Snelste Nederlander in Astana heet Daidai Ntab

Schaatsen

Daidai Ntab won bij de wereldbeker in Astana voor het eerst een 500 meter. Op de sprint kondigt zich een generatiewisseling aan.

Foto TATYANA ZENKOVICH/EPA

Een opvallende naam voor een Nederlandse schaatser, ongehoord snel op de eerste honderd meter en in trainingen vaak ijzersterk. Maar dat Daidai Ntab afgelopen weekeinde in Astana de eerste 500 meter om de wereldbeker zou winnen? Na een nagenoeg perfecte race klokte de 22-jarige sprinter van Team Plantina zaterdag een toptijd van 34,52 seconden; een dik persoonlijk record, sneller dan het baanrecord van de Russische wondersprinter Pavel Koelizjnikov. Een dag later volgde in 34,72 de vierde plaats, achter Koelizjnikov is hij nu tweede in het klassement van de wereldbeker. De naam Daidai Ntab? „Onthouden, rekening mee houden in de toekomst”, sprak hij lachend voor de camera van de NOS.

Ntab, zoon van een Amsterdamse moeder en een Senegalese vader, was op de snelle baan in de hoofdstad van Kazachstan niet de enige verrassende winnaar. Vooral veel Nederlandse toppers ontbraken omdat ze de voorkeur geven aan een trainingsperiode. Zonder Sven Kramer (ook komend weekeinde afwezig in Heerenveen), Kjeld Nuis, Ireen Wüst en Jorrit en Heather Bergsma zagen andere schaatsers hun kans schoon.

Gewonnen van toppers

Na de eerste Nieuw-Zeelandse wereldbekerzege van Peter Michael vrijdag op de vijf kilometer, won de Canadees Vincent De Haitre voor het eerst de 1.000 meter. Bij de vrouwen was de Japanse Miho Takagi de snelste op de 1.000 en 1.500 meter. En niet Nederland maar Japan was zowel bij de mannen als de vrouwen de sterkste op de ploegachtervolging.

De eerste wereldbekerzege van Ntab kreeg extra reliëf omdat op de 500 meter de toppers juist wel meededen. Zijn 34,52 was zelfs te machtig voor het Russische sprintgeweld van Roeslan Moerasjov (34,57) en Koelizjnikov (34,61), die vorig jaar respectievelijk zilver en goud wonnen bij de WK afstanden in Kolomna. „Ik keek naar de klok en kon mijn emoties niet voor me houden”, zei Ntab, die slechts één keer eerder onder de 35 seconden had gereden (34,96). „Dit is ongelofelijk, ik kan ’t niet bevatten.”

Ntab plaatste zich eind oktober bij de KNSB Cup als nummer vier van Nederland voor de eerste wereldbekerwedstrijden. In Harbin eindigde hij als negende, in Nagano als elfde. Ook toen waren er verrassende winnaars op de kortste afstand: de Kazach Roman Krech en de Duitser Nico Ihle. Na de winst van Ntab ging de tweede 500 meter in Astana naar Moerasjov, die Koelizjnikov en de Pool Artur Was achter zich hield. „Je ziet dat alles heel dicht bij elkaar zit”, concludeerde nummer vier Ntab. „Als je een goede dag hebt, kun je zelfs winnen.”

Generatiewisseling

In Nederland kondigt zich geleidelijk een generatiewisseling aan op de 500 meter. Na de historische ‘sweep’ van Sotsji 2014 – goud Michel Mulder, zilver Jan Smeekens, brons Ronald Mulder – staan vooral in de ploeg van coach Gerard van Velde nieuwe topsprinters klaar. De 22-jarige Kai Verbij, in Astana wegens ziekte in de achterhoede, brak vorig seizoen al door. Nu is het de beurt aan zijn leeftijd- en ploeggenoot Ntab.

Terwijl Ntab in Astana doorbrak, kwam olympisch kampioen Michel Mulder bij zijn rentree in het internationale circuit nog tekort. In de B-groep werd hij zaterdag gediskwalificeerd na twee valse starts en eindigde hij een dag later pas als twintigste in 35,48. „Een rommelig ritje”, oordeelde hij na afloop bij de NOS. Mulder verruilde dit seizoen de ploeg van coach Van Velde en tweelingbroer Ronald voor zijn eigen team Victorie, dat nog altijd op zoek is naar een sponsor. Hij hoopt zich eind december in Thialf te plaatsen voor de grote toernooien. „Ik ga rustig verder.”

Of hij zich zorgen maakt over het hoge niveau van Ntab, vorig jaar nog zijn ploeggenoot? „Ik weet dat Daidai fysiek heel erg sterk is. Je rijdt niet zomaar 34,5, dat is gruwelijk snel.” Hoewel zijn broer Ronald in Astana op de tweede 500 meter nog als zevende eindigde (34,81) ziet ook Michel Mulder een wisseling van de wacht. „Het was heel lang Smeekens-Mulder-Mulder. Nu is het Kai en Daidai. Voor Nederland wel mooi, voor ons moeilijker om ons ertussen te rijden.”

    • Maarten Scholten