbalploeg. „Ik had de Spelen willen meemaken, en dat kon niet.” Foto Olaf Kraak

De paria is terug. Maura Visser werd onlangs, na een onderbreking van vijf jaar, weer liefdevol opgenomen in de Nederlandse handbalselectie, waaruit de vorige bondscoach, Henk Groener, haar na een hoog opgelopen conflict resoluut had verstoten. Vreemd en vertrouwd, vindt ze. „Maar vooral een apart gevoel om terug te zijn.”

Nee, ze hoefde zich nog net niet voor te stellen aan haar teamgenoten. Met een aantal heeft ze nog een verleden in het Nederlands team en tegen al die jonge, nieuwe meiden heeft ze wel eens in clubverband gespeeld. Het oogde ook niet vreemd, Visser te zien trainen met ‘Nederland’ op haar rug. De nieuwe ‘oma’ – ze is met 31 jaar in één klap teamoudste – draait in alle oefeningen soepel mee. Alsof ze nooit is weggeweest.

Maar Visser is dan ook een speciale speelster, die de afgelopen vijf jaar in de nationale ploeg thuishoorde. Haar afwezigheid lag aan een botsing met bondscoach Groener op het WK van 2011 in Brazilië. De twee heethoofden hebben nooit willen zeggen wat er nou precies aan de hand was, maar het verhaal wil dat de opbouwspeelster een wissel weigerde – not done in het handbal – en de coach daarbij dusdanig schoffeerde dat hij haar definitief dumpte als international. Exit Visser, diverse verzoeningspogingen van haar kant ten spijt.

Terug op Papendal, aan de vooravond van het EK, lijkt de lach niet van haar gezicht te verdwijnen, zo tof vindt Visser haar rentree. Na 122 interlands had ze zich verzoend met de rol van verschoppeling, ook al voelde ze zich altijd verbonden met het nationale team. Nee, ze had niet verwacht terug te keren, maar leefde op afstand altijd intens mee. De gemiste grote toernooien, de Olympische Spelen in Rio voorop, deden pijn, véél pijn, zodanig dat Visser het afgelopen zomer niet kon opbrengen naar de olympische wedstrijden van Nederland te kijken. „Te confronterend”, zegt ze. „Ik had de Spelen willen meemaken, en dat kon niet.”

Nadat Groener zijn afscheid had aangekondigd, kwam spontaan, diep vanuit haar gevoel, de gedachte aan een terugkeer bij haar op. Even maar, want Visser dacht niet dat ze als veteraan, die voorzichtig denkt aan het moederschap, nog wat te zoeken had in een team dat zonder haar tweede op het WK en vierde op de Spelen was geworden.

Tot het belletje kwam van Helle Thomsen, de nieuwe Deense bondscoach. Of Visser openstond voor een terugkeer? Ze opende het gesloten boek en zei spontaan ‘ja’ , meer op basis van gevoel dan ratio. Want er is een maar. Houdt haar lichaam het vol? „Ik heb na problemen met mijn knie bij mijn (Duitse) club Bietigheim de balans gevonden tussen trainen en spelen. Het Nederlands team brengt wel een extra belasting met zich mee.”

Tokio? Nee, dat haalt ze niet

Ze ziet wel, dat is haar houding. Want Visser wil nog zo graag, heeft ze gemerkt. Het telefoontje van Thomsen heeft haar ambities weer aangewakkerd. De kans om in haar nadagen nog een groot toernooi mee te maken laat ze niet glippen. Maar verder dan het EK, dat afgelopen weekeinde in Zweden begon, wil de oude en nieuwe international niet kijken. En olympisch dromen wil ze al helemaal niet, ook al is de deur naar Tokio op een kier gezet. „Nee joh, de Olympische Spelen van 2020 ga ik zeker niet halen, dat kan ik nu al zeggen. Ik ben dan 35 en ik wil zeker niet zo lang wachten om moeder te worden.” Punt. Duidelijk.

Er heeft zich een andere Maura Visser bij het nationale team gemeld, zegt ze zelf. Een volwassen speelster die heeft leren relativeren. Daar was vijf jaar geleden geen sprake van. Toen gierden de emoties door geest en leden. Visser reageerde impulsief en dook op elke onrechtvaardigheid. Ze heette een lastige tante te zijn. Achteraf gezien herkent ze die houding en heeft ze spijt van bepaalde uitbarstingen. Daaronder haar aanval op Groener in Brazilië. De conflicten hebben haar ook milder gemaakt.

Maar, waarschuwt Visser alvast: haar karakter is hetzelfde gebleven. Ze blijft een gevoelsmens, die ten strijde trekt tegen onbillijkheid. Ze is alleen verstandiger geworden. „Ik heb ingezien dat aanpassingen soms noodzakelijk zijn. Niemand wil voortdurend problemen. Af en toe denk ik weleens: wat heb ik toch allemaal gedaan? De andere kant is dat die gedrevenheid me ook ver heeft gebracht. Maar nu denk ik af en toe wel: er is meer dan handbal.” En ze lacht, zoals alleen Maura Visser dat kan, met die onschuldige blik van: tja, zo ben ik nu eenmaal.

Haar meer volwassen houding dankt Visser mede aan haar Duitse vriend Philipp Pentke, professioneel doelman van Derde Bundesligaclub Jahn Regensburg. Maar de handbalster is wel zo dominant dat ze haar toekomst buiten het handbal in Nederland heeft gegarandeerd, in Den Haag, om precies te zijn, de geboorteplaats waarnaar ze steeds sterker terugverlangt. Legt haar vriend zich daarbij neer? Visser, met een veelbetekenende lach: „Hij spreekt al heel goed Nederlands, hoor.”