‘De diepe overtuiging dat Nederland niet-racistisch en tolerant is, gaat eraan’

Maatschappelijke discussie

Driekwart van de Nederlanders zegt dat Zwarte Piet niet mag veranderen, maar hun gedrag als consument wijst in een andere richting. „De ridiculisering van het debat is verdwenen.”

Roetpieten bij de intocht van Sinterklaas in Amsterdam vorige maand. Foto Koen van Weel/ANP

Na eeuwen onderdrukking en voortdurende ongelijke behandeling is er een zwarte president van de Verenigde Staten. En door wie wordt die opgevolgd? Door een vuilbekkende racist.

Nee, psychiater Glenn Helberg is niet heel optimistisch over de bestrijding van racisme.

De vraag is hypothetisch. Stel dat de stereotiepe Zwarte Piet over een paar jaar ‘officieel’ uit de samenleving verdwenen is, dat hij niet meer op scholen of tv en nog maar in een enkele winkel te zien is – wat zegt dat dan over de Bewältigung van discriminatie en racisme in Nederland? Is het neerhalen van dit mediagenieke symbool een eerste horde op weg naar een gelijkwaardiger samenleving? Of heeft de discussie over Zwarte Piet de verhoudingen in de maatschappij zo grondig verziekt, dat het einddoel juist verder weg is geraakt en activisten niet meer dan een pyrrusoverwinning hebben behaald?

Cyriel Triesscheijn, directeur van discriminatiemeldpunt RADAR in Rotterdam, noemt de discussie rond Zwarte Piet „long overdue”. „Eigenlijk wisten we in de provincie Nederland allang dat het niet helemaal netjes was wat we deden. Als in ambassades in het buitenland sinterklaas werd gevierd, lieten ze het wel uit hun hoofd om er Zwarte Pieten bij op te voeren.”

Zwarte Piet zal niet de laatste horde zijn in de strijd tegen racisme en discriminatie, zegt Triesscheijn. „Maar hij is een symbool voor hoe over racisme wordt gesproken. Dat gesprek is enkele jaren nauwelijks gevoerd. Zwarte Piet heeft dat opengebroken.” Hij spreekt regelmatig personeelsmanagers. „Niemand van hen doet nog alsof vooroordelen niet bestaan. De ridiculisering van het debat is vrijwel verdwenen.”

Hoewel openlijker dan ooit wordt gesproken over de effecten van discriminatie, is het gesprek over de intenties van degene die van discriminatie wordt beschuldigd volgens Triesscheijn „een mijnenveld”.

Dat ziet psychiater Helberg ook. „Ik begrijp nooit dat mensen die iets discriminerends zeggen, meteen verzekeren: ik ben niet racistisch. Ook als je onopzettelijk een racistische opmerking maakt, ligt het voor de hand om excuses te maken – en niet gekrenkt te doen als je daarop wordt gewezen.”

Kwetsend

Sociaal psycholoog Naomi Ellemers meent dat het voor mensen heel ongemakkelijk is te ervaren dat zij „zonder kwaad in de zin te hebben, met de beste bedoelingen toch iets doen wat door anderen als kwetsend kan worden opgevat”. Logisch, vindt zij, dat die mensen zich ook afvragen of die anderen zich misschien aanstellen of overgevoelig zijn. „Het is lastig ogenschijnlijk kleine aanpassingen te maken in tradities of gewoonten, vooral als ze identiteitsbepalend zijn. En het is lastig dat anderen dat lang niet altijd invoelen, en niet begrijpen waarom het zo’n punt is om je ‘gewoon even aan te passen’.” Ellemers noemt een aanpassing van het sinterklaasfeest daarom „een historische gebeurtenis”.

De vraag is of het stof eromheen ook weer zal neerdalen. Sander van Golberdinge, directeur van Detailhandel Nederland, denkt van wel. „Sinterklaas is een leuk feest waar een heleboel winkeliers een leuk centje aan verdienen. Als retailers zit je er tussenin – aan het eind van de dag zijn voor- en tegenstanders allebei je klant.”

Mensen die de aanpassing van Zwarte Piet zien als een affront, als een aanval op hun cultuur

Vorig jaar heeft Detailhandel Nederland zijn standpunt bekendgemaakt. Een oproep tot meer begrip voor elkaar. Van Golberdinge: „Je zou zeggen: wat kun je dáár nou verkeerd mee doen? Nou ja, we werden ook wel sympathiek bejegend. Maar we kregen ook veel mails en brieven in de trant van: landverraders, jullie buigen voor negers!” Vanuit handelsperspectief bekeken, zegt Van Golberdinge, moet je toewerken naar een nieuwe consensus. „Wij hebben 100.000 leden en die willen tussen hamer en aambeeld uit.”

Ondanks peilingen die tonen dat driekwart van de Nederlanders Zwarte Piet zwart wil houden, constateert Van Golberdinge dat de consument hard veranderd is „sinds een jaar of vier. Heel veel mensen zijn bereid concessies te doen.” Volgens hem „leggen de activisten een argument op tafel waar je niet omheen kunt. Deze discussie is niet hetzelfde als: ik ben geen christen, dus ik wil geen kerstboom. Mensen die de aanpassing van Zwarte Piet zien als een affront, als een aanval op hun cultuur, zeggen vaak: wat zal de volgende stap dan zijn. Nou die is niet: wat is die Kerstman toch wit.”

Zorgen

Daar denkt Ellemers anders over. „Onderzoek in verschillende landen laat zien dat de houding ten opzichte van migranten niet zozeer bepaald wordt door persoonlijke economische omstandigheden (‘ze pakken onze banen af’), maar meer te maken heeft met zorgen over de vraag wat de implicaties zijn voor culturele uitingen, de manier waarop wij samenleven. Dat dit valide zorgen zijn blijkt wel uit de gebeurtenissen in Keulen, nieuwjaarsnacht. De aanpassing van de viering van het sinterklaasfeest voedt dit soort zorgen, ook omdat mensen zich (terecht) realiseren dat dit maar een voorbeeld is, en zich (terecht) kunnen afvragen wat er hierna nog allemaal komt. Het gaat dus niet ‘alleen maar’ om de manier waarop Sinterklaas wordt gevierd, maar voedt veel diepere zorgen over de vraag hoe de Nederlandse samenleving aan het veranderen is en in de toekomst verder zal veranderen.”

Wrok om het verdwijnen van Zwarte Piet zal een tijdje bestaan, verwacht Cyriel Triesscheijn. „Als je het in krijgstermen wilt vangen: de activisten hebben de slag wel gewonnen, maar niet de oorlog.” Toch is hij optimistisch: „Als er een compromis is gevonden wordt dat na verloop van tijd vanzelf de nieuwe traditie.”

Ik denk dat het niet de cultuur is die eraan gaat, maar de notie van Nederlandse onschuld

Helberg zegt: „Ik denk dat het niet de cultuur is die eraan gaat, maar de notie van Nederlandse onschuld, de diepe overtuiging dat Nederland niet-racistisch en tolerant zou zijn.” Bedoelt de psychiater dat de afschaffing van Zwarte Piet een catharsis zou kunnen zijn? „Ik ben blij dat deze discussie de sluimerende agressie blootlegt, dat we zien dat de geroemde Hollandse nuchterheid maar een dun laagje is.” Hij wijt die agressie aan het ongemak met de historische Nederlandse rol in de slavernij en de (post)koloniale periode. „Schaamte en het niet willen voelen van die schaamte kan grote woede oproepen.”

Als psychiater, zegt hij, ziet hij mensen die hun pijn toedekken. „Maar je moet naar die pijn toe. Onderkennen van historische wreedheden, vooroordelen en raciale misvattingen die mede bepalend zijn voor het heden.” Is hij optimistisch over de bereidheid daartoe? Er is geen keuze, zegt Helberg. „Nederland is geen monocultureel land meer en zal het nooit meer worden – een logisch gevolg van het koloniaal verleden. Eerlijke kennis over het gedeelde verleden moet worden besproken en doorgegeven om Nederland tot een rechtvaardig land te maken.”