Opinie

De tussen-n staat integratie in de weg

Opinie geeft taalles aan een Ghanese hbo-student. Om logistiek manager te worden moet hij weten waar de klemtoon in ‘kievit’ ligt.

Foto ANP/Martijn Beekman

opiauteur Linden Walt vdr

Begin vorige maand gooide Maurice de Hond een balletje op in de Volkskrant: laten we het kunstmatige, overbodige onderscheid tussen ‘ij’ en ‘ei’ in onze spelling afschaffen. In Pauw noemde hij dat „een startpunt voor discussie”. Maar door de extreme positionering was de bal wat al te makkelijk te raken. Columnisten als Aleid Truijens en Youp van ’t Hek stortten zich op de kans hem het stadion uit te rammen. Startpunt leek tevens eindpunt.

Jammer, want De Honds stuk stond vol aanknopingspunten voor discussie en reflectie. In het onderwijs moet van alles méér, zo stelde hij bijvoorbeeld vast (correct: sindsdien werd in aparte opiniestukken in NRC gepleit voor het opnemen van ‘programmeren’ en ‘maatschappelijke vorming’). Suggesties voor ‘minder’ zijn er zelden tot nooit, en een kind kan echt geen zestig uur naar school.

Zit het probleem in de spelling zelf of mogelijk in het disproportionele belang dat eraan wordt toegekend? Kan de beperkte tijd wellicht zinvoller worden besteed? Onderbelicht zijn ook de nadelen voor studenten met een taalachterstand. Dyslectici. Kinderen van migranten. Vluchtelingen.

Het idee is dat ik Francis, op zijn zestiende overgekomen uit Ghana en vier jaar later tweedejaars HBO Logistiek, help met zijn beheersing van het Nederlands. Woordenschat, zinsbouw en leesvaardigheid – maar we komen er niet aan toe. Er is namelijk een nijpend probleem. Om zijn propedeuse te bemachtigen zal hij voor ‘hogeschooltaal’ moeten slagen. En wel uiterlijk in zijn derde jaar. Anders moet hij van school. Inmiddels is hij vijf keer gezakt.

In plaats van de basis oefenen we noodgedwongen, week in week uit, op wat ik wil kwalificeren als ‘uiteenlopende typografische nonsens’. Zo gaan hele middagen verloren aan de correcte plaatsing van koppeltekens in samenstellingen. ‘Ad hoc’ + beleid wordt ‘ad-hocbeleid’. Het is ‘Champions League-finale’, terwijl het toevoegen van ‘wijsheid’ aan ‘huis, tuin en keuken’ het woord huis-tuin-en-keuken-wijsheid oplevert. Met uitzondering van de voetbalwedstrijd kent Francis geen van deze woorden. Maar dat interesseert de Hogeschool van Amsterdam geen bal. „Komt goed”, zegt Francis regelmatig na weer een uur oefenen. Ik durf niet te zeggen dat ik daar aan twijfel.

Ondanks het oefenen blijkt het bij poging nummer zes toch weer fout te gaan. Francis verslikt zich onder meer in ‘progressief-liberaal minderheidskabinet’.

Zie hier de wrange werkelijkheid van het spellingsfetisjisme: een toekomst afhankelijk van een koppelteken in een fictief kabinet (kunt u er één noemen?). Een woord bovendien dat hij als logistiek manager nooit zal hoeven spellen. En stel, bij wijze van gedachtenexperiment, dat ik daar ongelijk in krijg. Dan is er nog altijd Google. Uitgevonden in 1996 – het jaar waarin Francis werd geboren.

Thuis heb ik nog een ansichtkaart, een typemachine met een lint en vulpennen gevuld met inkt. Ze worden zelden gebruikt. De correcte spelling van een complex woord is anno 2016 een kwestie van ‘nieuw tabblad’.

Aleid Truijens (60) suggereerde in de Volkskrant dat afschaffen van spelling het internet, dat zij nog „het wereldwijde web” noemt, zou doen imploderen: „In 2030 kun je niet meer googelen wat de ‘pijlingen’ in 2016 voorspelden.” Vanwaar deze dystopische visie van technologische achteruitgang, Aleid? Mijn wat haastig getypte zoektermen worden door Google al jaren volautomatisch gecorrigeerd. Anno 2030 hoef je maar aan een progressief-liberaal minderheidskabinet te denken en voilà, de parlementariërs nemen in Augmented- dan wel Virtual Reality plaats aan je keukentafel – inclusief correct geplaatste koppeltekens.

Zo ver is het vooralsnog niet. Op de HvA maken de Truijens-types de dienst uit. Tijd die aan Excel, leesvaardigheid of maatschappelijke vorming kon worden besteed, investeren we liever in middeleeuwse weetwoorden als ‘spinnewiel’ en ‘vagevuur’. U raadt het: Francis en ik zijn aangekomen bij de tussen-n, de louteringsberg van onze spelling. Regels die taalgoeroe Wim Daniëls omschrijft als „geen touw aan vast te knopen”. ‘Bendeleden’ en niet ‘bendenleden’; het meervoud van bende is immers bendes. Francis vraagt wat een bende is. Een gang, zeg ik. Francis vermoedde dat het met ‘buigen’ te maken had – van het Engelse ‘bend’. Even later zoeken we naar ‘kieviten’ op Google Images – pas daarna kan het gaan over de onbeklemtoonde lettergreep -it, verantwoordelijk voor de enkele -t in de meervoudsvorm. Volgende obstakel: bepalen waar de klemtoon ligt in een woord dat je niet kent.

Volstrekt harteloos is de HvA nu ook weer niet. Voor vluchtelingen en anderen met een taalachterstand heeft de Hogeschool iets leuks in petto: een half uur extra op de toets. Francis zegt er niets aan te hebben. Compensatie voor zestien jaar Ghana – zonder Nederlandse boeken, gesprekken, ondertiteling, enzovoorts – kun je het toch moeilijk noemen.

Tevergeefs klopt hij aan bij docent en decaan. Een uitzondering maken is niet mogelijk, want, zo wordt hem verteld, dat zou het diploma devalueren. In werkelijkheid heeft die devaluatie natuurlijk geheel andere, goed gedocumenteerde oorzaken. Gesjoemel met studiepunten. Slechte docenten. Pretstudies als event- of vrijetijdsmanagement.

Weigeren rekening te houden met individuele verschillen is geen gelijkheid. Op zijn best is het ongelijkheid, op zijn slechtst institutioneel racisme. De tussen-n als discriminerende portier van onderwijs en arbeidsmarkt. We houden mensen voor dat onze samenleving volop kansen biedt voor wie tot hard werken bereid is. Ondertussen werpen we deze bizarre barrières op. Er zitten momenteel jonge Syriërs in Ter Apel voor wie het koppelteken het voornaamste obstakel bij hun integratie zal vormen.

Spelling is best belangrijk. Peilers zijn geen pijlers. Maar progressief-liberaal minderheidskabinet mag je als logistiek manager gewoon even googelen.