Recensie

Marshall verwart en intrigeert graag

Enkel zwarte mensen

In New York is nu een overweldigende expositie van Kerry James Marshall. Hij meet zich met Rembrandt, Titiaan en Seurat.

Kerry James Marshall, Past Times (1997, acryl en collage op ongespannen doek, 289,6 × 396,2 cm) Foto Nathan Keay © MCA Chicago

Op het werk Past Times, een schildering van bijna drie bij vier meter, kijken een meisje, een tiener en een volwassen man je aan alsof je niet gewenst bent. In hun blik ligt een vraag als: „heb ik iets van je aan ofzo?”

Toch wil je blijven kijken, want dit is een lekker schilderij waarop eindeloos veel te zien is, zoals vaak in schilderijen van Kerry James Marshall (1955). Zo staan op het picknickdeken twee radio’s. Uit een komt de tekst „Tell you it was just my Imagination running away”, uit een nummer van The Temptations. Uit de andere radio komt Snoop Dogg. Tekst: „With my mind on my money and my money on my mind.”

Zorgeloosheid is hier ver te zoeken

En ja, geld en verbeelding, daar gaat het hier in Past Times om. Te zien zijn Afro-Amerikanen die, allen geheel in het wit gekleed, waterskiën, of aan crocket doen, golf en andere typisch blanke-mensen-activiteiten. Die kosten tijd en vergen zorgeloosheid. Op de achtergrond, achter beboste heuvels, zijn de ‘projects’ te zien, als een middeleeuws stadje op een Florentijns altaarstuk: sociale woningbouw waar zoveel Afro-Amerikanen wonen. Zorgeloosheid is daar ver te zoeken.

Wat is dit? Een utopie? Of een verbeeldingsspel, met verwijzingen naar Seurats Dimanche d’été à la Grande Jatte (1886) of achttiende-eeuwse salontaferelen. Hoewel Marshalls schilderijen de directheid hebben van West-Afrikaanse, geschilderde reclames, geven ze geen eenduidige antwoorden op dit soort vragen. Daarvoor is hij te groot kunstenaar, wiens werk verwart en intrigeert. Ik houd het op een ironisch spel met stereotypen over de maatschappelijke positie van Afro-Amerikanen in de VS.

Georges Seurat

Dimanche d’été à la Grande Jatte. Georges Seurat

Zwart

Past Times is onderdeel van The Garden Project, een serie schilderijen die Marshall in 1997 schilderde voor de Documenta in Kassel. Het canvas is niet opgespannen maar direct tegen de muur gedrukt. „Goedkoper” zei Marshall, en ook: „Zo kun je ze direct meenemen als je moet vluchten voor de politie.” De serie is bijeengebracht in The Met Breuer in New York, als onderdeel van de expositie Mastry. Met 72 schilderijen uit de afgelopen 35 jaar is het de grootste overzichtstentoonstelling van Marshalls werk tot nu toe.

De tentoonstelling biedt een overweldigende ervaring. Toen ik door de zalen van deze dependance van het Metropolitan in New York schoof, kon ik niet laten te denken: het is Marshall gelukt. Hij hééft de kunstgeschiedenis aangevuld. Want dat heeft Marshall altijd zijn grote missie genoemd. Tegen deze krant verwoordde hij het eens bijzonder bondig: „Men lijkt niet erg happig om die Goya’s, Titiaans en Rembrandts de deur uit te doen. Dus moet ik proberen daartussen te komen.”

Marshall ontdekte de westerse kunstcanon al als kind in Birmingham, Alabama. Hij was direct verkocht. Aan de hand van een populaire tv-cursus leerde hij zichzelf tekenen. In de plaatselijke bibliotheek verdiepte hij zich verder in de westerse kunstgeschiedenis. Hij voelde zich erin thuis, terwijl er nauwelijks een persoon in de westerse kunst was te vinden met zijn huidskleur. Dat gaf hem geen reden de traditie te verwerpen, zoals zoveel tijdgenoten wel deden, zwart én blank. Hij reageerde anders. Hij besloot voortaan alleen nog zwarte mensen te schilderen. Als hij zou slagen in zijn missie de canon binnen te dringen, zou hij die ook aanvullen. Veranderen.

Kerry James Marshall

De Style (1993). Kerry James Marshall

Mondriaan

Als om het belang van de kunstcanon voor Marshalls werk te onderstrepen, heeft het museum hem gevraagd één zaal van de expositie te vullen met werk uit het Metropolitan. Marshall koos voor meesters als Dürer, Ingres en De Kooning.

Maar ook zonder die zaal is het de kijker wel duidelijk. Neem De Style, uit 1993, het eerste werk dat Marshall verkocht aan een groot museum. Te zien zijn vier Afro-Amerikanen in kapperszaak ‘Percy’s House of Style’. Het is een indringend werk, ook zonder benul van de kunsthistorische verwijzingen. Die maken het wel een interessant conversatiestuk en, opnieuw, een zoekplaatje. Marshall plaatst de mannen, en hun cultuur, in de westerse kunstgeschiedenis. Ze stellen zich op als schutters op een groepsportret van Van der Helst of Frans Hals, even trots en een tikje ijdel. De kapper heeft een aureool en maakte een verlossersgebaar. En kijk eens naar de kapperstafel: daar zien we invloeden van De Stijl, de kunstenaarsgroep van Hollanders als Doesburg, Mondriaan en Rietveld. En voor wie twijfelt aan die vergelijking: het lidwoord ‘de’ in de titel is geen spelfout.