Column

Eindelijk: links zoekt naar een eigen geluid

Opvallend: de economische globalisering is jarenlang vanaf de uiterste linkerflank bekritiseerd, maar nu het verzet zich in Amerika en Europa vertaalt in een kiezersopstand gaat uiterst rechts met de winst lopen. Trump en de Brexiteers incasseren het ongenoegen over open grenzen en open markten, zoals in Oostenrijk zondag wellicht de extreemrechtse presidentskandidaat Hofer. Zo verschuift het politieke landschap naar rechts. Bij onze verkiezingen in maart gaat de strijd om de grootste partij volgens de polls tussen Wilders’ PVV en Ruttes VVD, tussen uiterst rechts en centrumrechts. Hetzelfde beeld in de Franse presidentsverkiezingen, waar een slotduel wordt verwacht tussen Marine Le Pen en François Fillon – uiterst rechts en centrumrechts.

Waar blijft Europa’s centrumlinks? De partijen aan de linkerzijde ontberen stootkracht, want zijn verdeeld over de grondvraag. Moet je met de internationale economische orde breken of moet deze worden behouden en hervormd? Uiterst links kiest voor breken: de SP in Nederland, Die Linke in Duitsland, Mélenchon en trotskistische splinters in Frankrijk, Syriza in Griekenland. Centrumlinks kiest voor behouden en hervormen: de PvdA, de Duitse SPD, de Franse PS van president Hollande. Maar sinds de bankenredding in de financiële crisis verloor centrumlinks zijn eigen stem, door coalitieakkoorden of vereenzelviging met technocratisch bestuur. Dit is niet alleen een drama voor deze partijen, maar ook voor de schokbestendigheid van onze democratieën.

Het breken van de populistische vloedgolf vraagt om een sterk centrum, bestaand uit centrumrechts én centrumlinks. Een dubbel centrum. Dus anders dan het éne gedepolitiseerd centrum van ‘grote coalities’, waar verschillen in een technocratisch soepje verdwijnen. Dat jaagt kiezers naar de flanken, zoals we in Nederland weten sinds de Fortuynrevolte tegen Paars. Nodig is een politiek midden met beide helften vanuit eigen kracht op de bres voor de klassieke waarden van de open samenleving. Voor de sociaal-democraten betekent dit allereerst: steun vinden voor plannen om de excessen van de financiële globalisering aan te pakken. Voordelen van open markten moeten niet louter bij de rijken belanden. Belastingdeals voor de Apples en Googles van deze wereld mogen minder. Bankiersbonussen idem. In termen van politiek econoom Dani Rodrik: de hyperglobalisering bestrijden, om de globalisering te redden.

Het besef daalt in dat ‘grote coalities’ geen duurzame steun van de kiezers krijgen. Met de blik op de Duitse verkiezingen van 2017 speelt de SPD van Gabriel met het idee van een links verkiezingspact (‘rood-rood-groen’). Bij ons draait de PvdA-lijsttrekkersstrijd tussen Samsom en Asscher, voor zover er strijd is, om de vraag: is het wel knus met Rutte? Toevallig ontploft deze week ook de ‘grote coalitie’ in het Europees Parlement, die er sinds 2014 naar Berlijns model werkt onder voormannen Juncker (christen-democraten) en Schulz (sociaal-democraten). Met het vertrek van Schulz naar de Duitse politiek komt de post van Europarlementsvoorzitter in januari 2017 vrij. In strijd met het coalitieakkoord doet de socialistische fractievoorzitter, de Italiaan Pitella, er een gooi naar. Daarmee blaast hij de coalitie op, waaronder ook in Brussel vooral de sociaal-democraten lijden, te meer daar deze in Zuid-Europa staat voor een door Duitsland afgedwongen bezuinigingsbeleid. Deze zet komt te laat om Pitella’s partijbaas in Rome, premier Renzi, extra linkse geloofwaardigheid te verlenen in het Italiaanse referendum van deze zondag. Maar het toont wel hoe Europees centrumlinks manmoedig zoekt naar eigen geluid in de populistische storm. Het werd ook hoog tijd.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof, en hoogleraar Europees recht en Europese studies (Leiden, Louvain-la-Neuve).