Wonderkind Nicolas Jaar betovert Tivoli

Elektronica-magiër Nicolas Jaar wist vrijdagavond een breed publiek te betoveren in de Tivoli, zag onze recensent. Zaterdagavond staat hij in de Paradiso.

Archieffoto van Nicolas Jaar Foto Pascal Montary

‘Thank you for being here’ is het eerste en enige wat de schuchtere Nicolas Jaar, geheel gekleed in het grijs, gebogen als een oude man achter een indrukwekkende toren vol machinerie vrijdagavond tegen de Ronda-zaal in Tivoli Vredenburg zal zeggen. Na een knetterend intro dat vele malen levendiger is dan de eerste minuten op zijn onlangs verschenen album Sirens, zet de slow jam professor de vertraging in, niet de versnelling, met het gedragen openingsnummer Killing Time. Typisch, zullen de kenners zeggen. Ruimte en opbouw zijn nog steeds de belangrijkste wapens voor het wonderkind uit New York dat een breed publiek betoverde met zijn broeierige mix van psychedelische rock, jazz en Spaanstalige zang nog voordat het salonfähig werd om slow burning house te draaien in de clubs. Niet voor niets was de titel van zijn debuut dat hem acuut sterrendom bracht in 2011 ‘Space is Only Noise’. Oftewel: stilte is ook geluid als je goed luistert.

Stilte en opbouw, de balans tussen intimiteit, ingehouden spanning en meeslependheid trekt de meester van sfeerbeheer door tijdens de live-show bij zijn onlangs verschenen en algemeen bejubelde album Sirens. Voortdurend stelt de zoon van de Chileense beeldend kunstenaar Alfredo Jaar het uithoudingsvermogen van het publiek op de proef. De rook die non stop het podium op wordt geblazen, net als tijdens eerdere optredens met vaste gitarist Dave Harrington als Darkside, draagt bij aan de mystiek. In de overgangen zijn er talloze referenties naar films en retro SF-geluidseffecten.

Lees ook de recensie van NRC van Nicolas Jaars laatste album, Sirens: Elektronica-magiër Nicolas Jaar is virtuoos

Na een kwartier breekt er een koorzang door de krans van witte lichtstralen die hem omgeven als een aureool op het podium. Ineens is er licht. De rook kaatst in wolken af op de witte laserstralen. Het levert poëtische plaatjes op. Met dit soort momenten lijkt Jaar even vooruit te blikken naar de ontlading die over een uur ongetwijfeld volgt. Maar nu nog even niet, helaas, de fans van Jaar weten dat ze een flinke portie geduld moeten meebrengen naar zijn sets. Niet iedereen heeft dat geduld, er wordt gekletst. Twee mannen bespreken uitgebreid de zwangerschappen van hun vriendin; op Facebook vraagt iemand uit het publiek de zaal om stilte. Toch lukt het Nico met veel rook en minimale accenten de Ronda mee te zuigen in zijn moeras van broeierige psychedelische rock, jazz en soundscapes, terwijl hij zelf knap live zijn sax bespeelt en – met een beetje hulp van autotune-software – hoog zingt. Pas na twintig minuten komt er voor het eerst een beat in zijn set, die kan rekenen op kreetjes van erkenning.

Tegen de tijd dat hij het Spaanstalige wiegende No inzet, met cumbiabeat en referenties naar zijn Chileense achtergrond, wordt er heupwiegend gedanst. De tekst Ya dijimos no pero el si esta en todo (we zeiden nee maar het ja was er al in alles) verwijst naar het Chileens referendum uit 1988 waarbij het volk ja zei tegen democratie en nee tegen Pinochet. Het is de vraag of die referentie aankom, maar het publiek is al lang klaar om zich over te geven aan de wiegende Latin-house. Het heeft ook geen keus. Jaar dwingt de clubkudde zijn stramien als een hypnotiserende strenge herder. Pas na een uur komt, al pingelend op de piano, zijn set echt tot volle bloei. Na de introspectie komt de vastberadenheid en de veerkracht met rocknummer Three Songs of Nazareth. Het licht op het podium kleurt ineens rood. Na de break worden de lichten gedempt en komt hij terug met een subtiele pianosolo.

Na een uur en een kwartier gaat zijn set dan echt voluit. Met dj-effecten draait hij de bas steeds even weg om hem steeds harder terug te laten komen. Er klinken stotterende broken beats die tot dansen dwingen en het licht schijnt helder wit. Jaars saxofoon knettert, het tot op de trappen bijeen opgepakte publiek danst, de ontlading is compleet. Onder luid gejuich sluit Jaar af met de titelsong en grootste hit van zijn vorige album Space is Only Noise if You Can See. De rook weerkaatst op alle lasers, de climax is compleet. De twee toegiften daarna zijn eigenlijk overbodig. De les is duidelijk: wie geduld heeft wordt beloond.