Cubaan wil aan de slag met de erfenis van Fidel

Cuba na Fidel Castro

In een monumentaal pand in de oude stad van Havana hopen de jongere bewoners op verandering, al is het maar betaalbaar internet. Ouderen willen door in de geest van hun overleden leider. „Fidel had ook nooit angst of twijfels.”

Cubaan Lemays Martinez (22) met zijn grootouders Andre (76) en Barbara Martinez (66) en zijn moeder Suanet Martinez (44). Ze bewonen twee mini-appartementen in een groot koloniaal pand in Havana. Foto Lisette Poole

Het is vijf uur in de middag en de bewoners van het kolossale negentiende-eeuwse herenhuis in Havana Vieja, het oude gedeelte van de stad, komen na een lange werkdag thuis. Ooit, rond 1820, woonde hier een van de rijkste plantagehouders van Havana. Tegenwoordig wonen er gezinnen, alleenstaanden, oude en jonge stellen. Het hoge pand van drie verdiepingen, met brede marmeren trappen en gietijzeren balustrades, is opgedeeld in veertig miniwoningen.

Nu met de staatsbegrafenis van Fidel Castro een einde komt aan de rouwperiode na de dood van de grote leider, richt Cuba de blik weer op de toekomst. Hoe moet het verder? Voor welke uitdagingen staan de Cubanen?

Barbara Flores-Martinez (66) en haar man Andre Martinez (76) wonen op de eerste etage van het monumentale pand. „Wij zijn ‘fidelistas’, echte aanhangers van Fidel”, zegt Barbara trots . „Het Cubaanse socialisme functioneert goed en Fidel heeft een stevige basis voor ons gelegd.” In hun piepkleine woonkamer staat de televisie hard aan met non-stop beelden van Fidel Castro. ‘Iedereen met een goed hart is welkom’, staat op een bordje aan de muur in sierlijke letters.

Andre Martinez werkte als kind op de suikerrietvelden in het oosten van Cuba. „Op mijn twaalfde kapte ik suikerriet en hielp mijn ouders, die hetzelfde werk deden. We waren straatarm en er waren dagen dat er geen eten was”, zegt hij. „Toen Fidel aan de macht kwam werd kinderarbeid verboden en moest ik verplicht naar school. Dat was mijn redding.”

Hij vocht mee in verschillende militaire operaties, als dank voor de revolutie. Hij leerde Che Guevara persoonlijk kennen en maakte de rakettencrisis begin jaren zestig mee van nabij. „We hebben al zoveel te stellen gehad met Amerika, we hebben voor hete vuren gestaan. Mocht Trump, als president, opnieuw de spanning zoeken met Cuba dan ik ben niet bang. Fidel had nooit angst of twijfels, wij gaan in zijn geest door.”

Black & Decker

Vidalmer Molina, een generatie jonger en een verdieping hoger, werkt voor een particulier aannemersbedrijf. Hij knapt voornamelijk oude koloniale panden op zoals het huis waar hij zelf woont. „Er is genoeg werk in de bouwwereld”, zegt Molina, een vlotte veertiger met felblauwe ogen. „Sinds een paar jaar is de overheid bezig om de koloniale panden te restaureren en veelal een culturele of toeristische bestemming te geven. De staat is een grote opdrachtgever van mij.”

Hij klaagt wel over een constant tekort aan gereedschappen en materialen. „Dat vertraagt het werk. Er is bijvoorbeeld al lange tijd nauwelijks verf te vinden en de juiste boormachine, een Black & Decker, kan ik hier ook niet krijgen. De staat heeft geen geld om die zaken te importeren of het is geen prioriteit. In een vrije markteconomie zou dat ondenkbaar zijn, dan wordt dat geregeld door vraag en aanbod.”

Molina groeide op tijdens de koude oorlog, in een tijd dat het Cuba voor de wind ging met Rusland als belangrijkste bondgenoot en sponsor. Maar toen de glasnost was ingezet stortte het Russische imperium ook in Cuba in, en raakte het eiland in een gigantische economische crisis. „Daar zijn we eigenlijk nooit bovenop gekomen.”

Op dit moment maakt Cuba de zoveelste economische crisis door, dit keer door de crisis van ideologische en financiële bondgenoot Venezuela, dat Cuba jarenlang olie leverde in ruil voor artsen. „Wat we nodig hebben is een radicale verandering”, zegt Molina. „We moeten onze eigen economie opengooien, bijvoorbeeld door te kijken naar hoe China of Rusland vanuit het communisme toch de omslag hebben kunnen maken. We klagen over het handelsembargo tegen ons land, over de blokkade. Maar we vormen een blokkade voor onszelf.”

We zijn verwend

Lemays Martinez (22), een van de jongste bewoners van het pand, komt als de avond valt thuis na een lange werkdag. Hij is gestopt met school om te gaan werken als technicus bij een staatsbedrijf. „Al het onderwijs is gratis in Cuba, tot en met de universiteit. Misschien dat ik juist daarom wilde gaan werken. Ik kan immers ieder moment de draad weer oppakken, zonder te betalen. We zijn wat onderwijs betreft verwend.”

Lemays bakt een broodje ei. Samen met zijn moeder Suanet woont hij naast zijn grootouders Barbara en Andre Martinez, die hem het socialistische gedachtengoed met de paplepel hebben ingegoten. „Fidel was een groot leider, ook voor mij als jongere. Maar toch denk ik ook dat hij gewoon mens was, dus niet helemaal perfect”, zegt Lemays. „Het systeem van twee munteenheden in ons land bijvoorbeeld, is naar mijn idee niet goed. Het is de grote uitdaging om aan te pakken. Wij, Cubanen gebruiken de peso, we krijgen daar ook onze salarissen in betaald. Maar de toeristen gebruiken de CUC (Cuban convertible peso) die gelijkstaat aan de euro. Veel artikelen, zoals internetkaarten, moeten wij in CUC betalen en dat kost een vermogen.”

Een maandsalaris in Cuba ligt rond de 250 peso, omgerekend 10 CUC oftewel 10 euro. Een uur internetten kost rond de drie CUC. „Het zou beter zijn als we alleen ons nationale geld gebruikten”, vindt Lemays.

President Raúl Castro volgt al jaren de lijn van zijn broer Fidel, hoewel onder hem wel het starre economische beleid is versoepeld. Er zijn steeds meer particuliere bedrijfjes toegestaan in verschillende sectoren, van het toerisme tot de bouw. Op steeds meer openbare locaties komt internet en wifi beschikbaar. De houding ten aanzien van dissidenten is wat minder hard.

Barbara Martinez heeft geen behoefte aan de radicale verandering waar haar bovenbuurman op hoopt. „Ik geloof dat de overheid de economie zoveel mogelijk moet blijven regelen en sturen. De verworvenheden van de revolutie, gratis onderwijs en gratis gezondheidszorg, mogen niet onder druk komen te staan. Zouden die in een kapitalistisch systeem nog wel prioriteit hebben? Het levert immers geen geld op.”

De avond valt in Havana Vieja, de geur van zwarte bonen en rundvlees dampt uit de open ramen. Volgende week, als de rouwperiode voorbij is, klinkt hier weer de salsamuziek. Dan begint voor deze eilandbewoners de toekomst zonder de man die hun geschiedenis heeft bepaald.