Hollande bleek niet in staat het land bij de hand te nemen

De vertrekkende president Hollande wilde een „normale president” worden, maar daar zaten de Fransen niet op te wachten.

Ruim twee weken voordat hij donderdag zijn vertrek aankondigde, reikte François Hollande de jaarlijkse Prix de l’Elysée uit, een prijs voor de beste politieke foto. Op het winnende beeld zie je de president zelf, nogal klein en geheel in het zwart, in een zee van steentjes op de binnenplaats van het Hôtel des Invalides. De eenzaamheid van de Franse president, institutioneel en politiek, had niet beter in beeld gebracht kunnen worden.

De foto is gemaakt bij de herdenking na de terreur van november 2015. Hollande had een reeks harde maatregelen genomen die niet alleen terroristen moesten afschrikken en nieuwe aanslagen moesten voorkomen, maar die ook Frankrijk bij elkaar moesten houden. Daarna moest er herdacht worden, met veel ceremonieel zoals de Fransen dat kunnen. De hele politieke klasse zat met nabestaanden op tribunes. Een paar meter daarvoor stond één stoel. Daarop zat de president.

Op het moment dat hij de fotoprijs uitreikte stond Hollande er opnieuw alleen voor. Sinds de verschijning van een interviewboek met de toepasselijke titel Un président ne devrait pas dire ça… (‘Een president zou dat niet moeten zeggen’) hadden zelfs zijn laatste politieke vrienden hem laten vallen. Als een soort ongebonden commentator analyseert hij in het boek zijn eigen presidentschap, zijn concurrenten en afwegingen, tot aan militair-strategische toe.

Hij had transparant willen zijn, zoals hij dat altijd geweest was. Zijn bilan, zijn politieke keuzes, willen verdedigen. Maar de openhartigheid bracht het presidentschap schade toe, vonden zelfs ‘hollandisten’ van het eerste uur. Tegen beter weten in bleven zij toch vertellen dat Hollande de beste kandidaat was om links in 2017 te vertegenwoordigen. Het had er alle schijn van dat hij mee wilde doen. Waar hij kwam probeerde hij zijn presidentschap te verdedigen.

Normale president

Hollande gaat de geschiedenis in als de president die Frankrijk leidde tijdens een reeks zware terreuraanslagen. De president die in de campagnes van 2012, na het politieke spektakel van Sarkozy, zei een „normale president” te worden, werd alles behalve dat. Hij werd een oorlogspresident, die zonder kennelijke emotie Franse soldaten naar verre oorden stuurde om het terroristisch gevaar te keren of aanslagen te wreken. Juist op die momenten leek hij daadwerkelijk in zijn rol te groeien. Juist dan waren de peilingen genadig.

Maar die statistische steun was niet persoonlijk. De Fransen schaarden zich in moeilijke tijden achter het instituut. Een „normale president”, zo bleek een enquête later, dat willen ze helemaal niet. Het past niet bij de bijna monarchale rol die het Franse staatshoofd in de grondwet van De Gaulle uit 1958 heeft toebedeeld gekregen. Fransen willen een leider die het land bij de hand neemt en Hollande leek daar niet toe in staat.

Hij had jarenlange politieke ervaring toen hij in 2012 aantrad, maar vooral in de eigen partij. Hij was „meester van de synthese”, zei men: hij wist als eerste secretaris alle verschillende stromingen het best bij elkaar te houden. Toen de gedoodverfde kandidaat Strauss-Kahn in 2011 uitviel, slaagde hij erin de voorverkiezingen te winnen. Daarna wist hij de teleurstelling over het presidentschap van Sarkozy het best te mobiliseren: hij werd president om wie hij niet was.

Hollande voerde een linkse campagne, kritisch op de financiële wereld en op het liberale Europa. Hij zou er namens Zuid-Europa voor zorgen dat de euroregels versoepeld werden zodat landen hun economie konden stimuleren. Eenmaal verkozen bleken die pogingen geen prioriteit. Hij zou de Franse economie, zo achtergebleven op de Duitse, hervormen om het Europese evenwicht te herstellen. Het wilde niet lukken.

Duidelijke keuzes bleven uit. „In plaats van de vanaf het eerste moment vereiste autoriteit en besluiten, kwam amateurisme en draaierij”, schrijft de toonaangevende politiek journalist Françoise Fressoz in haar vorig jaar verschenen boek Le Stage est fini. Hollandes „psyche” was de eerste twee jaar „totaal ongeschikt voor de crisissituatie waarin het land zich bevond”.

Net als zijn politieke leermeester Mitterrand had hij gehoopt vroeg in zijn presidentschap met één snel te realiseren maatregel links te enthousiasmeren. Mitterrand schafte de doodstraf af, Hollande stelde het huwelijk open voor homokoppels. Dat lukte, maar het maandenlange verzet van traditioneel Frankrijk had hij niet ingecalculeerd. Het werd een keerpunt toen de demonstraties zich steeds meer tegen Hollande persoonlijk gingen richten. Hij was, bleek voor rechts Frankrijk, net zo polariserend als Sarkozy dat eerder was voor het linkse deel van het land.

Scooter

Dat werd erger naarmate het aantal affaires toenam. Er was de kwestie met het Kosovaarse meisje Leonarda dat was uitgezet en door Hollande weer werd teruggenood. („Zwakte!”) Toen kwam de socialistische minister, Cahuzac, die tegen belastingfraude moest strijden maar rekeningen in Zwitserland bleek te hebben („Voorbeeldfunctie!”). Of de opgewonden belastingrevolte in Bretagne.

Maar geen affaire bracht het imago van de toch niet zo normale president zoveel schade toe als die met de scooter. Fransen waren niet zozeer geschokt dat hij er een tweede vriendin op nahield, maar wel over de weinig glorieuze wijze waarop de leider van une grande nation overspel pleegde: verstopt onder een integraalhelm liet hij zich twee straten naast het Élysée afzetten. Het was „persoonlijk” zijn slechtste moment, zei hij in het interviewboek over de scooterfoto’s in roddelblad Closer.

Het was toevallig (en volgens sommige mensen juist niet) ook het moment van de grote tournure in zijn economisch beleid. Op de persconferentie waarop hij liet weten dat zijn privéleven nu eenmaal privé is, kondigde hij immense lastenverlichting voor het bedrijfsleven aan en een verlaging van de staatsuitgaven met 50 miljard euro. Hij noemde zich expliciet „sociaal-democraat”, en leek te breken met zijn de meer klassiek linkse campagne waarop hij verkozen was. Bijna twee jaar na zijn aantreden, leek hij te beseffen dat het onmogelijk was te hervormen en tegelijk iedereen te vriend te houden. Maar naarmate het kabinetsbeleid op economisch terrein misschien coherenter werd, viel zijn partij steeds verder uit elkaar. En de service après vente ontbrak, zoals Fransen zeggen: hij legde niet uit wat hij deed en waarom. De „mystificatie was totaal”, schrijft Fressoz.

Tragisch

Voordat Hollande donderdag tot zijn besluit kwam om geen tweede termijn te ambiëren, deed hij wel een poging zichzelf te verklaren. Hij somde op wat volgens hem de hoogtepunten van zijn presidentschap zijn. De begroting is op orde, het onderwijs is hervormd en Fransen hebben „meer vrijheden” gekregen, zei hij. Hij heeft de democratie „gemoderniseerd” met een verbod op het stapelen van politieke ambten en meer financiële transparantie. Internationaal noemde hij het klimaatakkoord van Parijs, de interventies en Frankrijks inspanningen om Griekenland aan boord van de euro te houden.

Hollande kondigt aan niet voor een tweede termijn te gaan. De tekst gaat onder de video verder.

Maar de al in 2014 beloofde daling van de werkloosheid, kwam „later dan ik had aangekondigd”. En het speet hem dat hij na de aanslagen het (extreem-)rechtse plan had overgenomen om het staatsburgerschap van terroristen af te nemen. „Ik dacht dat dat ons kon verenigen, terwijl het ons heeft verdeeld”, zei hij. Bijna terloops kwam na alle successen de mededeling dat hij besloten had geen kandidaat te zijn. Extremisme dreigde, zei hij. Want na Sarkozy, concludeerden commentatoren minuten later, was het ook hem niet gelukt Frankrijk ingrijpend te vernieuwen. Weer vijf verloren jaren.

Het had iets tragisch. Het einde van een presidentschap dat niet eens echt begonnen leek: „de president die dat niet was”, kopte de altijd virulente Figaro. Een president, die door niemand ooit echt begrepen is en Frankrijk verward achterlaat.

„Als ik deze foto’s bekijk”, zei Hollande afgelopen maand bij de uitreiking van de Prix de l’Élysée, „dan vraag ik me af hoe ik zo vastgelegd heb kunnen worden.” De president van Frankrijk keek niet meer naar zijn uitgeschreven speech en begon vrij te improviseren. „Ik stel steeds dezelfde vraag: maar wie is dan François Hollande?”