Column

Ook de hipster hunkert naar oude hippies als Jan Terlouw

Foto van de Week Arjen van Veelen schrijft wekelijks over een nieuwsfoto. Vandaag: het optreden van Jan Terlouw bij DWDD.

Foto Hollandse Hoogte

Sinds de traan van Máxima is er waarschijnlijk geen tv-moment geweest dat de natie zo beroerde als de preek van oud-D66-leider Jan Terlouw, woensdag bij De Wereld Draait Door. Zeven minuten sprak hij over ons verloren vertrouwen en een verwoest klimaat.

„Traantje wegpinken”, „Het trof me in het hart” – zo reageerden kijkers in deze krant.

De Nederlandse media, net bezig de emoties van de PVV-stemmer te doorgronden, moesten nu de onderbuikgevoelens van Ons Soort Mensen duiden. Want waarom roerde dit? Zeker, omdat Terlouw uit het hoofd sprak, hij was écht, etcetera. Net als Donald Trump, trouwens. En tuurlijk, omdat hij 85 is: hij deed het duidelijk niet voor zichzelf.

Lees ook interview met Jan Terlouw: ‘Bij politici gaat de waan van de dag altijd voor’

Maar zijn voltreffer was die nostalgische schets:

„Overal hingen touwtjes uit de brievenbussen. De kinderen konden gewoon de voordeur opentrekken en bij elkaar binnenlopen.”

Dat nostalgie scoort bij de PVV, wisten we al. Nu bleek dat ook hippe jonge mensen er om huilden. Al moesten ze eerst zwartwitfoto’s van zulke touwtjes googelen. De grootste eye-opener was niet de inhoud, maar de emotie zelf: huilen om je land mag weer.

Dat nostalgie trendy is, mag niet verrassen. Nostalgie was de levenshouding van de neoliberale opvolger van de hippie: de hipster, die dorpse kosmopoliet die overal ter wereld naar het zelfde café met kamerplanten en typemachines gaat. En hunkert naar oude hippies als Jan Terlouw, die sprak over ‘Make love, not war’.

Een veegje op Tinder

De hipster is al opgevolgd door de millenial. Ook een nostalgicus, maar veel serieuzer, onironischer. Die heeft weliswaar geen touwtje in de brievenbus, maar logeert wel via Airbnb bij wildvreemden. Stapt bij wildvreemden in de auto via Über. Bedrijft vanavond nog de liefde met iemand die hij over drie uur leert kennen via een veegje op Tinder.

Punt is: vertrouwen en thuisgevoel besteden we nu uit aan technologie en commercie. Handig, maar het voelt unheimisch, al die algoritmes. Vandaar het snakken naar echt contact en thuis.

NRC vroeg lezers hoe zij invulling geven aan de oproep van Jan Terlouw: Hoe maak jij de wereld beter?

Nostalgie betekent letterlijk: heimwee. Niet: verlangen naar vroeger. Dus wees wijs met wat je wenst. Dat straatje met de touwtjes was bij uitstek géén D66-straatje. De vrouwen zaten thuis, daarom was het er zo veilig. Gegluur door vitrages. Je kon niemand ongezien zoenen. Homo’s had je niet, geluk was heel gewoon.

Alles waar het op het individu gerichte D66 tegen streed, daar was dit straatje vol van. Met het badwater verdwenen trouwens: religie, gezin, saamhorigheid.

Straatje met witte mensen

En dan de olifant in de kamer. Want het was ook een straatje trouwens waar alleen maar witte mensen woonden. En waar je nog met je huisgezin Sinterklaas kon vieren zonder je schuldig te voelen.

Terecht schreef GeenStijl-auteur Van Rossem: „Geert Wilders had de anekdote van de verdwenen touwtjes uit de voordeur ook kunnen vertellen.” Dus ja, waarom verdwenen die touwtjes?

Terlouw bekritiseerde egoïstische politici. Maar die had je al in Koning van Katoren, zijn boek uit 1971.

Het raadsel van de verdwenen touwtjes lijkt geen hogere wiskunde. De samenleving is individualistischer geworden. De demografie is compleet veranderd. Door immigratie, die door veel partijen werd omarmd. En thuisgevoel hebben we uitbesteed aan commercie.

Het is winst als D66 (‘het redelijk alternatief’) inziet dat een mens niet kan leven van ratio alleen. Het is winst als we mogen huilen om ons land.

Sterker, de komende stemwijzer zou moeten bestaan uit één vraag: zou deze politicus het volkslied voor je kunnen zingen, op zo’n manier dat het je ontroert, maar zónder dat het nep, ironisch of ronduit eng overkomt?

Chronische thuisloosheid

Maar als we onze traantjes gedroogd hebben, is stap twee: erkennen dat die ontroering niet veel verschilt van wat we onderbuikgevoelens plegen te noemen. Dat de chronische thuisloosheid van de kosmopolitische millennial niet heel anders is dan de heimwee van de PVV-stemmer die jou wel kan vertellen waarom die touwtjes weg zijn. Andere oorzaken. Zelfde wens. Thuis willen zijn.

Nostalgie moeten we niet afwijzen. Je thuis voelen, is een levensbehoefte. Leve nostalgie en leve kippenvel. Maar emoties zijn als uranium: laat ze niet in verkeerde handen vallen.

Op station Den Haag Centraal is een café dat ‘Huiskamer’ heet. Op de ramen staat groot de tekst: ‘Doe alsof je thuis bent’. Moeten doen alsof je thuis bent, dat is het ongemakkelijke gevoel dat veel Nederlanders nu ervaren.