Column

Het boekje van Emile

CULRoosmalen 1

Pim Fortuyn was de eerste politicus die van zijn schrijven kon leven. Hij gaf zijn boeken, meestal verzamelbundels van eerder verschenen columns, in eigen beheer uit. Als hij ergens sprak regelde hij met de organisatie dat er voor elke aanwezige een boek werd afgenomen. Dat leverde veel meer op dan een dagvergoeding en werden de aanwezigen later nog eens aan je herinnerd, legde hij na een voordracht in Eindhoven uit, waar hij kraaiend van plezier achter een tafel kroop om al die werkjes van een handtekening te voorzien.

Nadat hij als lijsttrekker van zijn eigen partij zonder verkiezingsprogramma zei dat iedereen zijn plannen met Nederland maar moest destilleren uit zijn boek De puinhopen van acht jaar Paars vloog dat de boekhandels uit.

Geïnspireerd door Fortuyn begonnen steeds meer politici hun ideeën op te schrijven, de een wat vlotter dan de ander. Zelf kreeg ik vorige week bij een bezoek aan het hoofdkantoor van de SP in Amersfoort het boekje Het kan wel van SP-leider Emile Roemer cadeau. Het was in ieder geval niet geschreven om eraan te verdienen.

„We geven het aan nieuwe leden, en ook aan andere mensen”, zei de baliemedewerkster, die het zelf ook had gekregen. Ze had het nog niet gelezen.

Het bleek een bundeling reisverslagen door wat Emile ‘de buitenwereld’ noemt. Emile kwam als SP-leider op heel veel plekken en maakte daar bijna niets mee, een originele insteek. Tijdens de economische crisis liet hij bijvoorbeeld zijn portemonnee liggen op een tafeltje van een terras in Athene, die dan wordt gevonden – en teruggebracht! – door een gewone Griek. Verder nam Emile een kijkje in een groentekas met tomatenplantjes en liet hij zich tijdens het schrijven over zijn bezoek aan een vluchtelingenkamp in Kenia inspireren door René Froger.

„Een eigen huis, een plek onder de zon. Ergens thuis zijn willen we allemaal.”

Ik genoot het meest van het hoofdstuk ‘In de Kuip met Ronald Koeman’ waarin de SP-leider samen met een journalist van de partijkrant een bezoek brengt aan Ronald Koeman, die dan nog trainer van Feyenoord is.

‘Het gras van De Kuip buigt zachtjes mee als ik met Ronald Koeman voorzichtig over deze voetbalheilige grond in Rotterdam-Zuid loop’, schrijft Roemer poëtisch. ‘Terwijl de interviewer zijn werk doet, vertel ik Ronald hoe de interesse voor de politiek er thuis met de paplepel werd ingegoten. De Feyenoordtrainer hoort het met interesse aan.’

Ik ben bang dat Emile Roemer echt denkt dat Ronald Koeman, van wie je zeker weet dat hij niet op de SP stemt, toen naar hem luisterde. Of erger nog: dat ze vrienden zijn. ‘Ik neem afscheid van Ronald Koeman’, schrijft Emile. ‘En ik denk: hij heeft de Europacup gewonnen en is Europees kampioen geworden. Ik heb nog een lange weg te gaan.’

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.