Recensie

Meewaaien met de wind tot voor de lens van vogelaars

Het was een memorabele herfst voor twitchers, de vogelaars die er een wedstrijd van maken veel soorten te zien. Er was een bruine lijster. Helemaal uit Siberië naar de Groningse wijk Beijum gedwaald. Hij was een paar dagen in beeld, raakte zoek en werd dood gevonden. Misschien was er een kat in het spel.

Er was ook een bergheggemus, op de Maasvlakte. Die twee kwamen in het kielzog van gewonere Oost-Europese vogels, zoals de witkopgors en de Siberische tjiftjaf, toen in oktober de wind ongewoon lang uit het oosten woei.

Meewaaien met de wind levert altijd ergens dwaalgasten op. Het zijn vogels die op onverwachte plaatsen opduiken. Waar ze vandaan komen zijn ze vaak doodgewoon. Er zijn treinstationnetjes in het Zwitserse Graubünden waar de alpengierzwaluwen met tientallen vlak over je hoofd gieren. Wandel je naar boven en heb je geluk, dan zie je op de rotsen en hellingen de rode of blauwe rotslijster, een alpenheggemus, of zelfs, soms, de rotskruiper. Binnen de Nederlandse grenzen zorgen die voor vogels voor opwinding onder de twitchers. Als ze maar even tijd hebben stappen ze in de auto zodra er op hun mobieltje een melding binnenkomt van een zeldzaamheid die op hun lijst ontbreekt. Kijk op dutchbirdalerts.nl. Klik door naar ranking en zie dat de lijst van topwaarnemers wordt aangevoerd door Aart Vink en Gerard Steinhaus, met 471 in Nederland waargenomen soorten. Snelle communicatie, goede telescopen, fijne verrekijkers, digitale camera’s, veel liefhebbers, alles werkt mee om steeds meer van die zeldzaamheden te vinden. Hoeveel blijven er onontdekt? Niet aan denken.

Meer dan 200 soorten waar twitchers hun vingers bij aflikken staan in het nieuwe vogelboek van Kester Freriks. Kernachtig en mooi beschreven. En allemaal met een soms al meer dan 200 jaar oude tekening uit de collectie van de Artis Bibliotheek. De tekeningen zijn prachtig, maar minder bruikbaar voor determinatie in het veld.

Freriks schreef eerder Vogels kijken over de 300 niet-zo-zeldzame vogels in Nederland – de broedvogels, de gewone wintergasten en de doortrekkers. De 215 in het boek zijn vaak dwaalgasten. Ze zijn bijzonder omdat ze in de Lage Landen zeldzaam zijn. Met die 515 soorten „is het hele vogelrijk binnen onze grenzen beschreven”, vindt Freriks, maar niet al die soorten zijn binnen onze grenzen geweest. De eskimowulp is hier nooit gezien en komt ook nooit meer. „Zeg nooit ‘nooit’ in de vogelwereld”, schrijft Freriks, maar de eskimowulp is in 1966 voor het laatst gezien in Canada en vrijwel zeker uitgestorven.

De meeste van de 215 geportretteerde vogels zijn hier dwaalgast, een vogelsoort die minder dan vijftien keer per eeuw wordt waargenomen. Maar wel minstens eenmaal.

Wat dwaalgasten beweegt is onduidelijk. Zijn het voorlopers van hun soort, die gedreven door avontuurlijk DNA op uit gaan om nieuwe gebieden te verkennen? Maar of een dwaalgast hier verschijnt is toch ook wel opvallend vaak van het weer afhankelijk. Het zijn vaak trekvogels die in de trektijd van hun route wegwaaien. Of watervogels die de zee opwaaien en hier uitkomen.

Waar ze blijven blijft meestal onduidelijk. Behalve als ze dood worden gevonden, zoals die onfortuinlijke bruine lijster in Beijum. Of de uit Noord-Amerika overgekomen groene reiger die tussen 2006 en 2009 zomers tussen Zaandam en Amsterdam leefde. In de winter zat het dier steevast op één plek steeds in Zuid-Frankrijk, niet ver van de luchthaven van Marseille.