Cultuur

Interview

Interview

Alan Rusbridger, hoofdredacteur van The Guardian.

Foto Alessio Jacona/CC BY-SA 2.0/Wikimedia Commons

‘Als je krantenlezers vertelt dat het misgaat met de aarde, haken ze af’

Interview Alan Rusbridger

The Guardian kwam in actie tegen klimaatverandering. Is dit constructieve journalistiek of campagne voeren?

Alan Rusbridger zat met een glas wijn bij een knapperend haardvuur, ergens op een avond in 2014. Het was een schaars moment van reflectie voor de altijd drukke hoofdredacteur van The Guardian, de Britse krant die onder zijn leiderschap grote onthulling bracht als WikiLeaks.

Welk onderwerp wilde Rusbridger absoluut nog aanpakken voordat hij na twintig jaar zijn functie zou neerleggen? Hij veerde op. Klimaatverandering!

,,De opwarming van de aarde is zo belangrijk en veelomvattend. Het zou iedere dag op de voorpagina moeten staan. Toch gebeurt dat zelden”, zegt Rusbridger. ,,Ik dacht: wat kunnen we doen om onze lezers wakker te schudden?”

Wat volgde was een maandenlange multimediacampagne waarmee The Guardian de grenzen van de journalistieke objectiviteit en onafhankelijkheid ruimschoots overschreed – iets wat hij zelf meteen toegeeft. Maar het doel heiligde de middelen, vond de hoofdredacteur.

Rusbridger, tegenwoordig verbonden aan Oxford, vertelt er over tijdens de eerste conferentie ter wereld over constructieve journalistiek, afgelopen vrijdag georganiseerd door de hogeschool Windesheim in Zwolle. Zijn klimaatcampagne bij The Guardian geeft ruime aanleiding voor een levendige discussie over deze nieuwe journalistieke werkvorm, die naast het signaleren van een probleem veel aandacht geeft aan mogelijke oplossingen.

Eerst een semantische kwestie. Spreekt u van constructieve journalistiek, oplossingsgerichte journalistiek of positieve journalistiek?

„Ik ben zelf nog mijn weg aan het vinden met deze nieuwe termen. De klimaatcampagne was ons eigen bedenksel bij The Guardian, pas later ontdekte ik dat we iets deden wat een naam had. Onze focus op oplossingen was een logisch gevolg van het feit dat onze oude aanpak – beschrijven van het probleem – niet werkte.”

Foto Patrick Hertzog/AFP

Foto Patrick Hertzog/AFP

Foto Reuters

Een jongen zwemt in water vol met algen in het Chinese Qingdao. Foto Reuters

Foto Ueslei Marcelino/Reuters

Een illegaal mijnkamp in Brazilië. Foto Ueslei Marcelino/Reuters

Foto Christian Charisius/Reuters

Foto Christian Charisius/Reuters

Wat ging er mis in jullie klimaatberichtgeving?

„The Guardian nam het onderwerp heel serieus, daar lag het niet aan. Vijf redacteuren deden fulltime verslag van klimaat en milieu. Maar hun stukken werden slecht gelezen, bleek uit de clicks. De reflex kan dan zijn om minder aandacht aan het onderwerp te besteden. Maar dat wilde ik absoluut niet.”

Over een andere boeg dus?

„Ja. In die tijd ontmoette ik Bill McKibben, de Amerikaanse milieuactivist. Hij zei: jullie pakken het helemaal verkeerd aan. Als je lezers vertelt dat het vierkant mis gaat met de aarde, raken ze in paniek en haken ze af. Dat is onderzocht door psychologen. Als je daarentegen oplossingen belicht, blijven mensen betrokken en komen ze eerder in actie.”

The Guardian ging veel verder dan reportages maken over eilanden die volledig op zonne-energie draaien, een voorbeeld van constructieve journalistiek. Jullie gingen ook echt campagnevoeren tegen de olie-industrie.

„Ja. Ik had me altijd verre gehouden van activisme. Maar ik vind klimaatverandering een uitzondering. Er is weinig twijfel over de feiten: negen van de tien wetenschappers zeggen dat de aarde opwarmt door menselijke activiteit. En dat de gevolgen ernstig zijn als we niet ingrijpen.”

En zo kon het dat bezoekers van de website van The Guardian (een van de meest gelezen nieuwssites ter wereld, met meer dan 100 miljoen unieke bezoekers per maand) in maart vorig jaar hun beeldschermen zagen vollopen met een grote olievlek, ter lancering van de campagne ‘Keep it in the Ground’.

Het eerste doel was om alle ingewikkelde nuances van de klimaatwetenschap te reduceren tot een eenvoudige boodschap: het overgrote deel van de bewezen oliereserves moet onder de grond blijven. Want als het zou worden gebruikt stijgt de temperatuur veel sterker dan de 2 graden Celsius die volgens wetenschappers nog net houdbaar is.

The Guardian koos ook een duidelijk doelwit – een truc die ze leerden van ervaren campagnevoerders. Ze richtten hun pijlen op Bill Gates en zijn vrouw Melinda, die hun miljardenvermogen inzetten voor goede doelen. The Guardian zette hen onder druk om hun investeringen uit oliebedrijven te trekken. „Zij willen goed doen in de wereld en erkennen klimaatverandering. Juist daarom waren ze tot ander gedrag te bewegen. Al kan ik niet bewijzen dat onze campagne de doorslag heeft gegeven.”

Meer dan 200.000 mensen ondertekenden jullie petitie en gaven hun mailadres aan The Guardian. Hebben jullie hun benaderd voor een abonnement?

„Nee, dat vind ik onethisch. Maar ik denk dat ons project hun wel liet zien dat The Guardian onderdeel is van de samenleving. Mijn opvolger als hoofdredacteur, Katharine Viner, werkt nu aan de volgende stap, investeringen laten stromen naar duurzame energie.”