Populisme in de taal

Noem het maar gewoon zoals het heet

illustraties Cyprian Koscielniak

In de krant van 24 november pleit Robbert Wigt voor het in onbruik laten raken van de term ‘populisme’. Kort weergegeven hekelt hij die term omdat de betekenis daarvan meerduidig is en het gebruik ervan niet neutraal.

Ho eens even. Taal is niet neutraal. Taal poogt een complexe realiteit weer te geven en het woord ‘populisme’ heeft daarin een belangrijke functie. Met het afschaffen van het woord blijft de onderliggende werkelijkheid namelijk in stand, maar wordt het bespreken ervan nodeloos bemoeilijkt.

Tot we hiervoor – zie ook ‘inwoners met een migratieachtergrond’ – een betere term hebben, kunnen we het beestje maar beter ‘populisme’ noemen.

Voorts is politiek taalgebruik niet wars van ambigue termen, denk aan ‘liberalisme’. Met gepoogde eenduidige definities schiet men niets op, maar de vraag naar de betekenis kan beter begrip opleveren. Zo gaf Jan-Werner Müller in zijn recente What is Populism? als antwoord op de titelvraag dat populisme in de kern een afwijzing van pluralisme is door politici die stellen als enige ‘het volk’ te vertegenwoordigen.

Zelf bepleit ik de ‘elephant test’, waarmee de Amerikaanse rechter Potter Stewart de moeilijkheden bij het definiëren van ‘obsceen materiaal’ omzeilde. „I know it when I see it” geldt evengoed voor populisme als voor pornografie.