Column

Gewone mensen zijn niet interessant

jankuitenbrouwer0

Waar we het helaas toch weer over moeten hebben is over de vraag of de media te elitair en/of te links zijn.

In het spraakgebruik gaan die twee eigenschappen als vanzelfsprekend samen. Ooit stond ‘links’ voor het volk en ‘rechts’ voor de elite, kennelijk is dat niet meer zo. Als de elite links is, waarom hebben we de afgelopen dertig jaar dan alleen centrum- en rechtse kabinetten gehad? En zijn ‘de media’ links? Wilders en andere nieuw-rechtse commentatoren beweren dat altijd. Hebben zij het dan over de makers of over wat zij maken?

Dat de meeste journalisten links of linksig zijn, valt niet te ontkennen. De redacties van NRC en de Volkskrant tellen vast weinig VVD-stemmers, maar ook bij de Telegraaf en Elsevier zijn die in de minderheid, vermoed ik. Journalisten zijn onderzoekende, extraverte, creatieve mensen, en dat menstype is nu eenmaal veranderingsgezind. Hervormers zoeken het voetlicht, hoeders van de status quo prefereren de luwte, achter de muren van hun instituties.

Als toptalent het liefst bij media met een linkse signatuur werkt, ontstaat door die natuurlijke selectie een kwaliteitsverschil. Het corrigeren van de links-rechts balans in de media zou de kwaliteit omlaag brengen, en dat is niet in het belang van de afnemer. Voor rechts is dit natuurlijk een ongemakkelijke waarheid, daarom blijven zij beweren dat het een samenzwering is.

Maar is wat die ‘linkse’ journalisten maken altijd ook ‘links’ van inhoud? Zijn er bijvoorbeeld talkshows waar rechtse sprekers geweerd worden? Nee, in alle NPO-programma’s waar politieke discussie plaatsvindt, schuiven (nieuw)rechtse opiniemakers zeker zo vaak aan als linkse. Dat zij desondanks blijven roepen dat zij niet gehoord worden is vooral om de boosheid bij hun achterban op peil te houden, die een sterke immuniteit heeft voor feiten en cijfers.

Dan is er ook nog het idee dat in de media te weinig ‘gewone mensen’ aan het woord komen. Daags na de verkiezing van Donald Trump liet Shula Rijxman, voorzitter van de NPO, weten dat zij daar nog eens goed naar wilde kijken. Beste mevrouw Rijxman, dat wilt u niet. Én het is politiek onmogelijk.

De reden is een andere ongemakkelijke waarheid, namelijk dat gewone mensen niet interessant zijn! Mijn vader hield van koken en zijn motto was: met ganzenlever en kaviaar kun je alles lekker maken, uit alledaagse ingrediënten iets bijzonders bereiden, dát is de kunst. Voor de journalistiek geldt deze wet ook. Gewone mensen moet je interessant máken. Zoals je van een prei en een aardappel een vichyssoise maakt, ik noem maar iets. Maar dat vergt tijd, toewijding en een uitgekiend recept.

Kun je die subtiele soep vervolgens verkopen? Ja, aan een beperkt aantal liefhebbers. Wil je een miljoenenpubliek bereiken, dan moet je iets hebben dat iedereen lust en lekker snel klaar is. Knakworst, Ikea-balletjes, Chicken Tonight. Fastfood! In televisietermen: Peter R. De Vries, Halina Reijn, Rene van der Gijp. Pittige, sappige, hapklare snacks die zo uit de Rolodex op de buis kunnen. Dat zijn geen gewone mensen, dat zijn vaklui met een speciaal talent. Om met ‘gewone mensen’ hetzelfde publiek te bereiken is heel wat ingewikkelder en misschien wel onmogelijk. Je zegt toch ook niet dat het circus meer ‘gewone mensen’ moet inzetten?

Dus, mevrouw Rijxman, uw streven naar meer gewone mensen bij de NPO zou geloofwaardig zijn als het gepaard ging met een drastische verlaging van de kijkcijfer-eisen. Dat zou dan weer betekenen dat je de STER afschaft en de staatsbijdrage aan de NPO verhoogt. PVV en VVD zullen dat nooit toestaan, want die vinden de NPO veel te links en elitair. Omdat er te weinig ‘gewone mensen’ aan het woord komen. Kortom: u kunt geen kant op.

Jan Kuitenbrouwer is columnist en directeur van Kuitenbrouwer Woorden Die Werken.