Interview

Wie met de top mee wilde doen, moest wel aan de doping

Ria Stalman

Oud-discuswerpster Ria Stalman biechtte op dat ze doping had gebruikt voordat ze in 1984 olympisch goud won. Vorige week werd haar Nederlands record geschrapt. Ze praat het niet goed, maar haar dopinggebruik moet niet worden overdreven, vindt ze.

Ria Stalman, in 1984 de eerste olympische Nederlander sinds Fanny Blankers-Koen (1948) die olympisch goud wint. foto ANP

De vrouw die met een puntige, rode ijsmuts en haar hond, die kort daarna als Loetje wordt voorgesteld, het oude Amsterdamse café binnenschrijdt, associeer je niet met olympisch goud, laat staan met doping. Geen gast die opkijkt bij de entree van Ria Stalman, van wie een week eerder de Atletiekunie het Nederlands record had afgenomen. Onbeschoft door haar daarover niet te informeren, vindt de voormalige discuswerpster. En onbeschaamd dat haar naam nu volledig uit de recordboeken is verdwenen. Dat maakt haar toornig.

De oud-sportvrouw – bijna 65 jaar – schuift aan aan een tafeltje, maant Loetje tot rust, bestelt een glas witte wijn en laat zich bevragen. De antwoorden verlaten soms traag en stroperig haar mond, maar de woordkeus is altijd afgewogen, haar standpunten zijn immer duidelijk. Stalman speelt geen verstoppertje meer sinds ze in januari van dit jaar, tijdens een uitzending van Andere Tijden Sport, haar dopinggebruik opbiechtte. Nu vindt ze haar overtreding ook weer niet zo zondig, maar vanwege de negatieve perceptie oordeelt de buitenwereld harder.

In aanloop naar de Olympische Spelen van 1984 in Los Angeles wierp Stalman tweeënhalf jaar lang de discus op verboden pilletjes, een overtreding op grond waarvan door haar naam en het record van 71,22 meter een dikke streep werd gezet. Terecht, zegt Stalman, want ze gebruikte ten tijde van die fenomenale prestatie anabole steroïden. Maar de daaropvolgende afstand, die van haar gouden worp van 65,36 meter op de Spelen, moet het nieuwe record worden. Stalman stellig: „Want tijdens de olympische finale was ik clean. Bovendien ben ik daar twee keer op doping gecontroleerd, na de kwalificatie en na de finale.”

Erkenning Nederlands record

Beelden van de discusfinale in 1984:

Erkenning van 65,36 meter als nieuw Nederlands record zou rechtvaardig zijn, redeneert Stalman, die op z’n minst een briefje of mailtje van de Atletiekunie over haar straf had verlangd. Verontwaardigd: „Het hindert me dat er geen contact met mij is opgenomen. Ik heb het via een telefoontje van een vriend, en vervolgens via de media, moeten horen. Toen me begin dit jaar na de uitzending van Andere Tijden Sport het lidmaatschap van verdienste werd afgenomen kreeg ik wel een briefje. Dat had ik ook nu wel zo netjes gevonden.”

Het maakt haar een beetje cynisch die straffen – „straks gaat dat lintje er ook nog een keer aan.” Stalman werd na haar olympische titel bevorderd tot Ridder in de Orde van Oranje Nassau, een onderscheiding waarop ze zich allerminst laat voorstaan. „Of ik dat lintje met trots draag? Ben je gek. Ik draag hoe dan ook nooit jasjes. Ik hecht nu eenmaal weinig waarde aan dat soort dingen.”

Ze wil niks goedpraten, zo is Stalman niet. Maar haar dopinggebruik moet ook weer niet worden overdreven, meent ze. We praten over meer dan 32 jaar geleden, een andere tijd, een andere moraal en andere, minder strenge dopingregels. Ze gebruikte slechts twee milligram anabolica per dag. Ze was een kleine speelster, wil Stalman maar zeggen. „Ik had talent en goed gevoel voor de beweging. Mijn techniek was oké, maar ik was niet sterk genoeg. Dat was de reden dat ik besloot doping te gebruiken. Iedereen deed het, mijn tegenstanders uit het Oostblok voorop. Ik volgde het principe: If you can’t beat them, join them.”

Geen morele bezwaren

Nee, morele bezwaren had Stalman niet. En nog steeds niet. „Nogmaals: omdat iedereen het deed. Als je je met de top wilde meten, was de keus destijds simpel: anabole steroïden of niet.” Ze werd er in zekere zin ook toe aangemoedigd. „Een collega-discuswerpster zei me ooit: ‘Ria, een beetje anabolica zouden je geen kwaad doen.’ Of de Argentijnse sportarts die zich verbaasde over de geringe hoeveelheid die ze gebruikte: ‘Twee milligram, is dat alles?’. Stalmans gemoedsrust speelde evenmin op vanwege haar kunde. „Van doping word je geen betere discuswerpster, je wordt er alleen sterker door. En ik wilde beter worden. Ik wilde winnen.”

Stalman nipt aan haar wijn, spreekt de onrustige Loetje, een kooikerhond, kalmerend toe en denkt even na over de vraag of ze vindt dat haar prestaties miskend zijn. Dan volmondig: „Ja. Als je een paar pillen in je mik douwt, is het niet zo dat je de discus 71 meter ver kunt werpen. Daar heb je nog wel enige aanleg voor nodig. In mijn tijd op de Amerikaanse universiteit was er een atleet die zich het schompes slikte. Hij was zo sterk als een beer, maar kon niet discuswerpen. Hij had die beweging niet, geen aanleg. Als je niet kunt zwemmen, ga je door doping ook niet sneller zwemmen.”

Na 32 jaar vond Stalman het tijd voor openheid. Niet omdat haar geweten opspeelde, maar omdat de makers van Andere Tijden Sport haar met haar dopingverleden confronteerden. Of ze daarover wilde praten? Ja, dat wilde ze. Of ze ook antwoord wilde geven op de rechtstreekse vraag of ze doping heeft gebruikt? Ja, ze zou dan een eerlijk antwoord geven.

Stalman wist wat ze deed en aanvaardt de consequenties, maar vraag haar niet naar het waarom. „Ik heb me dat ook vaak afgevraagd, maar ik weet het niet. Op een goed moment dacht ik: hier is het, doe ermee wat je wilt, het kan mij niet schelen.”

Bedrog komt overal voor

De sport volgt ze, natuurlijk, maar minder intensief dan in haar tweede carrière als sportverslaggeefster. Haar liberale standpunt over doping is niet veranderd. De tijden zijn veranderd, maar intrinsiek ook weer niet, betoogt ze: „Sport is als het leven. Bedrog komt in alle geledingen voor. Waarom zou de sport daarvan verschoond blijven?”

Stalman keek dan ook niet op van de beerput in Rusland, hooguit van de staatsbemoeienis. „Ik weet bijna zeker dat doping nog steeds een rol in de sport speelt, dat zal niet veranderen. Ik vind trouwens dat er wel heel veel middelen op de dopinglijst staan. En dat systeem van die whereabouts, dat sporters moeten opgeven waar ze verblijven, vind ik echt belachelijk. Je hebt geen enkele vrijheid meer.”

Zo nu en dan is er dat gevoel van herkenning, zoals bij autocoureur Max Verstappen. Rare, maar heel interessante sportman, vindt Stalman. „Zijn fanatisme, dat triggert me. Ik herken dat. Dat hij in de wereld van de Formule 1 wordt gezien als een moeilijke jongen, vind ik leuk. Lekker rebels, daar houd ik wel van. Dafne Schippers is ook zo’n persoonlijkheid. Die vind ik ook redelijk rebels. Ze is heel erg zichzelf, heel erg Dafne. Zo van: aan mijn lijf geen polonaise. Dafne doet me in die zin een beetje aan mezelf denken. Ik was ook zo. En ik was ook behoorlijk fanatiek, hoewel ik niet met schoenen gooide. Ze heeft zich in Rio de Janeiro laten meeslepen door de favorietenrol, denk ik.” En fijntjes: „Nu weet ze dat het niet zo makkelijk is om olympisch kampioen te worden.”

Geen waardeoordeel

Stalman heeft haar dopingverhaal nog eens verteld, zonder schroom, zonder er een waardeoordeel aan te verbinden. Het was zoals het was, een overtreding die volgens haar vooral in de tijdgeest van de jaren zeventig en tachtig geplaatst moet worden. Maar wat er ook gezegd en geschreven wordt, Stalman is trots op haar carrière als discuswerpster. „Het was een fantastische tijd.”

Ze staat op, trekt haar jas aan en zet de rode muts terug op haar hoofd. Loetje springt vrolijk tegen zijn baasje op, blij met hun vertrek. Buiten spant ze haar sjaal lichtjes aan en wandelt terug naar haar grachtenpand, even verderop, het huis waar Stalman in een klein, antiek kastje haar gouden medaille bewaart. Met gepaste fierheid, opgehangen tegen een laagje fluweel.