Cultuur

Interview

Interview

Foto Andreas Terlaak

‘Beethoven was ook een asperger’

Walter Heijder (46) schreef een boek waarin hij stelt dat Beethoven het syndroom van Asperger heeft – net als hijzelf. “Voorheen dacht ik dat het aan de omstandigheden lag dat er dingen misgingen in mijn leven.”

„Over Beethoven is eerder geschreven dat hij bipolair was. Of hoogsensitief. Maar een asperger? Nee, ik ben de eerste die dat uitwerkt.”

Walter Heijder (46) zit in het Concertgebouw Café in Amsterdam. Hij draagt een blauwe trui met daaronder een overhemd en stropdas met Beethoven-print. Naast hem ligt een tas uit Wenen, bedrukt met strijkinstrumenten, op het tafeltje voor hem een paar boeken over aspergersyndroom en zijn eigen boek, getiteld: Was Beethoven een asperger? Een 21ste-eeuwse visie op een 19de-eeuws genie.

Deze studie – Heijder bracht het boek uit in eigen beheer onder de naam Uitgeverij Ludwig – schreef de Amsterdamse docent biologie en wiskunde de afgelopen vijf jaar in zijn vrije tijd. Zelf weet Heijder sinds zijn 34ste dat hij aspergersyndroom heeft. De kenmerken die hiermee gepaard gaan – extreem egocentrisme, intense belangstelling, dwangmatige behoefte aan routine en rituelen en motorische onhandigheid – vond hij terug in geschriften van tijdgenoten van Beethoven en in brieven van de componist zelf. „Ik heb geen nieuwe ontdekkingen over Beethoven gedaan. Wel laat ik nieuw licht schijnen op oude feiten. De Ierse psychiater Michael Fitzgerald publiceerde in 2005 al een studie waarin hij beweerde dat meerdere schrijvers, schilders en musici, onder wie Beethoven, een vorm van autisme hadden. Maar Fitzgerald had geen primaire bronnen gelezen. Ik heb dat wel gedaan en ben de eerste die dit voor Beethoven helemaal heeft uitgezocht.”

Heijder raakte zo overtuigd van de waarde van zijn stelling dat hij 10.000 euro van zijn eigen spaargeld in zijn project stak, vele bekendheden aanschreef – onder anderen Aaltje en Jaap van Zweden en violiste Isabelle van Keulen ondersteunen zijn onderzoek – en een oplage van 1.500 exemplaren liet drukken. Dat er nu een boek is, vervult hem met trots. Hij bladert door zijn werk en citeert een van de aanbevelingen, geschreven door musicoloog Leo Samama. ‘Na het lezen van deze fascinerende studie begrijp ik de persoon Beethoven beter dan ooit voorheen. Door Beethoven vanuit het perspectief van een asperger te benaderen heeft Walter Heijder veel duidelijk gemaakt en de mens Beethoven dichterbij gebracht.’ Hij lacht. „Kun je een groter compliment dan dat krijgen?”

Het gaat Heijder niet om de bekendheid, ook hoeft hij niets aan zijn boek te verdienen, hij wil vooral de ‘intellectuele ontdekking’ delen. „Ik ben erachter gekomen dat Beethoven motorisch gestoord was. Hij was een uitmuntend pianospeler, maar ik vond twee bronnen die, los van elkaar, bevestigen dat hij fysiek onhandig was.”

Zo gooide Beethoven meubels om, kon hij niet dansen en had hij een moeilijk leesbaar handschrift. „Maar bij de Zweedse psychiater Christopher Gillberg las ik dat sommige zeer onhandige aspergers verbazingwekkend goed kunnen presteren tijdens activiteiten waarvoor ze gemotiveerd zijn en waarin ze goed getraind zijn. Voor Beethoven en zijn pianospel gaat dat zeker op.”

Er zijn meer dingen waar Heijder zich in kon terugvinden. Zo bleek de omgang met vrouwen voor Beethoven zeer problematisch. Er is een brief uit 1807, geschreven door de componist aan zijn leerlinge Marie Bigot, een getrouwde vrouw, waarin hij haar uitnodigt voor een uitstapje. In de dwingende uitnodiging schrijft Beethoven: ‘Wat voor redenen u ook mag verzinnen, als u mijn aanbod niet aanneemt, zal ik uw weigering toeschrijven aan het geringe vertrouwen dat u in mij stelt en nooit meer van uw vriendschap overtuigd zijn.’ Marie sloeg de uitnodiging af, iets waar Beethoven niets van begreep. Die sociale onhandigheid is herkenbaar, aldus Heijder. „Op mijn 24ste had ik een vriendin, Eva. Ik was erg verliefd op haar, we hadden het leuk. Maar na drie maanden, vlak na een korte vakantie in Zwitserland, maakte ze het uit. Ik begreep daar helemaal niets van. Toen ik haar vroeg wat de reden was, bleef ze vaag. ‘Het is niet helemaal wat ik zoek’, kreeg ik als antwoord.”

In de jaren daarop werd hij meerdere keren geconfronteerd met soortgelijke situaties. „Het werd een patroon. Toen ik begin dertig was, besloot ik op zoek te gaan. Ik wilde weten wat vrouwen bewoog en begon erover te lezen.” Hij las onder andere The Essential Difference van Simon Baron-Cohen. „Achterin dat boek stond een aspergertest. Omdat ik testjes leuk vind, vulde ik deze in. De uitkomst was vrij eenduidig: ik was een asperger.”

Toch stak Heijder eerst nog zijn kop in het zand. „De term aspergersyndroom zei me weinig; ik herinnerde me vagelijk dat iemand Volkert van der G. een asperger had genoemd. Ik wilde niet tot dezelfde categorie behoren. Ik zei in eerste instantie tegen mezelf: goh, ik heb een even hoge score als iemand die aspergersyndroom heeft.”

‘Ik had de neiging voortdurend iedereen te corrigeren’

Maar later vond hij die formulering raar. „Alsof iemand met 39 graden zegt dat hij een even hoge temperatuur heeft als iemand die koorts heeft. Onzin natuurlijk: die persoon hééft koorts.” Hij zag maar één oplossing: meer boeken lezen, maar niet meer over vrouwen, maar over aspergersyndroom.

Vanaf dat moment werd hem veel duidelijk. „Daardoor zeggen mensen vaak dat ik boos kijk. Daardoor zeg ik dingen die bij anderen verkeerd vallen, terwijl dat niet mijn bedoeling is.” Hij sprak erover met Eva, inmiddels een goede vriendin. „Ze legde me uit hoe zij destijds die vakantie had ervaren. Ik kwam, voor haar gevoel, nogal bot over.”

Als voorbeeld noemt hij een voorval tijdens een bergwandeling. „We liepen langs een gletsjermeer dat intens blauw was. Daarover maakte Eva een opmerking. Ik zag ook wel dat het meer blauw was, en reageerde helemaal niet adequaat. Ik ervoer de opmerking als overbodig. Eva maakte me nu duidelijk dat het haar om de behoefte ging om de blijdschap te delen over iets moois wat ze zag.”

Later las Heijder in een boek over aspergersyndroom bij volwassenen dat aspergers geen boodschap hebben aan het benoemen van vanzelfsprekendheden. „De opmerking dat het vandaag onbewolkt is, kan door een asperger worden opgevat als een aanval op zijn intelligentie. Voor anderen is dat volstrekt onbegrijpelijk. Toen dit inzicht tot me doordrong, begreep ik wel waarom Eva het destijds had uitgemaakt.”

Dit inzicht zette Heijder aan het denken. Kon hij misschien zijn gedrag veranderen? Hij kocht Doen! van Ben Tiggelaar, een praktisch boek over gedragsverandering. „Daarin stond de tip om een verandercoach te nemen. Toen heb ik Eva gevraagd. Zij heeft mij erg geholpen. Daar ben ik haar zeer dankbaar voor. Daarom heb ik het boek aan haar opgedragen.”

walter heijder

Inmiddels is het hem gelukt om een van zijn grootste onhebbelijkheden in te dammen. „Ik heb de neiging om voortdurend iedereen te corrigeren die onwaarheden uitspreekt, los van de sociale context. Dat deed ik zelfs bij vreemden. Als de tram langs het Museumplein reed en een toerist zei: ‘Look, Rembrandtplein’, sprong ik op om hem op de fout te wijzen. Nu doe ik dat niet meer. Als ik die neiging voel opkomen, ga ik eerst na of corrigeren wel zin heeft. Als het niet van belang is – ik schat in 90 procent van de gevallen – zeg ik niets. Dat heeft me maanden gekost, nu gaat het automatisch.”

Wat hij nog niet onder controle heeft, is de non-verbale communicatie. „Ik krijg vaak te horen: ‘Wat kijk je boos’.” Beethoven stond bekend om zijn gefixeerde blik en priemende ogen, Heijder heeft een stugge gelaatsuitdrukking die totaal verdwijnt zodra hij lacht.

Vindt hij het jammer dat hij er pas zo laat achter kwam dat hij aspergersyndroom heeft? „Dat is niet helemaal de goede vraag. De vraag kan beter zijn: had ik eerder voor de aspergerverklaring open kunnen staan? Het antwoord is: nee. Voorheen dacht ik dat het aan de omstandigheden lag dat er dingen misgingen in mijn leven. Ik zocht de oorzaak niet bij mezelf. Pas toen ik dertiger was, ging ik er anders naar kijken. Als leraar zie ik het ook: pas als een leerling iets zelf wil, kan hulp adequaat zijn.”

Heijder heeft weinig vrienden – „op mijn verjaardag komen zo’n twintig man” – kwaliteit gaat bij hem boven kwantiteit. De afgelopen jaren had hij ook weinig tijd; veel vrije uren gingen naar het Beethoven-project. Hij slaat met zijn hand vlak op tafel. „Dat boek, dat moest er komen!”

Op Winford, de school in Amsterdam-Zuid waar hij werkt, weten zijn collega’s sinds kort dat hij een asperger is. Hij vertelde erover tijdens de presentatie van zijn boek in kleine kring. „Ik had het over de vraagtekens in mijn leven en dat ik daarop een antwoord had gevonden. Ik legde uit dat dit antwoord ook van toepassing was op een ander. Pas toen ze het boek uitpakten, kregen ze door dat het over asperger ging, en over Beethoven.”

Vooraf serveerde hij aspergesoep en speelde een leerling een romance van Beethoven op de viool. Hij grinnikt. „Dat is nou typische aspergerhumor.”

Walter Heijder. Was Beethoven een asperger? Een 21ste-eeuwse visie op een 19de-eeuws genie. Uitgeverij Ludwig. € 25