Onderwijs

Aan de universiteit hoeft een docent niet gekwalificeerd te zijn

De universiteit streeft naar gekwalificeerde docenten maar juist de echte lesboeren, de promovendi krijgen vaak geen docentencursus, schrijft Sicco de Knecht.

Het heeft me altijd verbaasd dat van alle plekken waar lesgegeven wordt, de universiteit de enige is waar je niet gekwalificeerd hoeft te zijn om voor de klas te staan. Van het primair onderwijs tot aan het hbo is het de normaalste zaak van de wereld dat docenten een graad moeten behalen voordat ze voor de klas mogen. Maar kennelijk vergt het lesgeven aan academici geen voorbereiding of training.

Waarom docenten op de universiteit geen graad hoeven te hebben is me nooit echt duidelijk geworden. De impliciete gedachte lijkt te zijn dat als je eenmaal academisch opgeleid bent, je automatisch ook geschikt bent om academici les te geven. Wat de reden ook moge zijn is het denken hierover de laatste jaren gelukkig aan het veranderen. Door het beruchte ‘rendementsdenken’ is het zelfs in een stroomversnelling geraakt.

Toen de instellingen en het ministerie een paar jaar geleden de zogenaamde ‘prestatieafspraken’ maakten die de uitval moesten beperken en de doorstroom bevorderen werd nog een andere afspraak gemaakt. Blijkbaar werd ergens in een vergadering de vraag gesteld of docenten aan de universiteit wel goed genoeg waren om zulke wonderlijke verbeteringen van de rendementen waar te maken. Als extra afspraak werd vastgesteld dat het percentage docenten met een kwalificatie omhoog moest.

Universiteiten hebben hiervoor de zogenaamde BasisKwalificatie Onderwijs (BKO) ingevoerd: opleidingsprogramma’s om zittende docenten (bij) te scholen en nieuwe docenten voor te bereiden op het docentschap. Toegegeven, het zijn vaak redelijk beperkte scholingstrajecten die een portfolio en een paar dagdelen cursus inhouden, maar het is in ieder geval beter dan niets.

Bij de evaluatie van de prestatieafspraken rapporteerden de universiteiten trots dat meer dan 80% van hun docenten een BKO of hoger had. Dat is ongelooflijk nieuws, en het klinkt te mooi om waar te zijn.

Als je goed naar de definities kijkt, en andere cijfers er bij pakt, dan is dat ook zo. Want wie geven er les op de hedendaagse universiteit? Dat zijn echt niet alleen de vaste krachten, de universitair (hoofd)docenten die meegaan in de cijfers voor het percentage. Het zijn ook de legio tijdelijke krachten, de juniordocenten en promovendi, die grote delen van het onderwijs verzorgen. Deze doen over het algemeen niet mee in de statistieken die instellingen in hun jaarverslagen zetten, en laten dit nu precies die docenten zijn waarvan een rapport kort geleden uitwees dat 35% zonder enige scholing voor de klas staat.

‘Ik heb er niets aan’

Ik heb als promovendus vijf jaar gedoceerd aan de universiteit en ik gaf les aan eerstejaars masterstudenten. Dit hield onder andere in dat ik werkgroepen en practica gaf, maar ook dat ik studenten begeleidde in stages, scripties en schrijfopdrachten. Omdat ik het afgelopen jaar ook een reeks hoorcolleges ging geven en het mijn laatste jaar was, vroeg ik mijn leidinggevende of ik deel kon nemen aan zo’n BKO-traject om een kwalificatie te halen. Het antwoord was net zo kort als dat het onbevredigend was: ‘Nee.’

De redenering was simpel: ‘Ik heb er niets aan, het instituut heeft er niets aan, en jij bent na deze promotie toch weg. Waarom zou ik er in investeren?’ Dat ik er als persoon wel wat aan zou hebben, bijvoorbeeld in een volgende baan, was geen overtuigend argument. Als het echt nodig was, zou er wel een briefje geschreven worden: ‘Bovendien, het is toch een flutcursus zo’n BKO.’

De discussie over de kwaliteit van het BKO daargelaten raakt deze redenering aan de kern van wat er fout gaat op veel instellingen. Het wordt niet als winst gezien om te investeren in je mensen als het zich niet direct terugbetaalt. Dit is een opmerkelijke houding van universiteiten, helemaal omdat het publieke instellingen zijn.

Universiteiten hebben een maatschappelijke functie en die beperkt zich niet tot het afleveren van studenten of het genereren van kennis – een universiteit heeft ook een missie om goede werknemers af te leveren aan de maatschappij. Het docentschap heeft niet alleen grote toegevoegde waarde voor het individu, maar ook voor de samenleving. Iemand iets uit kunnen leggen, of een idee goed weten te presenteren is in andere sectoren dan het onderwijs vaak net zo waardevol.

Het besef lijkt langzaamaan te komen dat lesgeven op een universiteit niet vanzelf goed gaat, en dat is op zich al winst. Toch hebben veel instellingen nog een lange weg te gaan om dit besef werkelijk te internaliseren. Dat zal moeten beginnen bij het investeren in de jonge, en vaak tijdelijke, werknemers al was het maar omdat er simpelweg geen alternatief is.

Sicco de Knecht is hoofdredacteur van Scienceguide en neurobioloog.