Recensie

Schaduwen vallen over Europa

Elsbeth Etty grasduint door een stapel nieuwe boeken en geeft haar eerste indruk. Alexander Roose schreef een boek over de essayist Montaigne: ‘Hij hield zich ver van fanatiek geraas.’

De Maastrichtse hoogleraar Mathieu Segers tekent in zijn recente bundel commentaren over de problemen van de Europese Unie, Europa en de terugkeer van de geschiedenis [1], een zwart scenario: het voortbestaan van het breekbare Europa van nu is zeer onzeker. Niet alleen leert de geschiedenis dat onderlinge Europese strijd reëel is als de Amerikaanse geopolitieke regie verdwijnt, de mise-en-scène op het Europese toneel richt zich steeds nadrukkelijker naar een duistere ontknoping.

Verwijzend naar de Brexit-chaos, het Turkse pandemonium en de hel van recente terreuraanslagen in Duitsland en Frankrijk betoogt hij: „Samen vormen deze tragedies een decor van opvlammende opwinding, zo fel dat zij kwetsbare idealen dreigt te verschroeien. Hoe bloedlink dit kan zijn, weet Europa uit zijn eigen verleden.” De in de inleiding bij deze bundel gestelde vragen – Wat is Europese integratie? Wat zou het moeten zijn? – worden door de auteur niet helder beantwoord, en dat lijkt in dit bestek ook onmogelijk.

In een afsluitend opstel over Europa in de ideeëngeschiedenis luidt de conclusie dat Europa niet kan zonder historische zelfkennis. Samengevat in de woorden van François Mitterrand: ‘Le nationalisme c’est la guerre’.

Waarom zou men – als er sprake is van een morele, politieke en religieuze crisis – niet ook teruggrijpen op het werk van een andere, vroegere Fransman, Michel de Montaigne (1533-1592), wiens Essais eveneens ontstonden in een tijdperk van onrust en angst? Dat is precies wat de Belgische Montaignekenner Alexander Roose doet in De vrolijke wijsheid [2]. „Montaigne helpt ons bij het nadenken over radicalisering en godsdienstvrijheid, over de vermenging van politiek en religie, over de aanwezigheid van het kwade in de wereld”, schrijft Roose.

De Essais blijven een onuitputtelijke bron van commentaar en bespiegelingen over vrijwel elk onderwerp. Centraal staat daarbij de sceptische levenshouding van de Franse filosoof, die schreef in reactie op de wrede godsdienstoorlogen van zijn tijd. Dat scepticisme had volgens Roose ook politieke implicaties en maakte Montaigne tot een wegbereider van het humanisme. „Hij hield zich ver van fanatiek geraas. Zijn scepticisme was ook een belangrijke inspiratiebron voor zowel conservatieve als liberale filosofen.”

In dit verband besteedt Roose aandacht aan de Amerikaanse filosofe Judith Shklar (1928-1992). Zij sloot aan bij Montaignes stelling dat wreedheid het absolute kwaad is, een seculier humanistische keuze die volgens Shklar – en Roose volgt haar hierin – vooruit wees naar het liberalisme, al lijkt dit een nogal verwarrend anachronisme.

Het openings- en titelverhaal van de uit het Slowaaks vertaalde bundel Het graf en 13 andere verhalen [3] is een surrealistische short story over een mannenverslindster van Balla (1967), hier bijna even onbekend als de overige dertien auteurs. Wat de schrijvers gemeen hebben, is dat ze allemaal debuteerden na 1989, het jaar van de ‘Fluwelen Revolutie’, die in het toenmalige Tsjechoslowakije een einde maakte aan het communistische regime. De jongste was toen zeven, de oudste 32. Van de vier vrouwelijke auteurs is vooral Zuska Kepplová (1982) veelbelovend. Haar verhaal ‘Mika, Helsinki’, gaat over een jonge Slowaakse immigrant in Finland die van Turkse collega’s te horen krijgt: „Finse meisjes zijn feministisch. Ze sleuren jou het bed in.” Vertaler Abram Muller geeft in een kort nawoord een overzicht van het bloeiende postcommunistische literaire leven in Slowakije en kondigt meer vertalingen aan.

Elizabeth Lesser (1953), een Amerikaanse bestsellerauteur van spirituele geschriften, heeft met Zusjes [4] haar eerste autobiografische boek geschreven: een ‘memoir’ over haar jongere zus Maggie die op 52-jarige leeftijd gediagnosticeerd wordt met een zeldzame vorm van kanker. Zonder beenmergtransplantatie kan ze niet overleven en wanneer Elizabeth de geschikte donor blijkt te zijn, meent ze niet alleen haar merg maar ook haar ziel te moeten afstaan. „Wat ik van deze twee transplantaties – de beenmergtransplantatie en de zielmergtransplantatie heb geleerd, is dat het merg van de botten en het merg van het zelf heel veel op elkaar lijken. (…) Diep in de kern van het zelf zitten de zielcellen van wie je echt bent. Graaf ernaar, geloof erin en bied ze een ander aan, dan kun je elkaars hart helen en de liefde voor eeuwig in stand houden.”

Lesser schrijft dat ze de enige ‘zwever’ was in een atheïstisch gezin. Haar moeder, cum laude afgestudeerd in de Engelse taal- en letterkunde en inmiddels overleden, gaf als commentaar op het manuscript van een vorig boek dat ze het woord ‘ziel’ graag geschrapt wilde zien. Dat advies heeft de schrijfster aan haar laars gelapt.