Te weinig Rotterdammers doen mee aan woonreferendum

Democratie

Teleurstelling onder de tegenstanders van de Rotterdamse Woonvisie: de opkomst bij het referendum was te laag.

SP’er Quérien Velter volgt de voortgang van het Rotterdamse referendum in een café. „Natuurlijk ben ik teleurgesteld.” Foto Robin Utrecht

De uitslag stond eigenlijk al vast toen het tegen-kamp vanaf acht uur binnendruppelde in café Raaf aan de Maashaven, op Zuid. Op een scherm was het opkomstpercentage in beeld, per uur, en per gebied. Alleen in het centrum was de opkomst net boven de 20 procent, en nergens ook maar in de buurt van de 30 procent die nodig was voor een geldig referendum. Wie wel stemde, was in ruime meerderheid tegen: 72 procent.

Ook in café Raaf is de opkomst bescheiden, rond half negen zijn er zo’n 35 man, later, op het hoogtepunt, tegen de zestig. „Zo, we komen ons verdriet verdrinken”, zegt Marjan Blümer, die toch geen verslagen indruk maakt. De gepensioneerde verpleegster uit Delfshaven is de afgelopen maanden elke dag de wijk ingegaan om mensen op te roepen tegen de woonvisie van het college te stemmen. „Elk koffiehuis, inloopuur, ouderenkamer, ik ben overal geweest.” Ze is geen lid van de SP, de partij die bewoners van de wijk Feijenoord heeft geholpen bij het aanvragen van dit eerste stadsreferendum in 20 jaar. „Nee, ik vond de woonvisie gewoon een dwaas plan.” Zelf komt ze net niet in aanmerking voor huursubsidie, en huurt ze in de vrije sector. „Dat is kromliggen. Ik bezuinig waar ik kan, maar ik ben een keer uitbezuinigd.”

Genoeg betaalbare woningen, ook, of vooral, net boven de huursubsidiegrens – dat is niet het punt waar het nee-kamp de afgelopen maanden op heeft gehamerd. Speerpunt van de campagne was het verzet tegen de ‘sloop van 20.000 goedkope woningen’. In feite ging dit om het voornemen de voorraad goedkope woningen te verkleinen door sloop, renovatie of opwaardering. Maar ook de stijging van de huurprijzen in de geliberaliseerde markt is een grote zorg. „In dat soort appartementen wonen niet alleen tweeverdieners”, zegt Peter Verburg. Hij is gepensioneerd, en woont in het centrum van de stad. „Ik betaal de huur gedeeltelijk van mijn spaargeld. Als ik dat niet wil, moet ik de stad uit.” Hier wordt het echt zo gevoeld: die woonvisie gaat om wie er welkom is in de stad.

„Natuurlijk ben ik teleurgesteld”, zegt SP-raadslid Quérien Velter. Maar, zegt ze, tegelijk is het een ongelooflijke opkomst. „85.000 mensen hebben zich hierover uitgesproken, de overgrote meerderheid tegen.” Velter, en veel van de aanwezigen, zijn daarom juist optimistisch. „Veel mensen die nooit meepraten in de stad, hebben nu een stem.” De komende jaren, als de sloopplannen per wijk worden uitgewerkt, kunnen ze écht meepraten.”