Cultuur

Interview

Interview

Margrethe Vestager: „We moeten heel slim opereren. Maar we moeten ook afschrikken.”

Foto Andrew Testa/Hollandse Hoogte

‘We zitten niet op een eenrichtingsweg naar Europese ontwrichting’

Margrethe Vestager, eurocommissaris voor mededinging

Over veel dingen zijn de EU-lidstaten het oneens, maar ze zitten behoorlijk op één lijn als het gaat om mededinging, constateert eurocommissaris Margrethe Vestager. Zij pakte grote jongens als Apple en Starbucks aan.

Tot in de Verenigde Staten boezemt haar naam ontzag in. Het is ook niet niks, techreus Apple een naheffing van 13 miljard euro bezorgen wegens valsspelen met belastingen. Toen ze dat eind augustus deed, buitelden Amerikaanse media over elkaar heen. Wie is die Vestager? Waar ligt Denemarken? En vooral: wie denkt ze wel niet dat ze is?

Margrethe Vestager (48) geldt als een van de succesvolste eurocommissarissen. Voor een belangrijk deel komt dat door haar portefeuille: mededinging. Doorgaans heeft de Europese Commissie weinig te zeggen; als het om vluchtelingen of defensie gaat, is de Commissie afhankelijk van de welwillendheid van EU-lidstaten. Maar als het gaat om mededinging is Brussel redelijk almachtig. Een gemeenschappelijke markt, zo werd al in 1958 besloten, vereist een sterke scheidsrechter.

Vestager vervult die rol onverschrokken, gedreven door „een Deens-Lutherse affectie voor openheid en transparantie”, zoals nieuwssite Politico het onlangs omschreef. Maar ook dankzij een reeks schandalen rond belastingpraktijken (LuxLeaks, Panama Papers), die Vestager de nodige publieke rugdekking gaf om snoeihard in te grijpen.

Ze ging achter Nederland aan, vanwege de daar door de fiscus gemaakte afspraken met Starbucks waardoor de koffieketen de winst en dus de belasting daarop kon drukken. Luxemburg en België kregen er om soortgelijke deals van langs.

Apple is tot nu toe de knaller. Met die zaak zette Vestager niet alleen de diplomatieke banden tussen de Europese Unie en de VS op scherp, ze legde er ook een bom mee onder het te soepele belastingbeleid van sommige Europese lidstaten en onder het complete Ierse ‘businessmodel’, dat draait om het aantrekken van multinationals met gunstige belastingregelingen. Ierland, dat Apple in 2014 slechts 0,005 procent belasting liet betalen, moet de bewust misgelopen miljarden nu terugvorderen.

De kwestie kwam haar op een reprimande te staan van een voorganger, Neelie Kroes. Kroes schreef in een opiniestuk dat Vestagers besluit inbreuk maakt op „het soevereine recht van EU-lidstaten om hun eigen belastingwetten vast te stellen”. Oftewel: bedrijft Vestager hier stiekem politiek?

Maar anderen zwaaien haar juist lof toe, omdat de eurocommissaris in een tijd dat het bestaansrecht van de EU vaak in twijfel wordt getrokken steeds weer laat zien dat Europa bepaald niet tandeloos hoeft te zijn.

De EU zit in zwaar weer, u bent een van de weinige succesverhalen. Hoe verklaart u dat?

„Over mededinging bestaat al vele decennia consensus. De Europese wetshandhaving op dit terrein heeft zich daardoor stevig kunnen verankeren. Het is een sterk onderdeel van onze cultuur geworden.”

Andere eurocommissarissen kunnen alleen maar voorstellen doen, ze hebben geen echte beslissingsmacht. U wel. Komt het niet ook gewoon daardoor?

„Dat heeft er zeker mee te maken. Dankzij die sterke consensus vonden lidstaten het minder moeilijk om te zeggen ‘we slaan de handen ineen’. Een van de geheimen van het succes is ook de samenwerking met nationale concurrentiewaakhonden. Die is heel erg goed. Zij zeggen nooit: je doet te veel of te weinig. Ze zeggen: hoe kunnen we beter samenwerken?”

U bewijst eigenlijk dat het delen van soevereiniteit op Europees niveau best een goed idee is.

„Als het gaat om eerlijke concurrentie snijdt het zeker hout. Met één markt is het belangrijk dat je overal op dezelfde wijze wetten hanteert, met dezelfde jurisprudentie en rechtspraak. Maar als het gaat om andere terreinen – arbeidsmarkt, sociaal beleid, onderwijs – heb je zeer uiteenlopende tradities, die soms honderden jaren teruggaan. Daar heb je die consensus niet, en er is ook geen snelle oplossing voor. Je ziet die spanning ook in de financiële sector: na de crisis besloten we om het systeem uniformer te maken. Dat lijkt logisch, maar banksystemen hebben vaak een sterk nationaal karakter. Dat verander je niet zomaar en daardoor duurt het implementeren van nieuwe regels ook zo lang.”

U kreeg na de Apple-zaak kritiek dat u zich te veel bemoeit met nationaal belastingbeleid.

„Daar begrijp ik niets van. Natuurlijk kan elk land zijn eigen belastingbeleid voeren, maar tegelijkertijd hebben we gezamenlijk afgesproken dat je een bedrijf geen voordeel mag geven dat je niet gunt aan andere bedrijven of andere sectoren. Als je steeds meer begint af te wijken van Europese afspraken wordt het een issue. En dat is hier gebeurd. Doe je daar niets tegen, dan krijg je een race to the bottom, schadelijk voor ons allemaal. Je hebt tienduizenden midden- en kleinbedrijven die hun belastingen gewoon betalen. Zij moeten een eerlijke kans hebben tegenover multinationals.”

Kroes zegt: iets wat jarenlang legaal is geweest, wordt nu opeens illegaal verklaard, en dat maakt Europa juridisch onvoorspelbaar.

„Staatssteun kan van alles zijn: goedkope grond, variabele lonen, cash. Maar het kan ook een oneigenlijk belastingvoordeel zijn. De jurisprudentie is daar al heel lang heel duidelijk over. Er is niets geheimzinnigs aan. Wat geheim was, waren de tax rulings. De reden dat we voortdurend naar dit soort kwesties kijken, is juist dat we bedrijven rechtszekerheid willen bieden zodat er duidelijkheid is over wat wel en niet illegale staatssteun is.”

U zou de pik hebben op Amerikaanse bedrijven.

„Nee, dat denk ik niet. Ik denk dat veel problemen ontstaan rond multinationals, en toevallig zijn veel daarvan Amerikaans. In de recente zaak rond België was de helft van de betrokken bedrijven overigens Europees. Het gaat helemaal niet om de vlag.”

Bij Starbucks ging het om 20 miljoen euro. Bij Apple om 13 miljard, bijna 481 keer zo veel. Hoe verklaart u dat verschil?

„De aard van de twee zaken is heel verschillend. Bij Starbucks keken we naar de prijzen voor onder meer koffiebonen die de verschillende onderdelen van het bedrijf elkaar berekenden. Op zich is er niets mis met transfer pricing, zolang het maar de marktsituatie nabootst. Dat was niet het geval. Voor een opzichzelfstaand koffiebedrijf, dat wél marktprijzen moet betalen, wordt concurreren dan heel moeilijk.

„Bij Apple gaat het om profit shifting: enorme winsten die in Europa, het Midden-Oosten en een deel van Afrika zijn gegenereerd, maar die vervolgens op één plek worden belast. Het is prima als multinationals zich organiseren, maar niet als het hoofddoel het minimaliseren van belasting is.”

Toch blijft het bedrag moeilijk te bevatten. Is uw mededingingsbeleid nog wel van deze tijd? Is het niet te reactief? Zou u niet eerder moeten ingrijpen?

„Snelheid is een heel grote prioriteit. Het punt is dat dit niet ten koste mag gaan van de kwaliteit. Want dan offeren we de rechtsstaat op. Bedrijven moeten zich kunnen verdedigen. Dat neemt niet weg dat wij onze instrumenten scherp en modern moeten houden, omdat bedrijven en fusies steeds groter en complexer worden.

„We moeten heel slim opereren. Maar we moeten ook afschrikken. We hebben eerder dit jaar een boete van 2,9 miljard euro opgelegd, bij een transportkartel. De manier waarop we zo’n zaak rondkrijgen, waarbij de een de ander aangeeft, dient als extra waarschuwing. We zeggen in feite: je kunt niemand vertrouwen.”

De wereld globaliseert, maar uw departement groeit niet mee. Heeft u genoeg mensen?

„Ik beslis niet over de begroting. Dat doen de lidstaten en het Europees Parlement. Ik ga niet zitten dromen. Ik moet ervoor zorgen dat we nú onze prioriteiten goed krijgen.”

Het protectionisme maakt een comeback. Trump zegt: America First, en ook in Europa groeit de neiging om eigen, nationale bedrijven te beschermen. Wordt de consensus over mededinging niet bedreigd?

„Concurrentie leidt tot betere prijzen, meer keuze, innovatie, en veruit de meeste mensen hebben er baat bij. Daarom moeten we het concept blijven verdedigen. De roep om het rustiger aan te doen, hoor je om de zoveel tijd. Dit is een discussie die elk decennium wel terugkomt.”

Mensen voelen zich kwetsbaar in een geglobaliseerde wereld.

„Ja, en de Commissie is daar niet blind voor. We dringen aan op een eerlijk speelveld, maar willen de EU ook beschermen tegen oneerlijke concurrentie van buitenaf. Kijk naar de staalindustrie. Er liggen nu 37 defensie-instrumenten [tegen het dumpen van goedkoop Chinees staal, red.] en dat zou mensen echt verteld moeten worden. Vaak wordt er gedacht: we hebben wild kapitalisme, de wereldmarkten zijn all over us. Nou, nee dus: in Europa hebben we gereguleerde markten. En dat is iets wat we beschermen.”

Maakt u zich zorgen over de toekomst van de EU?

„Dit zijn beslissende, existentiële tijden. De vraag is of wij als Europeanen grensoverschrijdend willen blijven samenwerken of het gewoon opgeven en denken: het zal wel. Maar ik denk niet dat het een verloren zaak is. We zitten niet op een eenrichtingsweg richting Europese ontwrichting, we kunnen het tij nog keren. Als we dat niet doen, keren we terug naar de typische modus operandi in Europa: dat we van conflict naar conflict slepen, terwijl ons potentieel wordt weggevreten.”