De president die wegen aanlegt

Infrastructuur

Donald Trump beloofde in zijn campagne 1.000 miljard dollar te investeren in de Amerikaanse infrastructuur. Wat is zijn plan? En wie gaat dat betalen?

Tienbaans snelweg in Los Angeles, tijdens de spits. Rond de meeste Amerikaanse steden loopt het verkeer dagelijks vast. Foto Patrick T. Fallon / Bloomberg

De grootste en duurste belofte die aanstaand president Donald Trump in zijn verkiezingscampagne deed, telt twaalf nullen. 1.000 miljard dollar zou volgens hem besteed moeten worden om Amerika’s infrastructuur op peil te brengen. Een investering die niet alleen hoognodig onderhoud en aanleg van nieuwe voorzieningen moet brengen, maar vooral ook werkgelegenheid. Bovendien zou zijn plan uitgevoerd kunnen worden zonder het overheidstekort van de VS verder te laten oplopen, zei Trump. Het werd door critici meteen weggezet als onhaalbaar, maar er is ook enthousiasme voor, zelfs bij politieke tegenstanders.

In zijn overwinningsspeech vorige maand repte Trump met geen woord over een muur aan de Mexicaanse grens, het afschaffen van Obamacare of zijn geheime plan om Islamitische Staat te verslaan. Wel sprak hij zinnenlang over infrastructuur. „We gaan onze binnensteden opknappen, onze snelwegen, bruggen, tunnels, vliegvelden, scholen en ziekenhuizen herbouwen. We gaan onze infrastructuur vernieuwen, en die zal, trouwens, ongeëvenaard worden,” beloofde hij. „En we zullen miljoenen van onze mensen aan het werk helpen.”

1.000 miljard dollar in 10 jaar

Veel concreter dan dat is Trumps plan nog niet. De inschatting van het noodzakelijke budget van 1.000 miljard dollar, uitgesmeerd over tien jaar, leende Trump van de National Association of Manufacturers en de American Society of Civil Engineers. Het grootste deel zou moeten worden besteed aan wegen en bruggen. Rond veel steden loopt het verkeer dagelijks net zo vast als een gemiddeld wetsvoorstel in Washington en bijna 60.000 bruggen in het land zijn levensgevaarlijk door het gebrek aan onderhoud. Verschillende vliegvelden doen derde-werelds aan en de loodvergiftiging die mensen in Flint, Michigan oplopen via hun kraanwater toont hoe slecht die basisvoorziening op sommige plekken is.

Er bestaat geen controverse over dát de infrastructuur van de VS in deplorabele staat verkeert. Het land heeft er al decennialang veel te weinig in geïnvesteerd. „De noodzaak van investeringen is reusachtig”, zegt Joseph Kane, infrastructuurspecialist bij de denktank Brookings. „De gevolgen van de achterstand zijn overal in de VS zichtbaar”, zegt Marcia Hale, directeur van Building America’s Future, een initiatief van politici van beide partijen om meer aan infrastructuur te doen. „1.000 miljard is eerder te weinig dan te veel”, zegt Tom Morgan, hoofd zakelijk advies van de Amerikaanse tak van het Nederlandse ingenieursbureau Arcadis.

Maar er is wel onenigheid over de mogelijke oplossingen en vooral de financiering daarvan. In Trumps eigen Republikeinse partij is veel minder animo voor zijn plan dan onder Democraten. Nancy Pelosi, de Democraat die de oppositie tegen Trump moet leiden in het Huis van Afgevaardigden, zei in een eerste reactie op de verkiezingsuitslag: „We kunnen samenwerken om snel een robuust infrastructuur- en banenplan in te voeren.” Maar Republikeinen zijn er minder voor te porren. Ze willen geen megalomane plannen die macht naar Washington verplaatsen en geld kosten – van de belastingbetaler of door schulden te laten oplopen. De Senaat lijkt wel te overtuigen, maar in het Huis is veel weerstand. De voormalige Republikeinse voorman Tom DeLay zei tegen Fox dat als Republikeinen „dat soort bedragen aan infrastructuur hadden willen uitgeven, ze wel voor Obama’s stimuleringspakket hadden gestemd” in 2009. Ook dat moest de infrastructuur verbeteren en banen creëren.

Dat pakket van van ruim 800 miljard wilden ze niet, maar een jaar geleden kreeg Obama wel hun steun voor een pakket van 305 miljard dollar om wegen te verbeteren, de eerste substantiële transportwet die het diep verdeelde Congres in meer dan tien jaar invoerde. „Trump doet alsof er de laatste jaren niets is gedaan aan infrastructuur, maar dat klopt niet”, zegt Joseph Kane van Brookings. Hij plaatst grote vraagtekens bij zowel het doel als de uitvoering van Trumps voorstel. „We zitten niet meer in een staat van totale economische crisis. De werkloosheid onder bouwvakkers is relatief laag en er gaan er de komende jaren een heleboel met pensioen. Of zijn voorstel – als het politiek al haalbaar is – slaagt, is onduidelijk”, zegt hij. „En dan heeft hij het overgesimplificeerde idee dat bedrijven de rekening wel zullen betalen.”

Trumps suggestie dat de 1.000 miljard niet uit de staatskas moet komen, maar van particuliere bedrijven, wordt alom kritisch beoordeeld. Zijn economische adviseurs, de econoom Peter Navarro en Wilbur Ross, een private-equitybaas die Trump deze week benoemde tot minister van Economische Zaken, rekenden voor hoe bedrijven met belastingvoordelen gepaaid kunnen worden. Tom Morgan van Arcadis heeft daar weinig vertrouwen in. „Het idee van publiek-private partnerschappen is niet nieuw, maar het is tot nu toe weinig succesvol. PPP is de toekomst, en het zal altijd de toekomst blijven, is in ons vak een bekende uitspraak.”

Bedrijven willen alleen eigen geld in infrastructuur steken als er een rechtstreekse geldstroom aan verbonden is waarmee ze hun investering kunnen terugverdienen. Als zij bijvoorbeeld tol kunnen heffen nadat ze een weg hebben aangelegd of een vliegveld kunnen verpachten. Maar dat werkt alleen in een stedelijke omgeving waar vitale infrastructuur door veel mensen gebruikt wordt die er voor kunnen en willen betalen, zeggen zowel Morgan, Hale en Kane. Kane: „De nieuwe waterleidingen van Flint of het versterken van een dijk wil dan niemand doen, want daar is niets aan te verdienen. Juist ook de onzichtbare infrastructuur, waarbij de president na investeringen geen groot lint kan doorknippen, moet worden aangepakt.”

Animo bij bedrijven is laag

Morgan: „Verschillende van die tolwegen zijn al failliet omdat bleek dat gebruikers er niet voor wilden betalen, dus de animo bij bedrijven is niet hoog.” Hale: „Als grote bedrijven minder belasting hoeven te betalen, moet het belastinggeld ergens anders vandaan komen. Uiteindelijk betalen de burgers linksom of rechtsom toch de rekening. Dit project kan niet slagen zonder ook federaal geld te investeren.” Ook de Democraten willen dat er overheidsgeld wordt vrijgemaakt, want ze zijn tegen Trumps plannen om bedrijven allerlei belastingvoordelen te geven.

Het voornaamste probleem daarbij is dat federaal geld voor infrastructuur afhankelijk is van de belasting op benzine en diesel. Die is al sinds 1993 niet verhoogd of zelfs geïndexeerd voor inflatie. „Je kunt je afvragen of een Republikeinse regering de geschiedenis in wil gaan als degene die de brandstofbelasting heeft verhoogd. Het zal dus heel moeilijk blijven om in Washington DC geld voor infrastructuur los te krijgen”, zegt Morgan, zelf een Brit. Volgens Trump zouden investeringen zichzelf moeten terugverdienen via loonbelasting en economische groei. Maar ook die opbrengst zal erg van project tot project verschillen.

De last voor de aanleg en het onderhoud van infrastructuur ligt al grotendeels bij de vijftig staten en die hebben, door het totale gebrek aan samenwerking tussen Democraten en Republikeinen op landelijk niveau, de afgelopen jaren steeds meer verantwoordelijkheid naar zich toegetrokken. Zo’n 75 procent van de huidige plannen en investeringen vinden plaats door staten en lokale overheden, al werd er tijdens de crisis ook daar flink bezuinigd op infrastructuur. Met die uitgesmeerde verantwoordelijkheid is ook de regelgeving versnipperd. Daar kan Trump wel iets aan doen, zegt Morgan. „In veel staten mogen publiek-private partnerschappen niet eens, dus die wetgeving zal eerst moeten veranderen.”

Dat zou ook specifieke nieuwe kansen voor Arcadis betekenen, al wil hij daar niet specifiek op ingaan. „In de markt is in ieder geval positief op Trumps overwinning gereageerd. De aandelenkoersen van Amerikaanse bouwbedrijven zijn sinds 8 november door het dak gegaan”, aldus Morgan.

Trump zelf is immer optimistisch over zijn slagingskansen. Over het gebrek aan steun van het leiderschap van zijn eigen partij zei hij vorige week tegen The New York Times dat die „verliefd” op hem zijn sinds hij ze vorige maand de zege bezorgde. Een infrastructuurpakket zou onderdeel kunnen worden van een belastinghervorming waar de Republikeinen met hun meerderheden in zowel het Huis als de Senaat de macht voor hebben. Hij benoemde deze week een ervaren minister van Transport, Elaine Chao. Zij kent de Republikeinse partij goed: ze was onder George W. Bush minister van Werkgelegenheid en is getrouwd met Senaatsfractievoorzitter Mitch McConnell.

Ook Marcia Hale is positief. „Er is nu momentum voor forse ontwikkeling van infrastructuur en als Trump iets kan, is dat het. De overgang van zakenman naar het presidentschap is groot voor hem, maar van bouwen en ontwikkelen heeft hij echt verstand.”