Verliefd op pimpelmezen, merels, kraaien en lijsters

Eva Meijer

Len Howard schreef bestsellers over vogels, maar ze is vergeten. Meijer trippelt en fladdert in een fijne roman door het leven van de vogelaar.

Foto istock

Bijna niemand kent haar nog, maar in de jaren vijftig schreef amateur-bioloog Len Howard (1894-1973) twee internationale bestsellers over vogels. Haar eerste boek, Birds as individuals (1952), werd minstens dertig keer herdrukt. Ze schreef op zo’n inlevende en begrijpelijke manier over merels, roodborsten, pimpelmezen, lijsters, kraaien en koolmezen, dat haar verhalen door de meest uiteenlopende mensen werden verslonden. Maar toen ze doodging, zeventien jaar na Living with birds (1956), was ze, ook omdat ze nooit geïnterviewd had willen worden, in de vergetelheid geraakt. Ze belandde in een naamloos graf, in de buurt van haar ‘Bird Cottage’, in het dorpje Ditchling, in Sussex.

Zou de mediaschuwe Howard zich in dat graf omdraaien als ze hoorde dat er een soort levensverhaal over haar is verschenen? Eva Meijer (1980), zelf ook een dierenliefhebster, lijkt een ideale biograaf. Uit Het vogelhuis rijst een sympathiek portret op van de Britse dame die de tweede helft van haar leven wijdde aan vooral koolmezen. Ze bestudeerde hun taal, gewoontes en karaktereigenschappen van zeer nabij, want de vogels vlogen bij haar in en uit.

In- en uitvliegen – dat is wat Eva Meijer hier in zekere zin ook doet. Ze geeft geen compleet beeld van het bijzondere leven van Len Howard, maar trippelt en fladdert er doorheen, af en toe landt ze even. En zo krijgen we allemaal losse, levendige episodes te zien, die een indruk geven van wat er zoal voorviel in bijna tachtig jaar: een jeugd in Wales met een avontuurlijke vader en een ziekelijke, verongelijkte moeder, twee oorlogen, een verhuizing naar Londen, veel muziek, liefdesperikelen, en het lange verblijf in Ditchling.

We leren hier twee Len Howards kennen. De strenge vogelvrouw die alleen met tegenzin andere mensen op haar erf toeliet en in 1960 nog even op de barricaden klom om te voorkomen dat er in haar directe omgeving een toeristisch huisjespark werd gevestigd. Maar ook de jonge violiste, spelend in een Londens orkest, die eerst verliefd werd op dichter Paul en later op tekenaar Thomas, met wie ze lang een relatie had. Ze verbrak die relatie omdat hij aan één vriendin niet genoeg bleek te hebben.

Toch zijn er geen wezenlijke verschillen tussen de Len van voor en na het vogelonderzoek in Ditchling. Als jong meisje hield ze al van vogels en toen ze in Londen woonde, had ze soms meer heimwee naar de tamme kraai Charles dan naar haar familie. Wat haar vooral tegenstond aan het leven in een stad waren de mensen, die onophoudelijk over onbenullige dingen kwebbelen. ‘Mensen weten niet half hoeveel ze praten, hoe luid ze zijn.’

Veruit het mooist is dan ook het ‘stille’ gedeelte van de roman, waarin Len haar navorsingen doet en kijkt en luistert naar zingende, spelende, etende, dansende en soms om hulp vragende vogels. Aandoenlijk is de passage waarin een pimpelmezenstel haar komt halen om hun door een poes geruïneerde nest weer op orde te brengen. Met sommige vogels, zoals met de koolmezen Billy, Groentje, Eenoog en Ster bouwt Howard een speciale band op. Haar favoriet is de slimme, nieuwsgierige Ster, die ze tot wederzijds genoegen tot acht leert tellen, en die vijftien aparte hoofdstukjes krijgt.

Op een ondikdoenerige manier, met eenvoudige zinnen en beweringen, worden in deze roman de normale verhoudingen op hun kop gezet. Len Howard trok zich terug uit het maatschappelijk leven om in alle rust recht te kunnen doen aan de dagelijkse gewoontes en de gevoelens van vogels. Ze had daarbij geen grote ornithologische pretenties. ‘Ik schrijf alleen op wat ik zie.’ Al vond ze haar eigen observaties origineler en ook nuttiger dan die van een alom gerespecteerde wetenschapper als Konrad Lorenz.

Haar uitgangspunt was simpel en nuchter: ze vond zichzelf niet belangrijker dan de steeds wisselende groep vogels die ze 35 jaar lang bestudeerde en met wie ze bijna alles deelde. Zoals vogels komen en gaan, zo is het met mensen ook. ‘We denken altijd dat er een doel is, een reden. […] Maar de meeste levens zijn niet veel meer dan een verzameling toevallige gebeurtenissen, momenten tussen het grote niks.’

Het is de verdienste van Eva Meijer dat ze een aantal van die toevallige gebeurtenissen uit het leven van Len Howard op een aanstekelijke manier achter elkaar zette. Zo aanstekelijk en vaak ook zo ontroerend dat ik mij tijdens het lezen van Het vogelhuis toch even opgenomen voelde in een vanzelfsprekend en zinvol verband.