Oostenrijkers kiezen opnieuw voor de Groene Van der Bellen

Presidentsverkiezingen Oostenrijk

Een Groene economie-professor wordt president van Oostenrijk. En niet de extreem-rechtse kandidaat Norbert Hofer.

Verliezend presidentskandidaat Norbert Hofer (FPÖ) schudt de hand van het nieuwe Oostenrijkse staatshoofd Alexander Van der Bellen bij aanvang van een tv-debat na afloop van de verkiezingen van zondag. Foto Herbert Neubauer/AFP

Het was de langste en vunzigste verkiezingscampagne die Oostenrijk ooit heeft meegemaakt. En tegelijkertijd ook de meest ontnuchterende. Door Alexander Van der Bellen voor de tweede keer na de geannuleerde verkiezing van afgelopen zomer tot president te kiezen, hebben de Oostenrijkers zondag duidelijk aangegeven dat zij geen zin hebben in Brexit- of Trumpachtige avonturen in de politiek. „Oostenrijk blijft een open, kosmopolitisch land”, zei een opgeluchte Van der Bellen.

In mei won Van der Bellen op het nippertje van de extreemrechtse kandidaat Norbert Hofer – met 30.000 stemmen verschil. Door deze anti-establishmentkandidaat van de FPÖ zo ver te laten komen, gaven de kiezers een signaal af: er moest iets veranderen. Dat signaal was voor velen heel belangrijk, in een land dat al zeventig jaar door dezelfde stroperige coalitie van conservatieven en socialisten wordt geregeerd.

Maar anders dan de Britten bij het Brexitreferendum en de Amerikanen bij de verkiezing van Donald Trump hielden de Oostenrijkers zich bij de stembus in. Zij gebruikten de FPÖ graag als breekijzer, maar vertrouwen haar de macht niet toe. De Oostenrijkers zagen de chaos en onzekerheid na Brexit en Trumps verkiezing, en durfden het niet aan. Mede door dit omgekeerde ‘Trumpeffect’ kreeg Van der Bellen meer stemmen dan in mei, toen het van de rechter wegens procedurefouten over moest: 53,3 procent.

Amerikaanse toestanden

Dit is de tweede keer in een week dat de Europese kiezer, terwijl het continent de adem inhoudt, een populistische politicus naar huis stuurt die van angst zijn voornaamste campagnethema maakt en dat hard inzet. In Frankrijk moest Nicolas Sarkozy vorige week bij de conservatieve voorrondes het veld ruimen omdat kiezers op safe wilden spelen; zij sturen liever de conventionele conservatief François Fillon als kandidaat naar de presidentsverkiezingen. Eerder, in oktober, verloor de Hongaarse president Orban een anti-immigratiereferendum. Kennelijk willen Europese burgers ongerustheid en boosheid over diverse thema’s duidelijk en emotioneel uitdragen – maar ze blijven als puntje bij paaltje komt rationele leiders prefereren, als die voorhanden zijn.

Negativisme

Het was niet alleen de angst voor Britse en Amerikaanse toestanden die Van der Bellen aan het presidentschap hielp. Kiezers schrokken ook terug voor het negativisme dat opborrelde. Vorige maand sprong er een asielzoeker voor een tram, en meteen verschenen er op een officiële Facebook-pagina van de FPÖ oproepen van partijsympathisanten als: „Jammer dat hij niet dood is” of „Ik wou dat andere asielzoekers dat deden”. De partijleiding greep niet in.

Ook werd Van der Bellen heel hard aangepakt. Hofer, een 45-jarige oud-vliegtuigbouwer, verweet de 72-jarige voormalige Groene economieprofessor dat hij dement was, kanker had, spioneerde voor het Oostblok en Fidel Castro, dat hij communist was en zoon van een nazi. Vorige week verscheen er een foto van Van der Bellen op een FPÖ-site, die wazig gemaakt was zodat het leek alsof hij maar een halve snor had. Daaronder werd gesuggereerd dat hij „vergeten” had zich goed te scheren – implicerend dat de man seniel is en ongeschikt voor het presidentschap. De FPÖ behandelde Van der Bellen zoals Trump op Hillary Clinton inbeukte: met persoonlijke aanvallen en gefabriceerde aantijgingen.

Van der Bellen was constant in de verdediging. Hij duikelde dokters op die verklaarden dat hij kerngezond was, toonde documenten over zijn vader, zette foute citaten recht. Hij vocht steeds op het terrein van zijn tegenstander.

Dat maakte het moeilijk voor hem om zijn eigen thema’s aan te kaarten: dat Oostenrijk een kosmopolitisch en verdraagzaam land moet blijven, ingebed in de Europese Unie.

Oostenrijkers zijn niet erg dol op de EU, nooit geweest ook. Maar zij verdienen er goed aan, en weten dat heel goed. Hofer zinspeelde op uittreding uit de EU – onder bepaalde omstandigheden. En ontkende dat dan een week later. Hij wilde het land ook bij de Visegradgroep van vier Oost-Europese landen aansluiten, om gezamenlijk „tegen Brussel” te vechten over zaken als immigratiequota. Hij wilde nauwere banden tussen Duitssprekenden uit het voormalige Habsburgse Rijk en sprak over een referendum voor zelfbeschikking in Zuid-Tirol (in Italië).

De kiezer voelde niet voor deze avonturen. Oostenrijk boert goed als ‘brug’ tussen Oost- en West-Europa, en wil aan de kant van ‘West’ staan. Opiniepeilingen tonen al jaren aan dat tweederde van de Oostenrijkers in de EU wil blijven.

Gevlucht voor Rode Leger

Van der Bellen, zoon van een welgestelde Rus die voor het Rode Leger vluchtte, kwam als kind naar Oostenrijk. Hij heeft gezegd dat hij een ceremoniële president wil zijn, die zijn volmachten weinig zal gebruiken.

De komende parlementsverkiezingen staan voor 2018 gepland. Tot nog toe gingen velen ervan uit dat Hofer president zou worden en dat de regeringscoalitie waar de FPÖ zich zo tegen afzet dan eerder zou struikelen – waarna een FPÖ-regering zou aantreden. Het eerste is niet gebeurd. Wie weet kan het tweede dan ook heel anders lopen.