Italiaanse premier Renzi treedt af na verloren referendum

De gevreesde politieke crisis in Italië is een feit. Matteo Renzi legt maandagmiddag zijn premierschap neer, nadat hij het grondwetsreferendum zondag met duidelijk verschil verloor.

Renzi tijdens de persconferentie waarin hij zijn aftreden bekendmaakt, in het Palazzo Chigi in Rome. Foto: Alessandro Bianchi/Reuters

De Italiaanse premier Matteo Renzi zal maandagmiddag zijn functie neerleggen nadat het referendum zondag in Italië over een aantal grondwetswijzigingen is geëindigd in een duidelijke overwinning voor de nee-stemmers.

“Ik heb verloren”, zei Renzi in een verklaring kort na middernacht, toen duidelijk werd dat het nee-kamp de zege niet meer kon ontgaan. Uiteindelijk waren de verhoudingen 59,1 tegen 40,9 procent.

Commentaren op de Italiaanse tv spraken van een Rexit, een exit van Renzi. Het is nog onduidelijk of hij na deze zware en persoonlijke nederlaag ook de leiding van de centrum-linkse Democratische Partij neerlegt.

Meerdere winnaars

De morele winnaars zijn de leiders van de twee populistische protestpartijen: Beppe Grillo van de post-ideologische Vijfsterrenbeweging, die volgens een laatste peiling ongeveer 30 procent van de kiezers achter zich heeft, en Matteo Salvini van de rechtse Lega Nord, die in de peilingen op ongeveer 15 procent staat en daarmee virtueel de grootste partij op rechts is. Ook Forza Italia, van oud-premier Silvio Berlusconi, claimt de overwinning van het ‘nee’, net als de groep tegenstanders van Renzi binnen zijn eigen Democratische Partij.

In financiële kringen is gevreesd dat politieke instabiliteit zal leiden tot extra druk op de zwakke banken en daarmee tot nieuwe onrust in de eurozone. De Monte dei Paschi di Siena, de derde bank van het land, is nu bezig met een gecompliceerde reddingsoperatie waarvan het succes lang niet zeker is.

De meerderheid van Renzi’s Democratische Partij in de Kamer van Afgevaardigden staat door dit referendum niet direct ter discussie. Bovendien zijn veel partijen het erover eens dat er eerst een nieuwe kieswet moet komen voordat er vervroegde verkiezingen kunnen worden uitgeschreven. Ook president Mattarella, die het uiteindelijke besluit moet nemen, heeft zich in deze zin uitgelaten.

Nee-kamp verdeeld

In een eerste reactie zei Matteo Salvini, leider van de rechts-populistische partij Lega Nord die zich laat inspireren door het Front National van Marine Le Pen, dat de uitslag ook een nederlaag is voor belangrijke lobbygroepen als de bankiers en de werkgevers, die vrijwel alle voor het ja waren.

Een belangrijk verschil met het Brexit-referendum en met de overwinning van Donald Trump in de VS is dat hier niet duidelijk ‘boze burgers’ aan één kant stonden. Beppe Grillo van de post-ideologische populistische Vijfsterrenbeweging had het ‘nee’ geplaatst in de algemene afwijzing door zijn beweging van heel de ‘oude politiek’.

Premier Renzi had het ‘ja’ beschreven als een stem tegen de politieke klasse, omdat de groep beroepspolitici door de verandering van de Senaat 315 goed-betaalde zetels zou kwijtraken. In zijn verklaring na zijn nederlaag herhaalde hij dat de Italiaanse politiek in zijn ogen teveel met zichzelf bezig is en dat er, met tegen de duizend afgevaardigden in Kamer en Senaat, teveel politici zijn.

Lees ook dit profiel van Matteo Renzi terug: Koppigheid en arrogantie keren zich nu tegen Renzi

Sommige tegenstanders hebben hun nee beargumenteerd met kritiek op de slordige manier waarop een deel van de grondwetswijziging is geformuleerd, vooral het voorstel over een Senaat met minder leden en minder bevoegdheden.

Deze tegenstemmers willen wel verandering, maar doordachter. Renzi zei dat het nu aan het nee-kamp is om alternatieven aan te dragen om de Italiaanse politiek efficiënter te maken. Maar de kans dat er snel een nieuwe, anders uitgewerkte grondwetswijziging komt is klein.

Daarvoor is het nee-kamp te heterogeen. Dat ging van de neofascistische organisatie Casa Pound via de rechts-populistische Lega Nord, een groot deel van de partij van oud-premier Silvio Berlusconi en de Vijfsterrenbeweging naar tegenstanders in eigen kring en groepen links van Renzi’s Democratische Partij.

Proteststemmers

Verkiezingsonderzoekers hebben erop gewezen dat het nee-kamp geleid is door verschillende impulsen. Een relatief kleine groep heeft inhoudelijke bezwaren tegen de voorgestelde grondwetswijziging. Een grotere groep wilde de kans aangegrijpen om premier Renzi pootje te lichten. Daarbij hoorden vertegenwoordigers van de oppositie op rechts, maar ook een groep tegenstanders van Renzi binnen zijn eigen Democratische Partij die door de premier aan de kant waren gezet.

De Vijfsterrenbeweging wilde vooral een algemene proteststem tegen het politieke bestel laten horen.

De grondwetswijziging was na een moeizame gang door het parlement in april goedgekeurd. Omdat er geen tweederde meerderheid was, moest het per referendum aan de Italiaanse kiezers worden voorgelegd. De discussie hierover in de campagne voor het referendum heeft het land sterk verdeeld. Het felle debat heeft ook bijgedragen tot de hoge opkomst, van 65,5 procent.

De tv-zender La7 gaf indicaties over de stemverhouding als er nu verkiezingen zouden worden gehouden. De Democratische Partij van Renzi zou met tegen de 31 procent net iets meer stemmen krijgen dan de Vijfsterrenbeweging. Maar als de kiezers alleen tussen die twee partijen zouden moeten kiezen, zou de Vijfsterrenbeweging met ongeveer vier procentpunt verschil de Democratische Partij verslaan.