Column

Maak van theater-etiquette geen strijd tussen oud en jong

Een Britse theaterstrijd is losgebarsten, meldde Het Parool onlangs. Met als inzet niets minder dan de vraag: wie is er welkom in het theater, en onder welke voorwaarden?

Aanleiding is een generatieconflict rondom de productie Doctor Faustus – dat overigens al afgelopen zomer oplaaide. Oudere theaterbezoekers wonden zich op over de jongere, die voornamelijk voor Game of Thrones-ster Kit Harington kwamen en tijdens de voorstelling luid aten, belden en fotografeerden. Harington nam het op voor zijn fans en zei dat het theater ten dode is opgeschreven als het jonge mensen en hun mores discrimineert. Ik vrees dat hij gelijk heeft. Helaas ging de discussie daarna meteen over het ‘opvoeden’ van jong publiek in de gekoesterde traditie van zwijgzaamheid en opperste concentratie . Terwijl de vraag moet zijn: hoe faciliteren we de energie en dynamiek van een jong publiek op een manier die de andere bezoekers én de artiesten zo min mogelijk stoort?

De valkuil is te redeneren vanuit hoe het was. De opdracht is de traditie tegen het licht te houden: waarom zijn decennia-oude regels ontstaan? Zijn ze in deze tijd nog van toepassing? Als je buurvrouw tijdens een voorstelling haar telefoon checkt, is dat storend – de smartphone heeft nu eenmaal een groot aandachtzuigend vermogen. Ook acteurs leidt het af. Bij de voorstelling Jihad, waar veel middelbare scholieren heengaan, deden de spelers het voor de voorstelling even voor: check je je telefoon, dan zie je er in het donker uit alsof iemand een zaklamp onder je kin houdt. Een speelse waarschuwing die werkt, omdat je de logica achter de regel inzichtelijk maakt. Fotograferen? Graag; daar zou na afloop van de voorstelling een vast moment voor kunnen worden ingelast. Fijn toch, als enthousiast publiek jouw werk deelt op Instagram? Laatst sprak ik een theaterdirecteur die het instellen van ‘tweet seats’ overwoog: speciale zitplaatsen – op de achterste rij – waar twitteren is toegestaan. Dat vind ik slim. Geen wanhopige aanpassing aan de grillen van het publiek, maar een inventieve poging het moderne leven te integreren in de schouwburgmores, terwijl je daar zelf pr-wise ook van profiteert: #fantastischevoorstelling!

In wezen gaat de discussie niet over oud en jong, maar over de vraag hoe we gewoontes, behoeften en gebreken – van jong én oud - kunnen verzoenen met de minimale concentratievereisten van schouwburgbezoek. Wat te denken van piepende gehoorapparaten en woeste geriatrische hoestbuien? Vroeger dacht ik: was thuis gebleven. Nu ontroert het me dat de oudere bezoeker ondanks de kwellende keelklachten tóch komt. De schouwburg kan ook zelf keelsnoepjes faciliteren. In een kraakvrije verpakking.

Herien Wensink is redacteur theater