Schrijver Koos Dijksterhuis: ‘Op Schiermonnikoog is het saai’

Buitenhuis Schrijver Koos Dijksterhuis komt sinds zijn jeugd op Schiermonnikoog. Hij geniet van de natuur, maar zegt tegen anderen dat het er saai is. „Hoe minder er verandert, hoe beter.”

Foto: Eddo Hartmann

Koos Dijksterhuis op Schiermonnikoog. Foto: Eddo Hartmann

Mijn ouders kochten het huisje op Schiermonnikoog in 1966. Tien jaar geleden hebben ze het aan hun kinderen gegeven”, zegt schrijver Koos Dijksterhuis. Als kind heeft hij er veel zomers doorgebracht. Nu gaat hij erheen met zijn gezin om een weekend buiten te zijn of in zijn eentje om te schrijven. „Het is een cliché, maar je hebt er het eilandgevoel.

Het is er doodstil

Ik voel me nergens zo prettig als hier. Dat begint al als ik aankom met de boot. Het summum is de Balg, de enorme strandvlakte aan de oostpunt. Een van de meest verlaten punten van Nederland. Ik kijk er naar vogels en zeehonden.”Dijkzathe, zo heet het huisje, is onderdeel van een bungalowpark dat in de jaren zestig is aangelegd. Dat klinkt misschien niet zo romantisch, zegt Dijksterhuis, maar hun vakantiehuis ligt aan de rand van een bos, het was het eerste dat hier werd gebouwd.

Het is er doodstil. Van buren heeft de familie Dijksterhuis geen last. „Ik hou van vogels kijken, dus ik gebruik het ook als vogelkijkhut.” Het boek over spreeuwen dat hij net af heeft, is deels hier geschreven. „Het is een fijne plek om te werken, geen afleiding, er komt niet zomaar iemand op bezoek.” Het ritme van de dag is zo: ’s ochtends werken en ’s middags wandelen. Nu is er wifi, maar vroeger moest hij met een schijfje naar de bibliotheek en een kwartier een computer huren om zijn dagelijkse natuurcolumn voor Trouw in te kunnen leveren.

Van de Tox Bar naar Van der Werff

Als kind maakte hij met zijn vader tochten, met de fiets of wandelend, weer of geen weer. Tien kilometer naar het oosten lopen bijvoorbeeld, door het slijk en de zwermen steekvliegen.En hij ontmoette er zijn eerste liefde. Op zijn achttiende is hij in de plaatselijke disco, de Tox Bar, versierd door een Duits meisje.

Nu gaat hij niet meer naar de Tox Bar, maar koffiedrinken bij Van der Werff, een ouderwets hotel zonder modieuze fratsen. „Ze hebben alleen gewone koffie, geen cappuccino, latte of macchiato. Koffie kost er 85 cent, een fractie van wat je aan de overkant betaalt. Daar betaal je voor het uitzicht, zeggen de eigenaren graag.”

Lees ook: Architect Bjarne Mastenbroek woont ondergronds

Op het eiland maakt hij altijd een paar wandelingen, langs het Schelpenmuseum Paal 14 bijvoorbeeld, of door de Voorstreek, een smal paadje met karakteristiek oude huisjes. „Soms zeggen mensen tegen mij: ‘Schier is een mooi eiland, maar na een weekend heb je alles wel gezien’. Eigenlijk wil ik dan zeggen: ‘Ik garandeer dat ik je waanzinnig mooie paadjes kan laten zien’, maar toch antwoord ik altijd: ‘Ja, ja, klopt’. Want ik wil niet meer mensen hierheen lokken. Hoe minder er verandert, hoe beter. Het is saai hier, je kunt beter naar Ameland of Terschelling gaan.”

    • Carlijn Vis