Recensie

Vlaams ballet in Carré: repertoire beter dan uitvoering

Het Vlaams Ballet vond in Sidi Larbi Cherkaoui, een verrassende artistiek directeur. Donderdag en vrijdag brengt hij in Carré boeiende stukken van grote namen, maar de uitvoering mist soms scherpte.

Drew Jacoby & James Waddell in 'Shahrazad' Foto Filip Van Roe

De benoeming van Sidi Larbi Cherkaoui, coryfee van de hedendaagse dans, tot artistiek directeur van Ballet Vlaanderen kwam ruim een jaar geleden als volslagen verrassing. Niet zozeer omdat het gezelschap hém als leider wilde – in de klassieke dans zoekt men naarstig naar manieren om jonger publiek te trekken – maar vooral omdat Cherkaoui daadwerkelijk geïnteresseerd bleek in de functie bij het door bezuinigingen flink uitgeklede instituut. Hij deelt het leiderschap nu met Tamas Moricz, zodat hij de handen deels vrij kan houden voor zijn ‘laboratoriumgroep’ East-man.

Cherkaouis statuur

Ballet Vlaanderen, waar aanvankelijk scepsis heerste, profiteert ondertussen van Cherkaouis statuur in de danswereld. Dit seizoen heeft het balletten verworven van grootheden als William Forsythe, Merce Cunningham, Martha Graham, Hans van Manen, Akram Khan en Ohad Naharin. In het nieuwe programma ‘West’, rond Amerikaanse choreografen, blijkt echter dat interessant repertoire niet altijd tot imposant resultaat leidt.

Dat ligt niet per se aan de choreografieën. Approximate Sonata (1996/2006) van William Forsythe is een geweldige demonstratie in sonatevorm van klassiek partnerwerk, maar dan uit het lood getrokken, opgebroken, en autonoom ten opzichte van Thom Willems’ muziek. Zo tovert Forsythe in een serie duetten het balletidioom, inclusief referenties aan negentiende-eeuwse klassiekers, om tot een radicaal hedendaags werk – op spitzen. Technisch beheersen de vier paren van Ballet Vlaanderen die taal, maar de forsythestijl vraagt om meer scherpte en articulatie, meer bite.

Trailer Approximate Sonata

Hetzelfde geldt voor de groepschoreografie ‘Pond Way’ (1998), die zonder de kurkdroge puntigheid van Merce Cunninghams eigen dansers dicht langs de parodie scheert. De bewegingen zijn abstract en nadrukkelijk artificieel: opgeheven, gehoekte armen, zijwaartse torsotilts, ritmisch onregelmatige passen. Intrigerend is hoe toch sterke natuurassociaties ontstaan, bijvoorbeeld als zich tegen de achtergrond van een ‘stippeltjeslanschap’ van Roy Lichtenstein steeds opnieuw formaties vormen die rakelings langs elkaar schieten, als een school visjes – het waterleven waaraan de titel refereert.

Shahrazad verveelt

De Amerikaans-Tunesische Jonah Bokaer vormt de brug naar het volgende programma van Ballet Vlaanderen, East, met werken van de Brits-Bengaalse Khan, Israëli Naharin en de Vlaams-Marokkaanse Cherkaoui zelf. Bokaer danste bij Cunningham, maar van diens eigenzinnigheid is niets terug te vinden in ‘Shahrazad’, een semi-verhalend groepswerk over Sheherazade, die de sultan met haar verhalen zo boeide dat hij 1001 nachten vergat en haar en haar haremvriendinnen te vermoorden.

Trailer Shahrazad en Pond Way

Ondanks de dramatische suggesties in Rimski-Korsakovs compositie en beelden van sensualiteit, onderdrukking en opstand, verveelt ‘Shahrazad’ al binnen vijf minuten. Bokaer heeft eenvoudig het vocabulaire niet, noch een persoonlijke signatuur. De politieke boodschap is vaag, symboliek van de kopieerapparaten gezocht.

Aan de dansers ligt het ditmaal niet en met name Drew Jacoby is sterk. Zij triomfeert uiteindelijk