Column

Rechters, laat Wilders over aan de politiek

De zaak tegen Geert Wilders is gesloten, de uitspraakdatum is bepaald – maar wát hoop ik dat het wederom vrijspraak wordt. Dat de drie strafrechters de ‘minder, minder’-kwestie doorschuiven naar de politiek, waar ze thuishoort. De vooruitzichten zijn overigens niet best. Er staat een heel raamwerk klaar van vergelijkbare, strafbaar geoordeelde politieke uitspraken, waar deze zich zo in laat passen.

Dit is zo’n moment waarop juridische kaders en maatstaven niet zaligmakend zijn. Terugtreden is hier wijsheid. Hoe larmoyant en over the top zijn slotwoord ook was, in Wilders komen nu eenmaal belangrijke politieke debatten van dit moment samen. De invloed van de islam en de omvang van de migratie naar Nederland. Dat zijn splijtende thema’s, waarover de rechter niet de indruk moet willen wekken dat hij beslist.

Leidt ‘de’ islam nu wel of niet tot jihadistische terreur? Of hoeven we alleen de fundamentalistische variant te wantrouwen? Zie de verkiezingsbelofte van Donald Trump om ‘de moslims’ de toegang tot de VS te gaan ontzeggen. Veel moslims leven ook in tweestrijd, tussen de eisen van de sharia en de praktijk van integratie in het westen. Dit is dus een kolossaal cultureel probleem – het gaat over ‘thuisvoelen’, over identiteit, over Nederlander zijn en/of moslim, over erbij horen. Voor dat debat moet maximale ruimte zijn.

Objectief is het terreurgevaar niet heel groot, maar het wordt wel gevoeld als een totale bedreiging van de westerse manier van samenleven. Angst regeert: komen er straks gefrustreerde ex IS-strijders naar het westen, met terreuropdrachten en paradijsdromen? De aanslagen op Charlie Hebdo, de Deense cartoontekenaar Westergaard, Pim Fortuyn, de marathon van Boston, de homodisco in Orlando – ze waren direct tegen de westerse samenleving gericht. De open seculiere samenleving heeft uitingsvrijheid als belangrijkste kenmerk. En dáár is Wilders dus voor gaan staan. Hij wenst zich op geen enkele manier te beperken. Mij gaat hij vaak te ver, maar dat is niet het punt. Hij moet dat kunnen doen. Wilders is het symbolische doelwit voor religieus geïnspireerde tegenstanders van godsdienstvrijheid, van het vrije woord en de vrije wereld. Hij vervult de rol van de ‘dead man walking’. Oké, hij wentelt zich daarin, poseert als martelaar, duldt geen tegenspraak, verkettert, spuwt vuur en lijkt monomaan. Dat roept weerstand op. Maar daar gaat het niet om – hij moet zijn boodschap kunnen uitdragen. Dat is nu eenmaal vrijheid.

Zijn ‘minder, minder Marokkanen’ standpunt is bovendien voor meerdere uitleg vatbaar. Het was op die verkiezingsavond één van drie retorische vragen die hij stelde – de andere betroffen ‘minder EU’ en ‘minder PvdA’. Naar eigen zeggen ging het om minder criminele Marokkanen. Aanvankelijk begreep ik zijn standpunt als een hetze tegen ín Nederland verblijvende Nederlandse Marokkanen. Maar zo wil hij niet verstaan worden. En dat neem ik dan maar aan – hij gaat over zijn eigen woorden.

Tegen een pleidooi voor ‘minder criminele Marokkanen’ kan niemand iets hebben. Dat probleem bestaat – over oorzaak, omvang en aanpak kun je van mening verschillen. Natuurlijk moet een politicus de vrijheid houden om dit ongestraft te kunnen zeggen, ook als hij zich slordig uitdrukt. In het Handyside-arrest zei het Europese Hof dat uitingsvrijheid inclusief de vrijheid ‘to shock, offend and disturb’ is. Schokken, kwetsen en verontrusten. Prima. Dat doet Wilders volop. Dat is natuurlijk vervelend voor Nederlandse Marokkanen, die een veeg uit de pan krijgen. Maar zolang we uitingsvrijheid hebben, eist juist de verdraagzaamheid dat eventuele onverdraagzame uitspraken getolereerd worden. Een verbod zal juridisch best kunnen. Maar rechters, ken uw beperkingen. Dit is niet voor u.

De auteur is juridisch commentator. T: @folkertjensma