Feyenoord, tot en met de dood

Laatste Wens

Op bijna religieuze wijze belijden supporters van Feyenoord hun club. Letterlijk tot de dood, getuige de bijzondere wensen die de club elke dag ontvangt. Timmerman Willem wilde een laatste keer naar de Kuip.

Foto’s Robin Utrecht.

De naderende dood doet niks af aan zijn liefde voor Feyenoord. In het hospice waar hij vier weken verbleef, probeerde Willem (68) nog zoveel mogelijk wedstrijden te zien. Het enige nadeel is dat hij zelden negentig minuten volhoudt en soms nog tijdens de eerste helft in slaap valt. Komt door de morfine.

Toch is dat ook wat hem deze middag op de been houdt, gepaard met wilskracht en plezier. Opgestaan uit zijn rolstoel staat hij op het punt om een bijzondere trap af te lopen, op een plek waar het ruikt naar nat gras en aarde en de muren zijn gedecoreerd met schilderingen van voetballers en trofeeën.

Meestal zijn het ook voetballers die de spelerstunnel van stadion de Kuip betreden, nu is het een uitbehandelde supporter uit Culemborg, met nog één grote wens: een laatste keer naar Feyenoord.

„We hebben alle tijd Willem”, zegt de vrouw die hem ondersteunt. „Het gaat vandaag alleen om jou. Wil je even uitrusten? Mag hoor.”

Tot zij zich in 2014 ging inzetten voor zieke Feyenoord-supporters als Willem, vervulde Mirelle Kosten bij Feyenoord meerdere functies. Ze was er even weg om onder meer kinderwensen te coördineren bij stichting Make a Wish, maar keerde in 2014 toch terug toen Feyenoord iemand zocht die zich kon buigen over bijzondere wensen van supporters. Door omstandigheden was het wel eens voorgekomen dat zulke verzoeken pas werden beantwoord op een moment dat iemand al was overleden. Dat nooit weer.

Terwijl in het ene kantoor e-mails binnenkomen van ouders die hun baby soms eerder aanmelden bij Feyenoord dan bij de gemeente, ontvangt zij als Medewerker Bijzondere Wensen de verzoeken die veelal gerelateerd zijn aan een levenseinde. Vijftigers die nog één keer een volle Kuip willen ervaren. Ernstig zieke kinderen met de wens om een speler te ontmoeten. Nabestaanden die informeren naar een shirt met handtekeningen, bestemd als kleding voor bij een opbaring.

Kuipgras

Kosten zegt het met nadruk: voor haar is geen wens ongewoon. Met liefde stuurt ze per bubbeltjespost een stukje Kuipgras op dat bestemd is voor een graf, wat ze vijf keer heeft gedaan. „Soms moet ik even slikken, maar als nabestaanden me dan later een e-mail sturen over hoe blij ze zijn dan weet ik: hier doe ik het voor.”

De bijna religieuze wijze waarop Feyenoord door supporters wordt beleden kan opzien baren bij anderen. Bij hun rondleiding door de Kuip in september keken bestuurders van Manchester United verbaasd toen een supporter het stadion vaarwel kwam zeggen vanaf een brancard. Buiten troffen ze een rouwstoet die net halt hield bij het stadion.

Wat ze zagen, was de gewaarwording van misschien wel de meest gehoorde kreet in het Legioen: Feyenoord till I die.

En dat is niet waar het stopt. Er is nog een ander fenomeen dat getuigt van een bijna onvoorstelbare genegenheid voor de club, als de dood al is ingetreden, maar nog altijd niet tussen club en overledene is komen te staan: de Feyenoord-uitvaart. Feyenoord tot en mét de dood.

Van rouwkransen met clubembleem en een kist in Feyenoord-design tot een condoleance in het Feyenoord-museum en de spelersbus als volgwagen. Tegen extra betaling zong Lee Towers op locatie het clublied You’ll Never Walk Alone, hoewel de 70-jarige artiest daar tegenwoordig van afziet om zijn stem te sparen. Ten slotte kunnen fans worden begraven in het Feyenoord-vak op de Zuiderbegraafplaats, dan wel verstrooid op het veld dat daar is aangelegd, met gras uit de Kuip.

In trainingspak de kist in

Zo’n uitvaart trekt vooral jongere supporters. De oudere generatie Rotterdammers, die van net na de oorlog, blijft liever weg van opsmuk en extravagantie. Al zijn er uitzonderingen. Uitvaartbegeleiders van Monuta hebben zeventigers zien huilen toen ze zagen dat ze in Feyenoord-stijl zouden worden opgebaard. Ze gingen in clubtrainingspak de kist in.

Van die orde is ook de clubliefde van Willem. Wat hem aansprak aan de club? „Ik hou van werkvoetbal.” Zijn overleden vrouw, zijn schoonvader, zijn zwagers; allemaal Feyenoorders. „Het was het eerste wat mijn schoonvader me vroeg: voor welke club ben je?”

In de perszaal tilt hij met zijn handen zijn voeten uit de steunen van zijn rolstoel. Met enige hulp slaagt hij erin plaats te nemen achter de tafel waaraan trainer Giovanni van Bronckhorst zijn persconferenties houdt. Een glimlach. Een glunderende blik in de richting van de man die hem vanuit Culemborg naar Rotterdam heeft gereden. De man fluistert dat hij niet kan bevatten wat hij ziet. „Ik heb al drie keer afscheid van hem genomen.”

Ebbo de Jong is niet Willems mantelzorger, maar door zijn bereidheid om zijn plaatsgenoot in zijn laatste dagen te steunen, is hij dat indirect wel geworden. Hij bezocht Willem in het naburige hospice, waar de voormalige timmerman na vier weken vertrok vanwege een onverklaarbare opleving. Voor De Jong was dat het moment om Feyenoord te schrijven.

Zo gaat het meestal. Het zijn niet de zieken zelf die Mirelle Kosten benaderen, maar familie of vrienden, waarna zij bedenkt wat het best bij iemand past: een meet-and-greet dan wel een wedstrijd- of trainingsbezoek. Door de grote vraag, zegt ze, kan Feyenoord niet elk verzoek inwilligen en richt het project zich met name op kinderen en volwassenen met een levensbedreigende of ongeneeslijke ziekte. Kosten: „Elke ronde die we verder komen in de beker, is voor mij een extra wedstrijd, een cadeautje. Als we thuis spelen, kan ik weer een laatste wens vervullen.”

Dit zijn veelal terminale supporters die soms enkel liggend vervoerd kunnen worden. Elk thuisduel verwelkomt ze een zo’n fan in de businessunit van Feyenoord zelf. „Kein geloel, fußball spielen”, staat daar in grote letters op de muur, naar de bekende uitspraak van oud-trainer Ernst Happel. Verder foto’s van dezelfde Happel en clublegende Coen Moulijn. Gecompleteerd door een fraai uitzicht op het veld, ter hoogte van de middenstip.

Zo ziet Kosten een laatste wens ook voor zich: het beste van het beste. Stichtingen die laatste wensen vervullen en met haar samenwerken, vinden het soms jammer dat er per wedstrijd maar één zo’n plek beschikbaar is. Zet mijn brancard dan bij het veld, hoort ze dan. Maar dat weigert ze. En dan een paraplu meegeven voor als het regent? Nee, nee.

Ze moet soms streng zijn in haar werk, maar deze middag merkt haar gast daar weinig van. Bij de rondleiding van Willem is ze assertief, zorgzaam, klimt ze op een stoel om hem te fotograferen wanneer hij langs het veld staat. Erop mag niet. Dat mag niemand. Ook zijzelf niet. De grasmeester heeft haviksogen.

Later, in de box van een grote sponsor, merkt ze dat er wat is met Willem. „Duizeligheid”, verklaart hij. Zij: „Wat doe je thuis als je duizelig bent? Even liggen? Je mag hier gerust op de grond liggen. Neem je mijn jas als kussen.”

MH17-ramp

In alle gevallen zorgt ze ervoor dat ze weet wat haar gast onder de leden heeft, en in welk stadium diens ziekte is. Dat is een groot deel van haar werk. Ouders bellen, vrienden mailen. Om te weten wat ze een pas geopereerd jongetje het beste kan schrijven en welke woorden ze gebruikt voor een uitnodiging van een team F-junioren dat zijn keepertje heeft verloren bij de MH17-ramp. Haar kernwoorden: persoonlijke aandacht en erkenning.

Er is nog een reden dat ze informatie verzamelt. Zo kan ze spelers, trainers en bestuurders voorbereiden op de komst van de patiënt, meestal per mail. Omdat een ontmoeting met een zieke supporter heftig kan zijn, plant ze dit hooguit één tot twee keer per week. Het is ook niet voor niets dat Feyenoord bij het jaarlijkse bezoek aan het Sophia Kinderziekenhuis de jongste spelers liever niet naar de hoogste etages stuurt, tenzij ze dat zelf willen. Daar liggen de ernstigste gevallen.

„Het hoort erbij en het is goed dat het gebeurt, maar ik zag er soms ook tegenop”, zegt Bert van Marwijk, die als trainer van Feyenoord (2000-2004, 2007-2008) geregeld zieke supporters de hand schudde. Sommigen mochten naast hem zitten tijdens de lunch. Anderen zag hij herhaaldelijk langs het trainingsveld. „Of opeens niet meer. Dan wist je dat degene er niet meer was. Nee, het viel mij nooit mee.”

Het was de tijd dat zulke verzoeken nog binnenkwamen bij wijlen Fred Blankemeijer, de bekende gastheer van Feyenoord die supporterspost nog met handgeschreven briefjes beantwoordde. Was er een bijzonder verzoek, dan legde hij dat bij de spelers neer. Het was zo’n brief die eind jaren negentig werd overhandigd aan verdediger Bert Konterman. Geadresseerd aan de selectie en afkomstig uit Wezep, waar een familie een zoon had verloren en hoopte dat een speler kon langskomen om troost te bieden. Konterman, toen 27, twijfelde niet en ging erheen.

„Het jongetje lag opgebaard in een Feyenoord-shirt”, herinnert hij zich. „Hij was een jaar of acht en was omgekomen bij een ongeluk. Hartverscheurend. Ik wist me moeilijk een houding te geven, werd overvallen door de situatie. Maar toen de ouders erom vroegen, heb ik naast de kist geposeerd voor een foto. Het scheelde dat ik al 27 was en nog geen kinderen had, maar ik heb het bezoek wel moeten verwerken. Tegelijk was het een eenvoudige geste waarmee ik deze familie een zekere vorm van troost kon bieden. Aan die gedachte heb ik me altijd vastgehouden.”

Dat is het doel. Zoals Feyenoord het op de clubsite omschrijft: „Een lach op het gezicht toveren, een moment van eeuwigheidswaarde creëren, om energie te geven aan hen die het nodig hebben.”

Door alle uitzaaiingen heeft Willem nauwelijks nog de energie om zijn gevoelens uit te spreken, maar op de vraag of hij genoten heeft, steekt hij zijn beide duimen in de lucht. Twee keer achter elkaar. Nog geen minuut nadat hij via het autoraam een laatste blik op het stadion heeft geworpen, valt hij in slaap.