Cultuur

Interview

Interview

Foto Frank Ruiter

‘Terug naar je geboortedorp is de enige troost die overblijft’

Een paar jaar geleden was hij nog een onbekende, Spaanse reclamemaker, nu is hij een gevierd schrijver. ‘Ik ben geen held en weet nooit wat ik vind.’

Het kwam door het licht. ‘Ik ging bijna huilend weg uit Amsterdam’, zegt de Spaanse schrijver Jesús Carrasco. Dat vertrek vond plaats aan het eind van de zomer van 2014, na twee maanden te hebben gebivakkeerd in het schrijvershuis dat het Nederlands Letterenfonds bestiert aan het Spui in Amsterdam. Er beviel hem veel aan de stad („de mensen die midden in het centrum op de stoep van hun huis een boek lezen en een glaasje wijn drinken”), maar niets trof hem zo als de zon. „Er is iets heel bijzonders met het licht in Amsterdam; ik begreep meteen waarom de Nederlandse landschapsschilderkunst zo uniek is. De helderheid en de textuur van het licht is heel anders dan bij ons. De zon gaat langzamer onder, zijn traject is veel vlakker. In Sevilla, waar ik woon, komt het licht recht van boven.”

Onlangs verscheen in vertaling Carrasco’s roman, De grond onder onze voeten. Die vlag dekt de lading: het boek gaat over de relatie tussen een mens en de aarde, wat heel letterlijk genomen moet worden. Carrasco. „Dit boek is geboren toen ik vier jaar geleden met vrienden een volkstuin had in Sevilla. In de zomer is de stad een oven; bij veertig graden Celsius stond ik elke dag tussen de tomatenplanten. Elke dag vroeg ik me af wat ik daar nou deed, in de hitte. En elke dag ging ik terug. Ik concludeerde dat ik een hele sterke verbondenheid had met de aarde. Waarom is het voor mij zo belangrijk om de grond te voelen, om contact te hebben met de aarde? Daar zat een roman in.”

U bent zelf opgegroeid in een dorp. Toch is dit boek geen autobiografie.

„Ik wilde mijn vragen in een experimentele setting onderzoeken. Dus bedacht ik een mens zonder familie, vrienden of liefdes. Iemand die niets meer heeft behalve zijn band met een bepaalde plek op aarde. Hij heeft van alles meegemaakt: deportatie, ballingschap, een vreemd klimaat. Aan het eind keert hij terug naar zijn geboorteplaats, als een dier trekt hij zich terug op de plaats waar de botten van zijn familieleden begraven liggen. Dat is de enige troost die er overblijft. Veel Spanjaarden zijn geobsedeerd door het idee om begraven te worden in hun geboortedorp, ook als ze daar al tientallen jaren weg zijn. Dat is iets heel mysterieus en iets heel moois.”

De man in uw boek belandt in de moestuin van een eenzame vrouw met een dubbelrol.

„Eva Holman. Zij wordt verscheurd door haar medelijden met de man en haar loyaliteit met de staat en haar echtgenoot. In de roman is Spanje gekoloniseerd door een buitenlandse macht en Eva is de echtgenote van een kolonist, die fysiek in verval is geraakt en hulpbehoevend is geworden. Haar hele leven was ze een goede moeder, echtgenote, patriot en katholiek. Nu haar man in verval is, ontwikkelt ze haar eigen ideeën. Ze is in staat hem te negeren, ze gaat hem haten.”

Zij is degene in de roman die zichzelf morele vragen stelt.

„Eva is mijn favoriete personage, omdat ze twijfelt. Dat doe ik ook, ik ben geen held, weet nooit wat ik vind en verander vaak van gedachten. Die ambiguïteit wilde ik in dat personage hebben.”

Maar uiteindelijk geeft ze haar geprivilegieerde bestaan niet op.

„Ze had een held kunnen zijn. Maar daar kiest ze niet voor: ze is zich bewust van de situatie, maar geeft niet alles op. Zo zijn de meeste mensen, denk ik. Helden zijn zeldzaam. Mij interesseert het midden, dat is boeiender en reëler dan de uitersten.”

‘De grond onder onze voeten’ gaat grotendeels over de gevolgen van een oorlog. Heeft u overwogen om de Spaanse burgeroorlog als decor te nemen?

„Dat had gekund, maar ik wilde mijn hoofdpersoon ver van huis hebben, in een buitenlandse bezetting. En in de literatuur kan dat gelukkig. Ik heb het Europese koloniale model genomen en dat in het Spanje van de twintigste eeuw geplant. Ik had het verhaal ook kunnen vertellen met een Pool die ergens in Europa belandt, maar wilde dat de roman wortels had in een streek die belangrijk is voor mij. En dat is Extremadura, waar ik ben geboren. Het gaat ook om mijn relatie met de aarde en niet zomaar aarde, maar mijn aarde. Om het oorspronkelijke uit te kunnen drukken, moest het daar zijn waar ik ben geboren en waar mijn voorvaderen begraven liggen.”

U wilde misschien ook niet in het debat over de burgeroorlog belanden?

„Ik vlucht expres van de historische werkelijkheid, ik wilde het verhaal niet laten vervuilen door die elementen. Als ik over de Spaanse burgeroorlog schrijf, moet ik veel context geven die al bekend is. Ik had er geen zin in om in een historisch debat te belanden.”

U had het net nadrukkelijk over úw grond.

„Ja, ik mis mijn tierra. De tuin in Sevilla hebben we moeten opgeven omdat ik na de geboorte van mijn tweede dochter geen tijd meer had om er elke dag naar toe te gaan. Maar ik mis het contact met de planten.”

U was een dorpsjongen. Waarom wilde u naar de stad?

„Ik was een gelukkig kind en genoot ten volle van het plattelandsleven. Maar toen ik een jaar of zeventien was, wilde ik weg. Mijn ouders wilden dat ik in Toledo ging studeren, dat was het dichtst bij. Ik had me echter in het hoofd gehaald dat ik naar Madrid moest. Dat heb ik gedaan, om lichamelijke opvoeding te studeren – maar dat had ook best literatuur of filosofie kunnen zijn. In Madrid heb ik de wereld ontdekt.”

Las u in het dorp al veel?

„Ik las wat er was. In de bibliotheek van mijn dorp stonden Stephen King, Ken Follet en Chesterton. En Proust, maar dat las niemand. In Madrid ontmoette ik mensen die zeiden: kijk, dit is Carver, dit is John Cheever, dit is Georges Perec. Daar begreep ik dat er literatuur bestond. In Madrid wilde ik over de wereld lezen in zijn grootste, meest exotische vorm. Dus ging ik naar de Amerikanen, een dronkelap in Baltimore interesseerde me meer dan mijn eigen traditie. Pas de laatste jaren lees ik de klassieke Spaanse literatuur.”

U heeft lang in de reclame gewerkt.

„Ik heb daar veel geleerd als schrijver, tot mijn verrassing. Ik heb twaalf jaar reclameteksten geschreven. Dat gaat in je hand zitten. Reclame vraagt om één goede zin, die dagelijkse oefening in verdichting is in mijn schrijven gaan zitten. Daar ben ik absoluut van overtuigd.”

Wilt u niet gewoon terug naar het platteland?

„Ik ben niet in mijn eentje. Ik heb een gezin. Anders zou ik waarschijnlijk in een dorp zitten. Ik heb overal veel tijd voor nodig. Over het naar school brengen van onze kinderen doe ik anderhalf uur, mijn vrouw doet daar tien minuten over.”

Als ik u lees over de band met de aarde vraag ik me af of u religieus bent.

„Mijn vader was zeer religieus. Tot mijn dertiende, veertiende ging ik zelf ook naar de kerk. Ik kan niet beweren dat miljoenen gelovigen op aarde zich vergissen. Hun religie is mijn geloof niet, maar ik respecteer het diep. En het interesseert me. Religie gaat om essentiële vragen. Wie zijn we en waar gaan we naartoe? Dat heeft te maken met aarde, noodzaak, liefde, compassie – dingen die de kern van het menszijn uitmaken. Dat levert interessante vragen op. Wat zit er van uw familie in u? Religieus, emotioneel, familiair, sociaal, cultureel – daar zoek ik naar antwoorden.”