Cabaretier Micha Wertheim over de liefde voor zijn notitieboekje

Wilfried de Jong interviewt cabaretier Micha Wertheim (44) over zijn gereedschap: het notitieblok. ‘Je moet niet blindelings vertrouwen op je hersens. Ze onthouden lang niet alles wat je bedenkt.’

Micha Wertheim Foto Merlijn Doomernik / NRC

“De aanschaf is een ritueel. Ik koop zo’n boekje op het moment dat er een nieuwe theatervoorstelling moet komen. Het is voor mij een point of no return. Het boekje heeft een vast formaat en is meestal van Moleskin, al is het laatste boekje van een ander merk. Ik draag het bij me omdat er altijd iets in me op kan komen. Een zinnetje. Een woord. Een grap. Soms een tekening, je hele voorstelling kan soms in één beeld schuilgaan.

Ik gebruik lang niet elk idee; soms zet ik iets in het boekje, alleen maar omdat ik dan door kan met mijn gedachten. Het is een middel tegen de waanzin, dat je niet de hele tijd met dingen in je hoofd zit.”

Micha Wertheim is zuinig op zijn opschrijfboekjes. Op de eerste pagina staat zijn e-mailadres met de woorden: please, return to me. „Ik ben als de dood dat ik het kwijtraak. Ik voel vaak door mijn jasje heen of het boekje nog in mijn binnenzak zit. Voor mij is het een handvat, een handvat dat nergens aan vastzit. Net zoals kunst, dat zit ook nergens aan vast. Of: het zit vast aan de voorstelling.”

Het balletje

Hij kijkt een paar oudere boekjes in en verwondert zich over woordjes en invallen die hij terugleest. Zijn handschrift is slecht leesbaar, zelfs voor hemzelf. „Wat staat hier nou? Oh ja: ‘herinnering met balletje’. Ik had ooit als kind een leren balletje gekregen, ik was er dol op, al kon ik de bal niet goed hooghouden. We waren aan het wandelen op de hei en toen raakte ik het balletje kwijt. ‘Micha, we lopen weer verder!’ hoorde ik. Dit moet ik nooit meer vergeten, dacht ik.

In plaats van het balletje te zoeken, besloot ik de herinnering vast te leggen. In de voorstellingen doe ik daar niets mee, maar de herinnering draag ik met me mee. Het is heel belangrijk dat je een aantal grote thema’s hebt waar je steeds langs blijft schieten. Mulisch had ook een roman in zijn hoofd die hij nooit schreef. Te groot. Iedere voorstelling die ik maak, beschouw ik ook altijd als mislukt, anders zou ik nooit meer een nieuwe kunnen maken.”

Foto Merlijn Doomernik / NRC

Het notitieboekje van Micha Wertheim. Foto Merlijn Doomernik / NRC

Tijdens try-outs is het boekje altijd mee in de kleedkamer. Een uur voor en na de voorstelling is de concentratie het hoogst. Collega Hans Teeuwen bracht hem jaren terug op het idee. „Hans zei dat het onzin is om te denken dat je een goed idee onthoudt. Hij had helemaal gelijk. Hersenen zijn nadrukkelijk geprogrammeerd om dingen te vergeten. Als je alles onthoudt, word je gek. Je weet waar je fiets staat, maar niet waar die drie keer geleden stond. Dat delete je, het is niet meer belangrijk.”

“Maar als je een verhaal gaat vertellen – zoals ik in het theater – is dat misschien juist wel belangrijk. Ik geloof dat in iedere gedachte, in ieder verhaal, de hele wereld besloten ligt. Dus moet je je microscoop scherpstellen, dan vind je altijd wel iets.”

Wertheim schrijft altijd met dezelfde pen. Met links krabbelt hij zijn ingevingen op het lijntjespapier. „Het grenst aan bijgeloof, maar ik moet schrijven met een Pilot P500 extra fine. Die fineliner kan ik alleen in New York vinden. Een fijn pennetje, mooi dun lijntje.”

Negen voorstellingen, negen boekjes

Zijn vinger houdt halt bij een paar woorden: „Ik kan soms nauwelijks ontcijferen wat er staat. En dan ben ik ook nog eens dyslectisch. Hier staat: ‘gieter bij regen’. Ik vind water op het toneel altijd aandoenlijk, het heeft iets superechts.” Wertheim bladert verder en vindt nog een zinnetje: ‘Conclusie, ik heb jullie meer nodig, dan jullie mij.’ Een platitude, als ik het zo teruglees. Maar ik moet niet bang zijn om af en toe een cliché op te schrijven.”

De exemplaren liggen op een stapeltje. Negen voorstellingen, negen boekjes. Naarmate de voorstelling meer afraakt, kijkt en schrijft Wertheim steeds minder in het boekje. „Als mijn programma eenmaal af is, gun ik mezelf een periode zonder boekje. Dan kan ik gewoon spelen op toneel. En als ik eerlijk ben, mijn echte gereedschap is het publiek. Ik gooi de helft van het materiaal weer weg. De mensen in de zaal maken me duidelijk waar mijn voorstelling over gaat.”