Recensie

Onsterfelijk thema, maar de schrijfstijl schiet tekort

Roman

Van deze krant ontving Vrouwkje Tuinman voor haar vorige roman een mooi compliment: De rouwclub, over een groep mensen die doorsloeg in het rouwen na de dood van een gezamenlijke vriend, ‘raakte aan iets dat verder reikt dan de gebruikelijke wegen van het menselijk verdriet’. Het citaat staat fier op de flap van Tuinmans nieuwe roman, waarin een verwante thematiek wordt behandeld.

In Afscheidstournee lukt het Achille, de zoon van de legendarische violist Niccolò Paganini, maar niet om na de dood van zijn vader een eigen leven op te bouwen. Achille zat als kind vaker met pa in Europese concertgebouwen dan in de schoolbanken, en die over-innige tijd staat hem nu in de weg. Hij is nog zo jong, maar met zijn vaders dood is hij zelf ook goeddeels overleden.

Zo bezien heeft Tuinman met de belastende erfenis van een bekende ouder mooi materiaal in handen; er komen onmiddellijk herinneringen bovendrijven aan die keer dat bijvoorbeeld Jordi Cruijff voor het eerst een gefilmd voetbalveld betrad, of aan de zoons van John Lennon, die net als hun vader ook muzikant werden. Zouden ze net zo goed zijn?

Tuinman (1974) behandelt het allemaal heel behoedzaam, op een of andere manier wil de postume druk van zijn beroemde vader maar geen echt probleem worden voor Achille. Hij is een beetje een lamzakkerig figuur die geen echte poging onderneemt om zelf iets van de grond te krijgen. Wel is hij lange tijd druk met het vinden van een begraafplaats voor zijn vader, die als brenger van vermeend duivelse muziek in onmin raakte met de, in de negentiende eeuw nog machtige, Katholieke Kerk.

Leden van Achilles almaar uitdijende gezin weten zich inmiddels wél aan het etiket van ‘een nieuwe Paganini’ te ontworstelen; het heeft er, zoals Achille zelf ook opmerkt, alle schijn van dat waarachtig leven blijkbaar soms een generatie overslaat.

Achterin Afscheidstournee vindt de lezer een flinke lijst met de boeken die Tuinman over de Paganini’s raadpleegde voordat ze zelf begon te schrijven.

Ik kan ernaast zitten – want misschien was ik wel nooit op het idee gekomen als deze lijst niet in het boek zou zijn opgenomen –, maar het lijkt erop dat Tuinman zich met de uitwerking van de roman eerder heeft laten leiden door het streven om Achilles ware leven zo waarachtig mogelijk op te tekenen, dan door het tot stand brengen van een structuur en schrijfstijl die een krachtige roman oplevert.

Ook schrijft Tuinman om onduidelijke redenen in cirkels door mededelingen in licht aangepaste vorm doorlopend te herhalen. Slappe hap dus. De dood mag dan een onsterfelijk thema voor de literatuur zijn, in het resultaat moet wel een beetje leven zitten.