Vorst in de herfst; dat moet wel raar zijn

De koudste herfstnacht van de eeuw! De lui van Weeronline en Weerplaza waren er als de kippen bij om het nieuws te verspreiden. In de nacht van 28 op 29 november had het kwik waarden aangetikt die deze eeuw nog nooit waren aangetikt. Niet in de herfst, tenminste. In De Bilt was een temperatuur van -7 graden gemeten. Achter de IJssel was het aan de grond min 12 geworden. Daklozen waren naar de winteropvang gebracht.

Gewoonlijk twitteren de weerjongens erbij dat het nieuwe record nu een feit is, want meestal hadden ze al een recordwaarschuwing gegeven. Eerste nachtvorst is nu een feit. Eerste tropische dag nu een feit. Hittegolf een feit. Het glijdt altijd zonder glijmiddel bij NOS en nu.nl naar binnen. Uw clicks zijn onze clicks.

In je meteorologisch enthousiasme vergat je dat de eeuw pas 16 jaar bestond en dat de herfst nog maar twee dagen te gaan had. Het is nu alweer winter. Er was niets bijzonders aan de hand. Maar wie durft in deze tijd raar weer te relativeren? Na een vreemde pauze van een jaar of 13 is de mondiale temperatuur de laatste jaren weer verder gaan stijgen. Dat brengt met zich mee dat elk nieuw jaar warmer is dan het voorafgaande jaar, elk nieuw jaar is gelijk ‘the hottest year on record’. Je zou zeggen dat 31 december de dag is waarop je dat bekend maakt, maar zo gaat het niet. Dit jaar meldde de WMO (World Meteorological Organization) al begin juli dat 2016 the hottest year on record ging worden, op 18 oktober kwam de NASA en op 14 november deed de WMO het nog eens over. Je zou ook vier keer per jaar kunnen melden dat de wereldbevolking weer hoger uitkomt dan vorig jaar.

Was het halverwege november het juiste moment om te melden dat de ijsbedekking van de wateren rond de Noordpool naar een nieuw minimum ging? Het zeeijs begint zich altijd pas half september uit te breiden en bereikt rond half maart zijn grootste uitgestrektheid. Er waren dus nog vier maanden te gaan. Het weer rond de pool is grillig, het ijs is alweer aan een inhaalspurt begonnen (van dag tot dag te volgen op de site van de National Snow & Ice Data Center, de NSIDC).

Inmiddels is het december. Aan koude herfstnachten kwam vanzelf een eind. Het KNMI verwacht in de komende week minstens drie vorstdagen, dagen waarin het ’s nachts vriest. Dat zijn er al drie meer dan vorig jaar. Gemiddeld waren er de laatste decennia 11 à 12 vorstdagen in december, iedereen kan dat nakijken op de site weerstatistieken.nl, de Fundgrube waaruit Weerplaza en Weeronline hun records vissen. De bestaande records liggen er op een presenteerblaadje en je ziet in één oogopslag wat de kwetsbaarste zijn. Zo heeft het op 27 december krankzinnig genoeg nog nooit meer dan 10,9 graden gevroren. Dat record kan zomaar sneuvelen.

De schat aan KNMI-gegevens nodigt uit om zelf eens wat statistisch onderzoek te doen. Zou het waar zijn, zoals wel wordt beweerd, dat het weer van december een redelijke voorspeller is voor het verder verloop van de winter, dus voor de kou van de maanden januari en februari? Dat is in een wip onderzocht. De site geeft ook de gemiddelde maandtemperatuur en als je nu het gezamenlijk gemiddelde van januari en februari uitzet tegen het gemiddelde van de voorafgaande december dan moet daaruit een conclusie zijn te trekken. Dat laatste is hier op het plaatje voor 40 jaar gedaan, een rekenprogramma trok er een regressielijn door. En: ja, er blijkt een verband, maar: nee, sterk is het niet (correlatiecoëfficiënt 0,33). Het best bleek nog de relatie tussen het aantal vorstdagen van december en dat van januari. Als er extreem weinig vorstdagen zijn in december zijn er meestal ook niet veel in januari. Zijn het er extreem veel dan wordt ook januari koud. Met de meer gangbare waarden kun je geen kant op. De laatste Elfstedentocht, die van januari 1997, werd door een heel koude december ‘voorspeld’, maar die van 1985 en 1986 zag je niet aankomen.

Zou er ooit nog een Elfstedentocht worden gereden? In februari 2012 was er bijna een geweest (ook al was de voorafgaande december ongekend warm). Op 28 januari begon het te vriezen, twee dagen later lag er ijs dat snel dikker werd. Maar op 3 februari viel er vijf uur lang sneeuw en de ijsaangroeisnelheid daalde subiet. Onderzoekers van het KNMI hebben de mislukking van de 11-City Tour in detail geanalyseerd in het Bulletin of the American Meteorological Society (september 2013). De sneeuw deed het ijs de das om. Dat het water op 28 januari nog zo warm was hielp ook niet mee.

Het goede nieuws is dat er, ondanks broeikaseffect, koudegolven zullen blijven komen en dat daarbij waarschijnlijk steeds minder sneeuw zal vallen. Er zijn ook klimaatmodellen die voorspellen dat de kans op winterse kou in onze omgeving toeneemt naarmate er meer zeeijs verdwijnt. Anticorrelatie!

Voorlopig is de correlatie nog klassiek: in de jaren dat er in januari extra weinig zeeijs lag was de januaritemperatuur hier vaak wat hoger (gegevens van NSIDC en weerstatistieken, 1979-2016). Maar het verband is zó los (correlatiecoëfficiënt 0,29) dat het zomaar om kan slaan.