Recensie

Dirigent Lahav Shani geeft visie én techniek

De keuze was deze zomer snel gemaakt: na één gastoptreden benoemde het Rotterdams Philharmonisch Israëliër Lahav Shani (1989) tot de nieuwe chef-dirigent. Over twee jaar treedt Shani aan, als jongste chef in de orkestgeschiedenis. Als opvolger van wereldster Yannick Nézèt-Seguin heeft hij enerzijds veel te bewijzen, anderzijds niets te verliezen.

Dat Shani een groot talent is staat vast. Bij het Radio Filharmonisch etaleerde hij dit weekend in een afwisselend programma rijpe kwaliteiten: techniek, kalmte, uitgesproken ideeën, het vermogen een visie over te brengen. Hoewel hij niet terugdeinsde voor gedurfde keuzes maakte hij het meeste indruk in James MacMillans Viola Concerto (2014), juist door terughoudendheid: de transparantie en klankbalans waren exemplarisch, en stelden de voortreffelijke solist Lawrence Power in staat te schitteren in MacMillans mix van weemoedige lyriek en gekartelde riffs.

In Tsjaikovski’s populaire Vijfde symfonie, die hij uit het hoofd dirigeerde, ging Shani onbesuisder te werk. In het brede Andante leken de tempofluctuaties wat geforceerd, en waar de klankopbouw bij MacMillan subtiel gelaagd was, deed die hier soms schematisch aan. Mede dankzij het uitstekend spelende RFO, met goede houtsoli, kreeg Shani’s interpretatie toch vleugels. De excentrieke walsen van het derde deel klonken erg oorspronkelijk – Shani lijkt in z’n element in muziek die complex en een tikje ongewoon is.