Recensie

Nicolaas Jaar rekt geduld en intimiteit tot het uiterste

Na een knetterend intro dat veel levendiger is dan op zijn bejubelde laatste album Sirens zet Nicolas Jaar vrijdagavond de vertraging in tijdens zijn concert in Tivoli. Typisch, zullen de kenners zeggen. Ruimte en opbouw zijn nog steeds de belangrijkste wapens voor het wonderkind uit New York dat sinds debuut Space is Only Noise uit 2011 een breed publiek weet te betoveren met zijn broeierige mix van psychedelische rock, jazz en Spaanstalige zang lang voordat het salonfähig werd om ‘slow burning house’ te draaien in de clubs. De meester van sfeerbeheer rekt het spanningsveld tussen intimiteit en ontlading tot het uiterste in Tivoli. Gekleed in het grijs zingt hij, gebogen als een oude man en verscholen achter een toren vol apparatuur, door duister en rook omhuld. Het is knap hoe hij met live sax en zang alleen het geluid van een klein orkest vertolkt. Maar dan breekt ook koorzang door, en lijkt Jaar vooruit te blikken naar de ontlading die pas na een uur volgt. Voor sommigen duurt dat te lang, er wordt gekletst. Maar als hij het Spaanstalige No inzet, dwingt hij de tot de trappen volgepakte Ronda-zaal tot heupwiegen. Na dreigende gitaarriffs in rocknummer Three Sides of Nazareth klinken stotterende broken beats. Jaars saxofoon knettert, het publiek joelt. Als hij zijn grootste hit Space is Only Noise If You Can See inzet, is de ontlading is compleet. Wie geduld heeft wordt beloond.

    • Rolinde Hoorntje