Recensie

Zoeken naar een kiem van fatsoen

De wereld is hard in de romans van Jesús Carrasco. Drie jaar geleden debuteerde hij met de onbarmhartige roman De vlucht, die direct al een klassieker werd genoemd. Zoiets is moeilijk te overtreffen of zelfs na te volgen. Maar ook de zojuist verschenen tweede roman van Carrasco, De grond onder onze voeten, houdt stand.

Opnieuw situeert Carrasco zijn verhaal in Extramadura, de barre en van oudsher straatarme streek tegen de grens met Portugal waaruit hijzelf afkomstig is. En ook nu weer zwaait een hardvochtige moraal de scepter. Dat is niet meer de moraal van een meedogenloos land waaraan mensen zich moeten onderwerpen. Het is de harde wet van koloniale verovering en militaire dictatuur: net zo oeroud en primitief, maar gecompliceerder, omdat het nu de mens zelf is die voor het onmenselijke instaat.

In De grond onder onze voeten is Spanje ‘gepacificeerd’ door een vreemde, noordelijke macht die simpelweg het ‘Rijk’ heet. Dat betekent massaslachtingen onder de lokale bevolking, werkkampen en uitbuiting tot de dood erop volgt. In die verschrikking duikt een onbekende man op in de tuin van Eva Holman, als echtgenote van een voormalige ijzervreter een gerespecteerd lid van de bezettende macht. Toch tolereert zij de man, die hardnekkig blijft zwijgen en wiens geschiedenis zij, grotendeels door eigen verbeeldingskracht, tracht te reconstrueren. Hij moet afkomstig zijn uit de streek zelf en gedeeld hebben in het lot daarvan, dat herinnert aan de verschrikkelijkste verhalen uit de Joegoslavische burgeroorlog.

Anders dan in De vlucht heeft Carrasco zijn personages nu namen gegeven en gesitueerd op concrete locaties. Dat maakt het verhaal minder mythisch en, verteld vanuit het ik-personage van Eva Holman, veel psychologischer. Maar de morele inhoud wijst in dezelfde richting. Hoe kan in een genadeloze wereld een kiem van humaniteit en fatsoen ontstaan?

Carrasco beantwoordt die vraag niet. Hij peilt in zijn vertellingen de menselijke ziel, die in het ik-personage van Holman dieper steekt dan bij de oerfiguren van De vlucht. De woeste kracht van zijn debuut evenaart hij niet, maar met deze roman bewijst hij glansrijk zijn schrijverschap.