‘Dit wordt geen treurig ‘Ik vertrek’-verhaal’

Spitsuur

Ingrid Jegen (44) en Floris Moraal (39) vertrekken in de zomer van 2017 naar Zuid-Afrika om er een gastenverblijf te beginnen. „Ik zeg niet dat het niet mis kan gaan, maar het plan is goed doordacht.”

Foto David Galjaard

In Spitsuur vertellen stellen en singles wekelijks hoe zij werk en privé combineren. Meedoen? Mail naar werk@nrc.nl

Ingrid: „Zo’n vijftien jaar geleden was ik voor het eerst in Zuid-Afrika. Helemaal verliefd. De natuur was fantastisch, de mensen aardig, de wijn was er goed, het rook er heerlijk…”

Floris: „Ik ben er acht jaar geleden voor het eerst geweest en kreeg precies hetzelfde gevoel als Ingrid. Een gevoel van thuiskomen.”

Ingrid: „Het tempo ligter lager dan in Nederland, de temperatuur is er beter. Nederland is heel erg ingericht, veel dingen liggen vast. Je gaat vroeg naar je werk, brengt de kinderen naar school, kookt, slaapt en de volgende dag doe je weer precies hetzelfde. In die flow ga je mee, of je wilt of niet. Op een bepaald moment zeiden we tegen elkaar: is dit het leven dat we willen leiden?”

Floris: „Natuurlijk is het een jonge democratie, met alle strubbelingen vandien, maar de kwaliteit van leven is er een stuk beter dan hier. Ik denk dat de problemen van Zuid-Afrika weleens groter gemaakt worden dan ze zijn, ook in het land zelf. Het is een beetje een stigma geworden, veiligheid en Zuid-Afrika. De Oostkaap is echt veel veiliger dan bijvoorbeeld Johannesburg.”

Ingrid: „Elke keer als we terugkwamen uit Zuid-Afrika hadden we heimwee. Alleen al de gastvrijheid! Wildvreemden die je uitnodigen om bij ze te komen slapen.”

Floris: „Dat past bij ons, zo zijn we zelf ook. Je hoeft je niet te verontschuldigen als je spontaan langskomt.”

Ingrid: „Drie jaar geleden ontstond het idee voor een gastenverblijf annex lunchgelegenheid in de Oost-Kaap.”

Floris: „We zagen op internet een stuk land van elf hectare, vlakbij Grahamstown, met daarop een boerderij die al acht jaar leeg stond. Die boerderij werd in 1717 door een Nederlander gebouwd als pleisterplaats voor ossewagens. We zijn The Old Farmhouse nu aan het restaureren, op 1 september 2017 gaan we open.”

Floris: „We zitten daar midden tussen de wildparken. Je ziet giraffen open, hoort leeuwen brullen. En we zitten op korte afstand van de Indische Oceaan, waar de walvissen en dolfijnen voorbij zwemmen.”

Floris: „Ons nieuwe leven zal in niets lijken op ons huidige leven.”

Ingrid: „Dat is soms een beetje eng. Maar ja, dat is een nieuwe baan ook.”

Floris: „Het punt is: je bent zestig voordat je het weet. Ik vind het leven te kort om deze stap niet te zetten. In maart ben ik voor het eerst alleen op onze grond geweest, dat was voor mij de ultieme test. Het voelde goed.”

Ingrid: „En we willen het allebei heel graag.”

Floris: „We kunnen goed samen zijn, we hebben niet veel mensen nodig.”

Ingrid: „We krijgen bovendien een duidelijke taakverdeling: Floris gaat koken en doet de marketing, ik houd me bezig met de gasten en het personeel, en doe de administratie.”

Zuinig met de natuur

Floris: „Het meeste geld steken we nu in de verbouwing van de boerderij.”

Ingrid: „Als je een zakelijke verblijfsvergunning in Zuid-Afrika wilt, moet je in twee jaar minimaal 350.000 euro in je eigen bedrijf investeren en vijf lokale werknemers in dienst nemen.”

Floris: „Hier in Nederland geven we weinig geld uit, omdat we de laatste jaren hard hebben gespaard. Maar ook omdat we redelijk zuinig leven.”

Ingrid: „Floris kan goed koken, dus waarom zouden we uit eten gaan?”

Floris: „Ik houd het huis schoon, zo besparen we op een schoonmaker.”

Ingrid: „En we proberen zo min mogelijk gebruik te maken van betaalde kinderopvang. We hebben één auto.”

Floris: „We gaan ons gastenverblijf zo duurzaam mogelijk runnen. Duurzaam inkopen, alternatieve energiebronnen gebruiken.”

Ingrid: „We willen daar dichterbij de natuur leven. Door bijvoorbeeld eigen groente en fruit te verbouwen.”

Floris: „We willen stukjes grond beschikbaar stellen voor de lokale bevolking, zodat ze gewassen kunnen verbouwen voor eigen gebruik en om aan ons te verkopen. Elf hectare is een hele lap. Als we op deze manier een stukje ondernemerschap kunnen aanwakkeren, is dat mooi.”

Ingrid: „Door mijn werk bij de Unie van Waterschappen weet ik hoe belangrijk het is om zuinig met water om te gaan. We gaan daarom regenwater opvangen voor douche en toilet.”

Floris: „Hier zijn we niet van die ecologische freaks.”

Ingrid: „Maar we leven wel bewust! We weten bijvoorbeeld waar ons vlees vandaan komt.”

Floris: „Maar we hebben niet overal spaarlampen.”

Geen ‘Ik vertrek’-verhaal

Ingrid: „Eigenlijk is het niet de bedoeling dat we ooit terugkomen.”

Floris: „Maar misschien gaan we wel keihard op ons bek.”

Ingrid: „We hebben een reserve voor twee jaar, dus we gaan er gedegen in. En werkt het niet, dan komen we terug. Zonder geld, maar ook zonder schulden.”

Floris: „Ons businessplan zit goed in elkaar, dus het wordt geen larmoyant ‘Ik vertrek’-verhaal. We hebben de risico’s geanalyseerd, met deskundigen gesproken. Ik zeg niet dat het niet mis kan gaan, maar het is goed doordacht.”

Ingrid: „We zijn heel gelukkig dat we deze stap gaan zetten.”